Geertvanderleest.jouwweb.nl
Home » Geert Blogt 2019

The solid connection between USdollar and NAf under pressure and what to do now

Earlier on I expressed already my concerns about this topic. See letters to the editor at April 5t 2019 called 'consider and decide asap' and April 12th 2019 called 'let us not wait until it's too late'. 
The reason to write again is the recent warning report from International Monetary Fund (IMF) June 7th 2019 about and our currency. The report indicates - if you read well - that the solid connection between USdollar and Naf (1=1.80) already is under pressure and that urgent additional measures are needed to keep it up this way. Part of the findings I have copied below for you to read. I have underscored the most important part related to this topic.

This topic is important to know for all who does not like to see prices increasing here on SXM with 10-15% soon related - among others - to: most of the imported goods (as food and medicine), the debts of existing (study)loans abroad, the costs of study abroad or traveling abroad. This is the consequence if the solid connection between USdollar and Naf can not be kept anymore (devaluation).
  
Here some extracts of the findings of IMF cited.
"Curaçao is facing the fourth year of recession as its economy has been hit by spillovers from the Venezuela crisis. The spillovers are exposing long-standing structural challenges and weaknesses in public finances and contribute to external vulnerabilities. Curaçao’s ongoing recession since 2016 deepened in 2018 due to continued spillovers from the crisis in Venezuela. GDP declined by an estimated 2¾ percent in 2018, bringing the cumulative contraction in the past 3 years to 5½ percent. Declines in refining, oil transshipment, and related services were the main contributors. The external current account deficit to nearly 29 percent of GDP and pushed up inflation. Historically strong trade linkages with Venezuela dropped sharply.
The outlook is subject to significant downside risks—a permanent shutdown of the refinery would deepen the recession considerably and exert significant pressure on public finances via higher social spending. The inflow of undocumented Venezuelan immigrants is generating additional pressure on public finances.
Central government debt increased from about 51 percent of GDP in 2016 to close to 55 percent of GDP in 2018. The authorities have elaborated plans to restore economic growth and improve public finances. [However]  As a result, the stock of government debt would increase to 62 percent of GDP by 2024. Reaching the authorities’ objective of a balanced budget by 2021 would require not only strong implementation of existing plans but also some additional measures.Whereas this gap could be partially filled by better revenue administration and stronger expenditure controls, new measures are likely to be needed.
The large external current account deficit in Curaçao is a significant vulnerability and requires urgent attention. The deficit, together with excess liquidity in the banking system, poses risks for the Union’s reserves, which have declined from 3.8 to 3.5 months of projected imports of goods and services between December 2018 and mid-May 2019. The Central Bank of Curaçao and Sint Maarten is considering options for addressing the excess liquidity and has requested IMF technical assistance in this area. Fiscal adjustment would help reduce the external current account deficit although a strong structural reform is required to increase exports and reduce the deficit more durably. It is important to take steps to bolster medium-term external sustainability. It is very important to follow through on economy-wide structural reforms to support potential growth and increase exports." 
(C) IMF: Main Conclusions of the IMF Visit, June 7th 2019.
 
Please representatives of the people of SXM do not wait until it is to late. The solid connection between US dollar and NAf can only be kept if the Curacao government is able to act with implementation and execution soon of important changes to improve the balance. As said before in my previous letter: SXM cannot do much about solving the problems Curacao has and that makes us very dependable on how the government of Curacao is willing and/or able to act soon. It is a huge challenge and one can wonder if Curacao is able to fix this fast as needed.
If not then we face inevitably devaluation and the resulting price increases unless…....the monetary union will be split up and SXM goes its own way.
This asks for bringing this topic on the political agenda soon and aks for speedy decision making.
 
Geert B. van der Leest, published The daily Herald, Monday June 10th 2019.
 
___________________
 

Wat zijn de grenzen van de vrijheid van meningsuiting?

Heer Lichtveld is in 2018 als medewerker verbonden aan SONA, de stichting die in opdracht van de overheid een nieuw ziekenhuis bouwt. Hij schrijft dan op persoonlijke titel een opiniestuk dat op 6 februari van dat jaar in het Antilliaans Dagblad staat. Daarin stelt hij dat een bepaald advocatenkantoor een onguur en louche advocatenkantoor is dat rapporten manipuleert. Lichtveld doelt op het evaluatierapport inzake de bouw van het nieuwe ziekenhuis van het advocatenkantoor dat in opdracht van de overheid is gemaakt. SONA krijgt geen kans tot wederhoor en terwijl het rapport in de media verschijnt, mag SONA het rapport niet inzien om er haar visie op te geven, ondanks afspraken dat dat wel zou gebeuren. Dat leidt tot de opmerking van Lichtveld dat de opstellers van het rapport een onguur en louche advocatenkantoor zijn.

