Geertvanderleest.jouwweb.nl
Home » Geert Blogt 2019

Geld voor raffinaderij verdwenen

Oranjestad – ,,Een bedrag van 180 miljoen dollar, geld dat bestemd was voor de renovatie van de raffinaderij, is verdwenen.” Dat zei minister-president Evelyn Wever-Croes gisteren tijdens een persconferentie.

De premier vertelde dat de nieuwe top van olieraffinaderij Citgo geen vertrouwen heeft in Aruba en daarom geen gebruik wil maken van de vrijstelling van de Amerikaanse autoriteiten om geld over te maken naar het eiland. De bewindsvrouw heeft daar alle begrip voor, want ‘als er 180 miljoen kan verdwijnen, kan er met 15 miljoen ook van alles gebeuren’.

Volgens Wever-Croes beschuldigen de nieuwe topmensen van Citgo de Arubaanse autoriteiten van betrokkenheid bij de verdwijning van het geld. Zelf zegt ze geen aanwijzingen te hebben van betrokkenheid van de vorige regering bij de kwestie, maar die wel te willen onderzoeken. ,,Bij alle problemen die we al hebben, komt dit er ook nog bovenop.”

Vanwege het stilleggen van de werkzaamheden aan de raffinaderij, is Citgo bezig afscheid te nemen van de vaste medewerkers, met een gepaste ontslagvergoeding. De aannemers hebben al eerder te horen gekregen dat hun diensten niet meer nodig zijn.

Bron: 16 april 2019 Antilliaans Dagblad

 

---------------------

 

Let us not wait until it's too late

 

Last week a letter to the editor was placed in the Daily Herald of April 5th 2019 about the exchange rate of the Antillean Guilder against the US Dollar. The header stated: consider and decide asap.

After that, people asked me several times the last days to explain more in detail what happened in Suriname the last years regarding their currency, the Surinam dollar (SDR), also - as in our case - being connected to the US Dollar, so here comes some extra information on request.

 

The Central Bank of Suriname has maintained a fixed exchange rate with the US dollar for a long time. Until February 2011, the exchange rate was set at a rate of SRD 2.70 per 1 US dollar. Later an exchange rate of 3.30 SRD per dollar was sought. In November 2015, the SRD devalued by 20% and the official exchange rate was 3.96 SRD per USD. At that time, around USD 4.30 SRD for a US dollar was already counted on the black market.

On 7 February 2016, the central bank announced that the currency was being disconnected. This measure was taken in connection with the falling revenues from oil and gold and the large expenditures by the Surinamese government, as a result of which the demand for the US dollar became relatively large and the value of the Surinamese dollar too low. Between November 2015 and March 2016, the rate of the SRD fell by 40% to 5.7 SRD per dollar. [Source text: Wikipedia, April 2019]

 

The Surinam Dollar (SRD) was linked to the US dollar because many imported goods are paid with the US currency. The link prevented sudden price fluctuations for the Surinamese consumer.

Surinamese consumers pay their products with Surinamese money, but the traders have to exchange the SRDs in US dollars to be able to buy the goods. They exchange the money at the banks, which in turn buy their dollars at the Central Bank.

Oil and gold were the main sources of currency for the Surinamese government, but due to the decreasing world market prices, these sources dried up quickly. In addition, the first Bouterse government has handled money from the treasury very generously, so that much more government spending has been made than was justified. [..] the US dollar became more and more expensive on the black market. The result: large price increases.

The Central Bank of Suriname has intervened many times over the past years to somewhat curb the rate of the Surinamese currency. The bank did that by selling US dollars to the market. In this way, almost half of the currency reserve of Suriname was rushed through in 2015.

Earlier, economists had warned that a persistent holding on to the link [between SDR and US Dollar] would lead to a drying up of the cash reserve in hard currency. "By stubbornly sticking to the link, aren't we flushing our last currencies through the sewer?" wondered Waddy Sowma of the Association of Economists in Suriname (VES). [source text: NOS.nl, 2016]

 

Now, the exchange rate is at the moment SRD 7.42 per US dollar !

A new devaluation of the Surinamese currency in the run-up to 2020 is unavoidable if the case is to be tackled cheaply ", according to Asiskumar Gajadien, member of Parliament, and member of the parliament committee on state spending, in Dagblad Suriname, July 1st 2018.

 

Has this anything to do with Sint Maarten? I elucidated it in the first article from last week that it might, if Curacao and (to a less extend) Sint Maarten are not succeeding to get the economy and the related finances in some harmony soon. Let us not wait please until the Central Bank of Curacao and Sint Maarten will let us know that problems might be showing up because then it might probably be a little late.