Het advocatenkantoor spant een rechtszaak aan over deze uitspraak en gaat tegen het vonnis ook nog in beroep.

In beroep oordeelt het Gerechtshof nu dat het gewaarborgde recht op vrijheid van meningsuiting is niet onbeperkt, maar Lichtveld heeft niet zomaar wat geroepen. Hij heeft zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend uitgelaten ter signalering van misstanden die de samenleving raken. En hij heeft de grondslag daarvan goed gedocumenteerd.

Een van de opvallendste grieven van het advocatenkantoor is dat in een kleine samenleving als die van Curaçao de vrijheid van meningsuiting anders moet worden uitgelegd dan in Europa (Nederland). In een kleine samenleving hebben uitlatingen sneller en ingrijpender negatieve en mogelijk ernstige impact, wat een beperking van de vrijheid van meningsuiting rechtvaardigt, aldus het advocatenkantoor.

De rechters vegen dit argument van tafel. In een kleine gemeenschap mogen mensen elkaar misschien eerder kennen en rekening houden met de onderlinge sociale en familiare banden. Ook is het begrijpelijk dat er in conflictsituaties rekening wordt gehouden dat je elkaar bij een volgende gelegenheid weer tegenkomt en nodig hebt en dat daardoor de neiging bestaat zich minder snel negatief over de ander uit te laten dan in een grotere samenleving. Maar het Hof ziet in die omstandigheden geen aanleiding om voor Curaçao een andere norm te hanteren dan die elders onder de werking van artikel 10 EVRM geldt (vrijheid van meningsuiting).

Het mag zo zijn dat men op Curaçao terughoudend is in het leveren van kritiek op anderen, dit is volgens het Gerecht nog geen reden om deze gewoonte tot de norm te verheffen met als consequentie dat het uiten van een kritische mening of het aan de kaak stellen van een misstand eerder tot een onrechtmatige daad leidt.

Sterker nog, het is goed voorstelbaar dat juist het ontmoedigen van het bespreekbaar maken van schendingen van de hier geldende normen en regels eraan zou bijdragen dat norm overschrijdend gedrag kan voortbestaan en groeien. Tegen die achtergrond is het dus juist onwenselijk om de norm bij te stellen, zoals het advocatenkantoor graag wil.

De opmerking van Lichtveld dat het advocatenkantoor een onguur en louche advocatenkantoor is, wordt door het Gerecht toegestaan. Deze kwalificatie hangt onmiskenbaar mede samen met de beschuldiging dat het advocatenkantoor het conceptrapport niet aan Sona heeft verstrekt en geen hoor en wederhoor heeft toegepast. Tegen de afspraken in. Bovendien komt de naam van het kantoor voor in de Panama Papers en is er een strafrechtelijke veroordeling van een van de oprichters en naamgevers van het kantoor.

© AVC | FCW Legal is een louche advocatenkantoor en dat mag gezegd worden, Dick Drayer , geplaatst op 5 juni 2019 door redactie Knipselkrant curacao.

 

_________________________________

 

financieel beheer van Sint Maarten schiet ernstig tekort

Philipsburg – ,,Het financieel beheer van Sint Maarten schiet ernstig tekort”, stelt het College financieel toezicht (Cft) in verband met de jaarrekening 2016. De Stichting Overheidsaccountantsbureau (Soab) heeft een verklaring van ‘oordeelonthouding’ gegeven bij de jaarrekening 2016 voor het getrouwheidsaspect en een ‘afkeurende verklaring’ voor het rechtmatigheidsaspect. En de Algemene Rekenkamer Sint Maarten (ARS) oordeelt dat de jaarrekening 2016 ‘geen getrouw beeld’ geeft en dat niet wordt voldaan aan wet- en regelgeving.

Antilliaans dagblad, maandag 3 juni 2019.

------------------------

 

Het eiland Sint Eustatius, de opkomst van de VS en de ondergang van Nederland

‘De rijkdom van Sint Eustatius gaat je voorstellingsvermogen te boven’, schreef de Engelse admiraal George Rodney in 1781, vlak voordat hij de Nederlandse kolonie zou plunderen en de kooplieden van hun geld en goederen zou beroven. Het kleine eiland in de Caraïben werd de Golden Rock genoemd. Het was een vrijhaven waar iedereen van alles kon kopen, van slaven en goederen tot schepen en wapens.

Het eiland (kleiner dan Vlieland) kwam tot grote bloei tijdens de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog (1775-1783), toen de koloniën in Noord-Amerika zich wilden bevrijden van het Engelse moederland en de bewapening van de opstandelingen grotendeels plaatsvond via Sint Eustatius. Totdat de Engelsen hun kans schoon zagen en het eiland plunderden. Deze geschiedenis is mooi beschreven door Willem de Bruin, in De gouden rots. Op toegankelijke wijze laat deze oud-journalist zien hoe Sint Eustatius een rol speelde in de opkomst van de VS, maar tegelijk ook in de neergang van de Nederlandse Republiek.