 

Geert van der Leest

placed in The Daily Herald, April 15th 2019

 

---------------------------

 

Consider and decide asap please

The exchange rate between the US Dollar and our Guilder and US Dollars is fixed for years. For every US Dollar you can get approximately 1,80 Guilders in change (or a little less). This exchange rate between both currencies can only continue when the economy and the thereto related money-flow is in a balanced pattern, meaning a certain balance between money coming into the Country, money going out of the Country, and the financial reserves of the Country (and the Central Bank of Curacao and Sint Maarten). Or better in this case, two Countries: Sint Maarten and Curacao because Sint Maarten and Curacao are having a monetary union.
This is nice as long as there is some balance and harmony in the economy. But the risk now is: Curacao is not really doing well. That is not Curacao to blame fully because it has no influence on the outside negative developments (Venezuela).causing financial problems for Curacao.
But it might cause the Central Bank of Curacao and Sint Maarten to consider soon the need to change the exchange rate between our Guilder and the US Dollar. In such a case one dollar for example might be two guilders instead of 1.80. More guilders for one dollar seems nice but it is not. Because a lot of people get their salary paid in guilders. And if the price is in US Dollar or is based on the US Dollar (because a lot of import must be paid in US Dollar) you have to pay more guilders to get the product you want, meaning that the products get more expensive.
We have seen this scenario of devaluation happening in Suriname three years ago and we could see that because of the new exchange rate between the Surinam Guilder and the US Dollar the products became way more expensive there (because imported based on US Dollars), and we are not talking about a small percentage. It is one of the reasons we see way more people from Suriname trying to get a job over here then in the past.
Please decisionmakers of Sint Maarten, consider the pros and cons of us being in a monetary union with Curacao, but consider also seriously the pros and cons to dismantle this monetary union, quit with the guilder and dollarize as soon as possible. 
G.B. van der Leest, 
placed in The Daily Herald, April 5th 2019
 
--------------------------------------------------
 

De vaart der volkeren

Vanochtend had ik een gesprek met de Wereld Bank. Zij lopen hier rond om de government van SXM te helpen met projecten die bijdragen aan de recovery van Sint Maarten na de hurricane Irma, September 2017. Het onderwerp was 'e-government'. Een van de vragen aan mij was wat mijn ervaring is met de stand van zaken van internet en ICt in het algemeen op Sint Maarten.

Ik vertelde hen dat de basis voorzieningen er wel zijn, maar dan in een situatie die wel een beetje achterloopt van wat men bijvoorbeeld in Nederland is gewend.  Ik zei er nog bij dat het nog wel eens voorkomt dat de voorzieningen er wel zijn, maar dat dan de vraag is of het wel werkt.

Vanmiddag moest ik een overbooking doen van geld naar een andere bankrekening. Geen probleem want mijn bank, de Royal Bank of Canada, heeft een state of the art internetbanking system, aldus hun reclame campagnes. En het moet gezegd, meestal werkt het wel. Zo ook vandaag. Alles ging goed. Ik vulde het vragenformulier in op de computer en was klaar. ik drukte op 'submit' en toen verscheen er een tekst in beeld. "Hartelijk dank voor internetbanking met RBC. Helaas heeft u een transactie willen verrichten na 15.00 uur en het system is per 15.00 niet meer operationeel. Wij verzoeken u het morgen nogmaals te proberen"  (what .....!!!??)

Nu wil het toeval dat de fysieke RBC bank, dus de loketten, ook om 15.00 uur sluiten, want om 15.30 uur wordt het gebouw afgesloten. Dus de hoogste tijd om ook het system uit de lucht te halen. Blijkbaar werkt het niet automatisch maar wordt het handmatog bediend ?  Als men dat dan toch al weet, dan zou het in ieder geval fijn zijn als men die aankondiging doet VOORDAT met begint met het invullen van de digitale formuleren !

Ach, zomaar een voorbeeld van Carabisch uithoudingsvermogen dat noodzakelijk is om een gezonde toestand door het leven te gaan. Ik neem er straks maar een glaasje op om alle emotie even weg te spoelen :)

Maart 28th 2019.

 

----------------

.     

Politie bevrijdt man uit leeg huis na one-night-stand

De politie heeft een man die een one-night-stand had gehad moeten bevrijden uit een leeg huis. Hij kwam er in de ochtend achter dat hij de enige was in het pand waarvan de deuren op slot zaten, vertellen de agenten donderdag.

Volgens de agenten ging de man na een avond in een biercafé met een vrouw mee naar huis.

De volgende ochtend werd hij alleen wakker in het huis. Hij wilde vertrekken en trok de deur achter zich dicht. Op dat moment kwam hij erachter dat hij in een gang stond waarvan beide toegangsdeuren op slot zaten.

"Wat nu?", aldus de politie. "Inderdaad, je belt de politie." De agenten hebben de man, die volgens hen een "ervaring rijker is", bevrijd.

Het is niet bekend of de man nog contact heeft kunnen opnemen met zijn one-night-stand.

(C) www.nu.nl, 7 maart 2019

Oeps, wellicht een partner die meer wilde dan een one-night-stand?  Niet iets dat specifiek iets is voor SXM, want dit gebeurde concrete in Leiden, maar het zet toch tot denken. Fr reacties op dit artikel zijn overigens ook aardig.

reactie 1.
"De volgende ochtend werd hij alleen wakker in het huis."
Ik weet niet hoe het met jullie allemaal zit maar weinig kans dat ik een OneNightStand alleen in mijn woning achterlaat. Maakt niet uit hoe mooi en lief ze is/was, als ik weg ga dan gaat de rest met mij mee.
 
reactie 2
Wie zegt dat het haar huis was?
 
 
reactie 3
a precies misschien wel haar ex waar ze ruzie meehad. Zou een leuke verrassing geweest zijn.
 
 
reactie 4
Scherp. Maakt het verhaal nog leuker als het niet haar huis was.
Ken verhalen dat stelletjes wel eens in een schuur hebben ingebroken (lees niet afgesloten schuurdeur geopend) om te rampetampen maar in een huis inbreken voor potje worstelen?
Of wat Sapsnor schrijft, de huissleutels van je ex of rivaal gebruiken om in hun huis te spelen.
 
 
reactie 5
Begrijpelijk, maar toch heeft iemand mij ooit eens alleen achtergelaten in haar huis. Eenmaal op haar werk realiseerde ze zich zelf ook dat ze een risico had genomen en begon te appen. Ik antwoordde dat ik al met de flatscreen buiten stond en na wat grappen over en weer is de 'one night stand' verlengd tot 'a few nights stand',
 
reactie 6
Nou, ik zou zeggen: dat doet de deur dicht. Het was eens maar nooit weer, en terug naar het biercafé.
Edit: Sowieso wel een goed idee eigenlijk.

-------------------------------

 

 

Meer hotelkamers in Aruba: vriend of vijand?

Wat betekent dit voor Aruba haar ‘quality of life’? Tegen dit licht ben ik van mening dat een hotel van 900 kamers, waar dan ook op het eiland, geen goed idee is.

Verschillende argumenten die dit onderschrijven zijn bekend; een rapport van de Centrale Bank dat spreekt over verzadiging van het Product Aruba, de dichtheidsfactor per vierkante kilometer, onze infrastructuur die een nieuwe influx van buitenlandse werknemers niet aan kan, klassen die de dertig leerlingen per lokaal gaan overschrijden, of dat al doen, of een gebrek aan scholen, geld dat naar het buitenland vloeit en de te verwaarlozen spin-off, als gevolg van de ontwikkeling van het toerisme. Al deze factoren rechtvaardigen naar mijn bescheiden mening niet deze massale ontwikkeling die daarbij een mooi stukje natuur vernietigt.

De investering is nauwelijks indrukwekkend te noemen als wij het ezelsbruggetje gebruiken van 1 promille van de gemiddelde investering per kamer: 90.000.000 dollar/ 900 kamers geeft een investering van ruim 100.000 per kamer en dat geeft een gemiddeld kamertarief van 100 dollar per kamer all inclusive. Met deze ‘low quality’ investering betwijfel ik of enig restaurant in de omgeving van San Nicolas gaat profiteren van dit project.

Enkele jaren terug publiceerde economist drs. Arjen Alberts zijn rapport over de ontwikkeling van het toerisme op St. Maarten en Aruba. Zijn conclusies: ,,The fact that each year more tourists are coming to Aruba does not signify that the prosperity is on the rise. To the contrary, the average prosperity has been the same during the last 25 years.” Met andere woorden: we zijn er in 25 jaar niet echt op vooruit gegaan. *

De taart is inderdaad gegroeid maar is ook door meerderen verdeeld. Volgens Alberts: ,,It is even possible that our prosperity may even be reduced in future or stays the same. The bottle neck is the lack of space. The island is filling up. We ran hard but did not advance!”

Alberts legt hierbij het accent op de ervaring van de toerist: ,,Less tourists who spend more.” Dit is toch duidelijke taal.

In 2003/04 verrichtten professor Sam Cole en Victoria Razak een uitgebreide studie ‘Framework for Sustainable Tourism for Aruba’. Deze studie die in iedere regeringsperiode genegeerd is, geeft aan dat Aruba zich beter op kleinschalige ontwikkeling zou moeten richten en wel in ieder district. Zijn goede raad mocht echter niet baten en iedere regering gaf de voorkeur aan groter is beter, in plaats van ‘less is more’, minder is meer.

Ironisch is dat de lokale bevolking wel luisterde naar de adviezen van Sam Cole en de laatste acht jaar zien wij een explosieve groei van ‘vacation homes’ in ieder district van Aruba, waaronder ook San Nicolas. Het gaat hierbij om de verhuur van appartementen of huizen, het aanbod variërend van een huis tot twintig appartementen, niet altijd even goedkoop maar wel exclusief.

Deze ontwikkeling van ‘other accommodations’ wordt aangeboden via websites als airbnb.com, vrbo.com en biedt werkgelegenheid aan kleine ondernemers middels de schoonmaak van het zwembad, schoonmaak van de kamers, onderhoud en natuurlijk de ‘utility companies’. Breckenridge in Colorado draait grotendeels op vacation homes en via een eenvoudig registratiesysteem komt de overheid daar aan hun ‘fair share’ in room tax. Enkele jaren geleden bestond deze niche van vacation homes uit 33 procent van toeristen die kozen voor deze accommodaties op Aruba. Dit geeft toch wel aan dat de toerist van vandaag echt niet zit te wachten op een mega-ontwikkeling.

Aruba is beter gebaat bij het consolideren en verbeteren van het product. Zoals Alberts, Cole en Razal al aangaven: minder toeristen die meer uitgeven. Studies binnen ATA spreken duidelijke taal en laten zien dat kwaliteit en ‘value for money’ zijn achteruitgegaan.

© opinie Jan van Nes, general manager van Playa Linda Beach Resort en voormalig directeur van Aruba Tourism Authority (ATA) van 1995 tot 2000, geplaatst op 3 maart 2019 door redactie Knipselkrant Curacao

*https://online.liverpooluniversitypress.co.uk/doi/pdf/10.3828/idpr.2016.4

 

____________________________

 

 

Jeroen Pauw vindt Nederlander te kritisch over wederopbouw Sint-Maarten

www.nu.nl  11 februari 2019 11:39

Jeroen Pauw heeft zestien maanden na orkaan Irma een bezoek gebracht aan Sint-Maarten en vindt de kritiek dat de wederopbouw van het eiland te langzaam gaat onterecht.

"Ik vind dat wij in Nederland niet zo streng moeten zijn voor deze eilanden. Er zijn daar elk jaar orkanen. Toen ik in Sint-Maarten was, las ik dat Schiphol platlag omdat er 3 centimeter sneeuw verwacht werd. We moeten dus niet doen alsof wij het allemaal beter weten", vertelt hij in de Dit wordt het nieuws-podcast van NU.nl.

De presentator toont maandag in Pauw op Sint-Maarten beelden van de wederopbouw van het eiland dat op 6 september 2017 werd getroffen door orkaan Irma. "Er is een grote tv-inzamelactie geweest die ik heb gepresenteerd. Ik vind dat je daarna ook moet laten zien wat er met dat geld gebeurt."

Ruim 0,5 miljard euro werd door de Nederlandse overheid beschikbaar gesteld en met een tv-actie werd bijna 20 miljoen euro ingezameld. De Rekenkamer kwam in december met een kritisch rapport. De conclusie was dat er nog maar weinig is gebeurd.

"Je moet begrijpen dat er niet elke dag een trein kan komen met materialen. Het is een eiland. Daarbij komt dat de omringende eilanden ook zijn getroffen. Sint-Maarten is een eiland volledig gericht op toerisme, er zijn dus weinig timmermannen of andere vakmensen te vinden. Allemaal obstakels voor een snelle wederopbouw", aldus de presentator.

"De meeste hotels op het eiland zijn weer opgeknapt. Dat gaat vaak het snelst, omdat het de belangrijkste bron van inkomsten is. Vaak gefinancierd door verzekeringen of particulier geld", zegt Pauw.

"Dan heb je het geld wat wij als burger hebben gegeven. Het Rode Kruis coördineert dit. Zij bouwen onder andere nieuwe daken. Dit gaat langzaam, iets wat ze zelf ook zeggen. Mede door te weinig materialen en vakmensen."

De derde stroom geld is wat wij als Nederlandse overheid hebben gegeven. Dit gaat via de Wereldbank. "Zij zijn niet de snelste", zegt Pauw. "Sint-Maarten moet van de Wereldbank prioriteiten stellen. Dit gaat om de grotere projecten zoals het ziekenhuis en de luchthaven."

 

--------------------------------

 

 

NOS | Pauw: ‘De zwakkeren zijn nooit klaar, dat is op Sint-Maarten ook zo’

Geplaatst op 12 februari 2019 door redactie Knipselkrant Curacao

Jeroen Pauw bezoekt slachtoffers van de orkaan Irma op Sint Maarten NOS

Op het eerste gezicht lijkt alles op Sint-Maarten weer zijn gewone gang te gaan, bijna anderhalf jaar nadat orkaan Irma een verwoestend spoor over het eiland trok. Toeristen, de belangrijkste bron van inkomsten voor het eiland, liggen als vanouds op het strand. Cruiseschepen meren aan in de haven en een aantal hotels is zo goed als herbouwd.

Maar wie verder kijkt dan de boulevard, krijgt een heel ander beeld. “Er is hier in anderhalf jaar tijd ongelooflijk veel vooruitgang geboekt. Maar er moet ook nog heel veel gebeuren. Er zijn nog steeds families die onder een lekkend dak wonen. En niemand weet precies om hoeveel huizen het gaat”, zegt Jeroen Pauw.

Pauw bezoekt Sint-Maarten om te onderzoeken wat er tot nu toe is gebeurd met de 550 miljoen euro die de Nederlandse overheid beschikbaar stelde voor de wederopbouw en de bijna 20 miljoen euro die werd opgehaald met een landelijke inzamelingsactie van het Rode Kruis.

Nederland stelde als eis dat het geld verantwoord, transparant en zonder corruptie wordt besteed aan een snelle wederopbouw van het eiland. Daarom werd 470 miljoen van de 550 miljoen euro gestort in een trustfonds van de Wereldbank, dat besluit welke projecten worden gefinancierd.

In praktijk kost het, door allerlei procedures die daaraan voorafgaan, veel tijd. Maar een klein deel van het beschikbare geld is inmiddels besteed. Eind vorig jaar bracht de Algemene Rekenkamer een kritisch rapport uit over het trage tempo van de wederopbouw.

“Omdat alles langs de officiële weg moet, duurt het vaak lang voordat er iets gebeurt voor gewone mensen”, zegt Pauw. “Maar veel mensen die ik heb gesproken op Sint-Maarten snappen wel dat het via de Wereldbank gaat. De overheid had het anders misschien wel besteed aan andere zaken: grote gebouwen, megalomane projecten, en niet aan hun dak. Dan duurt het maar wat langer, zeggen ze.”

Het Rode Kruis besteedde een deel van de opgehaalde 20 miljoen euro aan noodhulp en ondersteunt sinds afgelopen zomer mensen bij de reparatie van hun huis. Er is op Sint-Maarten een groot gebrek aan aannemers en bouwvakkers en daarom zijn veel bewoners zelf aan de slag gegaan.

“Mensen krijgen vouchers waarmee ze bouwmaterialen kunnen aanschaffen via het Rode Kruis en ze krijgen uitleg hoe ze vervolgens zelf hun dak kunnen repareren. Ik geloof dat dat best goed werkt”, vertelt Pauw.

Maar niet iedereen is in staat om zelf een dak te repareren. En velen, bij wie niet alleen het dak maar het hele huis kapot is, moeten voorlopig nog wachten op hulp.

Pauw ontmoet op het eiland Frans Weekers, oud-staatssecretaris van Financiën, die namens Nederland in de stuurgroep van het trustfonds van de Wereldbank zit. Weekers is tevreden over de samenwerking met de regering van de nieuwe minister-president Leona Marlin-Romeo. “Zij verricht uitstekend werk, maar ze moet wel werken in een politiek moeilijke situatie.” “Er zijn ook mensen op het eiland die er financieel belang bij hebben dat ze kunnen doen en laten wat ze willen. Dat er niet openbaar wordt aanbesteed, dat contracten aan vriendjes kunnen worden gegeven. Dan kunnen zij er ook nog wat aan verdienen. Er zit gewoon een stuk corruptie. Dat willen we niet. We leggen de lat hoog.”

Met geld uit het trustfonds moet onder meer een lange termijnoplossing gevonden worden voor ‘de dump’, de grote smeulende afvalberg middenin de hoofdstad Philipsburg. Er is nauwelijks controle op het afval dat iedereen hier al jarenlang gratis stort, ook het puin dat overbleef na orkaan Irma. De stinkende berg vormt een gevaar voor de volksgezondheid.

De voortdurend smeulende vuren op de berg moeten gedoofd worden en er moet een deugdelijk systeem van afvalverwerking komen. Dat gaat lang duren. “Uiteindelijk is het een autonoom eiland, de regering hier is verantwoordelijk”, zegt Weekers. “Maar we kunnen wel de fatsoenlijke partijen op dit eiland helpen om het fatsoenlijk weer op te bouwen.”

In het huidige tempo zal de wederopbouw van Sint-Maarten niet klaar zijn voordat het nieuwe orkaanseizoen zich over een paar maanden aandient. “Dat is zorgelijk”, zegt Pauw. “Het is de ironie van het leven: het zijn altijd de zwakkeren die niet klaar zijn. Dat is hier op Sint-Maarten ook zo.”

Bron: NOS

Waar blijft de Wereldbank, zingen ze op Sint-Maarten

 

Reportage – Tijdens de wederopbouw van het in 2017 door orkaan Irma getroffen Sint-Maarten, volgt Trouw Christina Hodge, de wijkoudste van Dutch Quarter. Heel langzaam krabbelt haar buurt op.

Het is de derde keer dat Hodge in Trouw haar verhaal doet. De eerste ontmoeting vond plaats in september 2017 op het grasveld beneden aan de heuvel, daags na de orkaan toen een konvooi van Nederlandse militairen voedsel en water kwam brengen. Een lange rij radeloze buurtbewoners dreigde de colonne eigenhandig te ontladen, maar gelukkig was Hodge daar, de officieuze ‘burgemeester’ van Sint-Maartens armste wijk. Zij persoonlijk kon er voor zorgen dat iedereen weer achter het rood-witte lint kroop en de blikken knakworst, pakjes cup-a-soup en de literpakken melk van AH ordentelijk konden worden uitgedeeld.

Drie maanden later vertelde ze in de kolommen van deze krant opnieuw haar verhaal over de wijk, waar bewoners voor het grootste deel nog onder plastic woonden en waar amper elektriciteit was. Dutch Quarter is de wijk van ‘de laatste klasse’, zei ze. Haar mensen krijgen altijd alles het laatst. Daarom ook moest ze rond Kerstmis 2017 nog steeds voedselbonnen ronddelen, terwijl aan de andere kant van de heuvel de supermarkten al weer vol lagen.

Weer ruim een jaar later staat er nu pal tegenover haar huis opeens een bord met de tekst ‘Samen met de EU werken we aan de opbouw van Dutch Quarter’. Maar daar heeft ze nog niet veel van gemerkt. “Ik denk dat 80 procent van de woningen inmiddels weer een dak heeft, maar niet dankzij de Europese Unie of de overheid hier. We zijn geholpen door niet-gouvernementele organisaties als het Rode Kruis en zijn zelf aan het werk gegaan. Maar van de 550 miljoen euro die de Wereldbank voor de opbouw van het eiland beheert, hebben we nog niets gezien. Weet je dat we daarover inmiddels een liedje hebben?” Ze recht haar rug en draagt voor: “We are waiting for the Wóóórldbank!” En dan klinkt gelukkig een schaterlach.

Toch heeft ze hier de kern te pakken. De Nederlandse Rekenkamer bracht in december vorig jaar een kritisch rapport uit met de conclusie dat er met het door Nederland beschikbaar gestelde geld amper iets gebeurt. Het wacht op ingediende projecten, maar de procedures zijn zo traag en veeleisend dat er in werkelijkheid niets gebeurt. Staatssecretaris Raymond Knops heeft moeite dit uit te leggen.

[…] hij heeft bij de verdeling van zo’n groot bedrag de Wereldbank moeten inschakelen om transparantie en controle te creëren. Maar de regering van Sint-Maarten lijkt daar gewoonweg niet aan te kunnen voldoen. […] De staatssecretaris kan na anderhalf jaar niet één voorbeeldproject noemen. Pas deze maand bereikte hij overeenstemming over het herstel van de beschadigde terminal op de luchthaven.

Ondanks het uitblijven van overheidsinitiatief, lijkt Sint-Maarten zich langzaam maar zeker te verheffen. Op de weg van het vliegveld naar Simpson Bay, de nautische hotspot van het eiland, lagen anderhalf jaar geleden de luxe jachten weggeblazen op de kant. Nu is er her en der nog een verdwaalde kiel te zien op een plek waar die niet thuishoort, maar aan steigers meren naar het schijnt nog grotere jachten af.

De toeristen stromen weer toe en bevolken de terrassen en de eettentjes. Die waren door Irma compleet weggevaagd, maar zijn door de particuliere eigenaren weer hersteld, soms met hulp van wat uitgekeerde verzekeringspenningen. Denk niet dat er nu iets ‘orkaanbestendigs’ is neergezet. Op precies dezelfde manier als vóór Irma zijn met houten wanden en golfplaten daken weer horeca-paleisjes getimmerd. Eén storm en ze liggen weer om. Behalve die ene zeecontainer dan: de eigenaar heeft er met een snijbrander ramen in gemaakt. Hij noemt zijn schepsel ‘Little Jerusalem’ en heeft daarmee een restaurant. De grote hotelcomplexen pakken het grondiger aan. Die grijpen de schadeafhandeling van Irma aan voor een complete renovatie en kwaliteitsverbetering, maar dat duurt nog even.

Volgens Hodge hebben vooral de acht niet-gouvernementele organisaties op het eiland het verschil gemaakt door in projecten met de bewoners de daken van de bestaande huizen te verbeteren. Vanuit het vliegtuig zijn nog steeds de blauwe dekzeilen van het Rode Kruis te zien (er zijn er in totaal 11.828 uitgedeeld) die de huizen na Irma weer waterdicht moesten maken, maar steeds vaker maken die plaats voor een duurzame oplossing.

Fanny de Swarte van het Nederlandse Rode Kruis bestiert de vestiging bij Simpson Bay, waar midden in een zaaltje de nok van een dak staat opgesteld. Vrouwen als Hodge nodigen mensen uit de buurten uit om in de ruimte van De Swarte een workshop bij te wonen. Hun schade moet substantieel zijn en hun inkomen gering. “We leren de mensen vooral dat hun dak niet met spijkers moet worden vastgezet”, zegt De Swarte, “maar met speciale lange schroeven met afsluitringen die op een bepaalde afstand van elkaar moeten staan. Het dak moet weer met metalen beugels aan de dragers worden verankerd en de dragers weer aan de wanden of muren.”

Op deze manier worden de bestaande woningen met niet al te veel kosten een stuk orkaanbestendiger. Inmiddels heeft het team van De Swarte er 34 workshops opzitten, waar telkens twintig huishoudens aan mee doen. “Dat lijken kleine aantallen, maar we gaan ervan uit dat de deelnemers hun kennis op de buurtgenoten overdragen, en dan zet je telkens grote stappen.”

Meer dan driehonderd deelnemers hebben ook een voucher van het Rode Kruis ontvangen die afhankelijk van de schade die tijdens huisbezoeken is vastgesteld, kan oplopen tot duizenden dollars. De Swarte: “Daarmee kunnen de bewoners bij de lokale bouwmarkt materialen kopen waarmee ze zelf hun orkaanbestendige dak kunnen bouwen. Later wordt de kwaliteit weer door mensen van het Rode Kruis gecontroleerd.”

Dit lijkt een ideale oplossing, en dat is het misschien ook. “Maar we moeten ons wel beseffen dat Sint-Maarten niet het enige eiland is dat door Irma is getroffen. In totaal gaat het om een gebied dat is te vergelijken met de strook van Denemarken tot Portugal en waarin 1,25 miljoen mensen deze hulp nodig hebben. In dat héle gebied is er grote vraag naar materiaal en personeel. En dat is niet altijd voorhanden.”

Hodge kaart in al haar optimisme ook een ander probleem aan: het ieder-voor-zich-gevoel. “Dat is toch een groot verschil in vergelijking met orkaan Luis in 1995”, zegt ze. “Toen hielpen we elkaar. Maar ik zie nu te veel apathie. Ja, de Spanjaarden (de mensen met Zuid-Amerikaanse roots, red.) steunen elkaar, maar de overige bevolkingsgroepen wachten lijdzaam totdat zij hulp krijgen aangeboden. En ze vragen geld als je hún hulp vraagt. Ik had laatst wat handen nodig, maar ik moest daar 100 dollar per dag voor betalen. Wie kan dat opbrengen?” Dus woont Hodge nog in haar keuken, en ziet ze dagelijks nog de restanten van haar bar. Ze heeft iedereen geholpen, niemand helpt haar. De Wereldbank misschien? Een schaterlach, en ze zingt weer.

© Trouw, Hans Marijnissen, geplaatst op 11 februari 2019 door redactie Knipselkrant Curacao

 

------------------

 

Verhoudingen Sint Maarten en Nederland

Afgelopen week vond een bijeenkomst van het Inter parlementair Koninkrijks Overleg (IPKO). De naam zegt het al: een overleg tussen vertegenwoordigers van de parlementen van Nederland, Curacao, Aruba en Sint Maarten. Deze keer was Sint maarten gastheer. Elke delegatie heeft tussen de 8 en 12 vertegenwoordigers op die bijeenkomst. Dat is dus een hele tafel vol mensen. Dat maakt werkelijk constructief overleg niet eenvoudig.

En dat wordt niet eenvoudiger als er door een Sint maartens parlementair vertegenwoordiger, verbaal daadkrachtig wordt uitgehaald naar de weinig pro actieve wijze waarop de IPKO delegatie omgaat met de Venezuelaanse vluchtelingen problematiek op Curacao of de voortgang van de hulp aan Sint Maarten. Een behoorlijk venijnig betoog, zelfs een beetje emotioneel, met referenties naar de slaventijd waarin de eilanden bijdroeen aan de Nederlandse welvaart, met de impliciete ondertoon dat daarom dan best wat tegenover mag staan. Een betoog vergezeld van applaus van meerdere vertegenwoordigers van Sint Maarten, Curacao en Aruba, te zien op de Facebook page van de polieke partij National Alliance van Sit Maarten. .

Oeps.......dat kwam de sfeer niet ten goede.

Want zijn de feiten in overeenstemming met hetgeen werd gezegd?

En ook als dat wel zo zou zijn, is dat dan een constructieve wijze om met elkaar om te gaan?

Het is mij duidelijk dat er iets in de communicatie over en weer niet helemaal goed lijkt te zitten indien statemenmts worden gedaan waarbij het duidelijk lijkt dat die niet overeenstemmen met de feiten. dat kan uit onwetendheid zijn en dan kan een betere communicatie over en weer helpen. Het kan ook bewust worden gedaan, misschien om zich duidelijk te profileren naar de eigen achterban?

Hieronder een korte impressive vanuit het perspectief van een Nederlands delegatielid.  De tekst komt van:

https://koninkrijksrelaties.nu/2019/01/17/column-i-het-koninkrijk-is-dood-leve-het-nieuwe-koninkrijk/

 

Op het eiland merkte ik hoeveel politici boos op mij zijn, omdat ik in de media zo vaak kritiek heb op de politieke gang van zaken aldaar. Maar op straat werd ik heel anders benaderd: daar kwamen mensen met een grote glimlach op mij af en moedigden ze me aan om vooral door te gaan met mijn kritiek. Veel Sint Maartenaren zeggen dat ze blij zijn dat ik de problemen durf te benoemen waar zij zelf op het eiland niet goed over durven te spreken.

Die steun had ik wel even nodig, omdat de bijeenkomst met de parlementariërs me best somber had gemaakt. Op hoge toon en met grote woorden kreeg Nederland de schuld van zowat alle problemen op de eilanden, terwijl Aruba, Curaçao en Sint Maarten autonome landen zijn, met een eigen bestuur en eigen verantwoordelijkheden. Zo gaat dat vaker in het Koninkrijk: problemen die de eilanden zélf hebben veroorzaakt moeten door Nederland worden opgelost. Maar als wij dan ingrijpen en misstanden proberen aan te pakken, krijgen we het verwijt van racisme en kolonialisme en de beschuldiging dat we het bestuur willen overnemen. Ik kan iedere inwoner van Aruba, Curaçao en Sint Maarten verzekeren dat dit absoluut niet het geval is. Het tegendeel is waar: hoe minder wij ons in Den Haag met de eilanden hoeven te bemoeien, hoe liever wij dat hebben.

Nederland kreeg van veel parlementariërs uit Aruba, Curaçao en Sint Maarten de schuld van de problemen op de eilanden met de vluchtelingen uit Venezuela. [..]. In de wandelgangen [echter] gaven politici van de eilanden toe dat veel Venezolanen ooit als goedkope arbeidskracht naar hun land zijn gekomen, om te werken in de bouw of in het toerisme. Dat zijn geen vluchtelingen, maar mensen die door bedrijven bewust illegaal naar de eilanden zijn gehaald, wat het lokale bestuur altijd heeft gedoogd en waartegen nooit is opgetreden. Een aantal politici uit Curaçao eist dat wij nu vliegtuigen sturen om de duizenden Venezolanen op te halen. Na kritiek van ons [daarop] kwam deze week een wat serieuzer verzoek en kunnen we kijken hoe we het eiland wel zouden kunnen helpen.

Politici op Sint Maarten waren boos over de trage wederopbouw van het eiland na de orkaan Irma, waarvoor Nederland ruim 550 miljoen euro beschikbaar heeft gesteld. Maar  later bleek dat onwil en onkunde op Sint Maarten zélf tot uitstel en vertraging leiden. Nederland wil 100 miljoen euro investeren in de wederopbouw van het zwaar getroffen vliegveld en Schiphol is graag bereid mee te helpen bij het herstel, maar sommige politici op Sint Maarten willen deze hulp niet, omdat  ons land toezicht wil op de besteding van dat geld en goed bestuur eist van het vliegveld. Nederland wordt internationaal regelmatig aangesproken als de zaken mislopen in de gevangenissen op Curaçao en Sint Maarten, of de raffinaderijen op Aruba en Curaçao, of als op de eilanden de overheidsfinanciën uit de hand lopen. Maar als we wél ingrijpen, dan worden politici op de eilanden kwaad.

Vorige week merkte ik dat bij steeds meer Kamerleden de liefde voor de eilanden flink dreigt te bekoelen, omdat we het eigenlijk nooit goed kunnen doen. Als Nederland niets doet worden politici op de eilanden boos. Maar als Nederland eens wél ingrijpt, worden de meeste politici op de eilanden nóg bozer. Vorige week heb ik verschillende parlementariërs van Aruba, Curaçao en Sint Maarten informeel gesproken en dan geven ook zij aan dat het zo eigenlijk niet verder kan. Het wordt de hoogste tijd om nieuwe afspraken te maken. Laat Aruba, Curaçao en Sint Maarten maar aangeven wat ze liever zélf doen, dan zal Nederland zich daar niet meer mee bemoeien. De eilanden kunnen ook laten weten wat wij wel moeten doen. Maar laat ons dan ook verantwoordelijkheid nemen en die dingen op onze manier doen.  Aldus Ronald van Raak,  lid van de Tweede Kamer voor de SP en fractiewoordvoerder Koninkrijksrelaties.16 januari 2019.

Het mag duidelijk zijn, de sfeer is er niet op vooruit gegaan. Ik zou zeggen, laten alle partijen eerst eens duidelijk zijn in de communicatie over de feiten en taken/verantwoordelijkheden van de individuele betrokkenen rondom de diverse (bilaterale) projecten. dat voorkomt wellicht onnodige ergensis over en weer. Just a thought.

--------------------------------

 

Oops......... but .......what is new

Similar to recent years, the audit results for fiscal year 2016, are worrisome. Information presented is not sound, substantiation of the use of public funds is minimal, spending of public money was unlawful, and there is a lack of accountability to Parliament. There was one area of slight improvement. Compared to 2015, the 2016 Financial Statements contain fewer errors. However, the deficiencies in the financial management, remain unresolved. For practically every line item, there is uncertainty in either the accuracy and/or completeness of the reported amounts.

We specifically examined public procurement for fiscal year 2016. The National Accountability Ordinance requires detailed rules to govern public tendering. These rules have not been drafted since the inception of the country on October 10th, 2010. As a result, the process of public tendering is not uniformly organized across ministries. Also, the ministries were unable to provide us with information and documentation required to confirm compliance with the National Accountability Ordinance.  In our opinion, the ministries are not ‘in control’ of public funds as far as public tendering is concerned. The lack of adequate substantiation for tenders that deviated from the public bidding requirement, means that there is a risk that interests, other than those of the public, may have been a determinant factor.

Our audit results, SOAB’s audit opinion and their audit report, indicate that Government’s financial management is not in order, and not been so from the inception of the country on October 10th, 2010. In the preface of the 2016 Financial Statements, the Minister of Finance claims that the informational value of the statements has significantly improved. We do not share this opinion.

In the interest of sound financial management, it is important that Government recovers as soon as possible.

(C) http://www.arsxm.org/2019/01/the-general-audit-chamber-presented-its-report-to-parliament-regarding-the-compliance-audit-of-the-2016-financial-statements-of-the-government-of-sint-maarten/

 

_____________________________

 

 

Have a bright 2019  !!

I will - as I am doing for years now - publish from time to time my thoughts, observations and rarities in this Blog.

Mainly related to my experiences in the Caribbean, but not bound to only that.