Sint Eustatius schreef wereldgeschiedenis toen op 16 november 1776 vanaf Fort Oranje negen kanonschoten werden afgevuurd, ter begroeting van de Andrew Doria, een schip dat voer onder een Amerikaanse vlag en dat op het eiland wapens en munitie wilde kopen. Gouverneur Johannes de Graaff was niet alleen de belangrijkste bestuurder op het eiland, maar ook één van de belangrijkste handelaren – iets wat grote gevolgen zou hebben. Het was destijds gebruikelijk dat handelsschepen een saluut afvuurden, dat vanaf het fort werd beantwoord als teken van vriendschap. Maar de Andrew Doria was geen koopvaardijschip meer, maar omgebouwd tot oorlogsschip. De Graaff moet dit hebben geweten, hij en de andere kooplieden op het eiland verdienden goed geld met de legale, maar vooral met de illegale handel met de Verenigde Staten. De Nederlanden hadden Engeland beloofd dat ze in het conflict met de Amerikaanse opstandelingen neutraal zouden blijven, maar dit was voor de Engelsen het zoveelste bewijs van de onbetrouwbaarheid van deze Europese bondgenoot.

Het saluut dat op 16 november 1776 klonk vanaf Fort Oranje was de eerste keer dat de vlag van de Verenigde Staten door een ander land officieel werd erkend. Ik denk niet dat de gouverneur destijds de impact van zijn daad zal hebben beseft, maar deze First Salute is belangrijk in de geschiedenis van de Verenigde Staten. Op Fort Oranje staat een plakkaat, in 1939 geschonken na een bezoek door president Roosevelt, waarop hij Johannes de Graaff persoonlijk bedankt voor de erkenning van zijn land. Het optreden van De Graaff luidde echter ook het einde in van Sint Eustatius als een paradijs voor dubieuze handelaren. De Engelsen grepen de First Salute aan om de vrijhaven te blokkeren en de handel te stoppen. Ook Admiraal Rodney boog daarbij de regels naar zijn hand, door zich een deel van de rijkdom op het eiland zélf toe te eigenen. In De gouden rots staat Willem de Bruin stil bij de dubbellevens van bestuurders en handelaren als De Graaff en Rodney en hoe hun hebzucht henzelf en het eiland ten gronde hebben gericht.

Het ‘verraad’ van de First Salute was voor de Engelsen een reden om de in hun ogen onbetrouwbare Nederlanders de oorlog te verklaren, een strijd die de militair zwakke Nederlandse Republiek nooit kon winnen. Deze zeeoorlog (1780-1784) was funest voor de Hollandse handel en luidde mede het einde in van de ooit zo machtige Republiek. Ook voor de Engelsen kwam deze oorlog echter uiterst ongelegen, omdat die de aandacht afleidde van de opstandige Amerikanen, die nog altijd streden voor hun onafhankelijkheid, die de Verenigde Staten in 1783 daadwerkelijk wisten te bereiken. Op Sint Eustatius waren ondertussen de Engelsen van het eiland gejaagd door de Fransen (bondgenoten van de Amerikanen), die het eiland later weer teruggaven aan de Nederlanden. Maar met het einde van de ‘Hollandse glorie’ verloor ook de Caribische vrijhaven Sint Eustatius haar belang. De Verenigde Staten konden nu zélf met iedereen handel drijven en hadden ze de achterdeur van Sint Eustatius niet meer nodig. Willem de Bruin beschrijft ook uitgebreid deze neergang van het eiland.

Het is ook interessant om te zien hoe in deze geschiedenis steeds dezelfde familienamen terugkomen die nu nog altijd een grote rol spelen op Sint Eustatius en op Saba en Sint Maarten. Zoals die van de familie Heyliger – Johan Heyliger was de voorganger van Johannes de Graaff, die weer trouwde met een Maria Heyliger. Deze oude families hebben nog altijd veel invloed op de eilanden.

(C) Column Ronald van Raak, geplaatst op 2 juni 2019 door redactie knipselkrant curacao

______________________ 

Recipe for resilience?

Though the severity of the impacts from Irma was very much linked to the nature and extent of the storm itself, the disaster was made worse by the deteriorating relationship between the island’s political elite and the Dutch government. The situation was further compounded by the collapse of the then government, largely due to its inability to secure the muchneeded relief aid promised by the Dutch government. The result has been a significant delay in state-led disaster relief and rebuilding efforts on the island and a growing tendency by both governments to recast and reframe the disaster as an opportunity to re-invent and re-imagine a new and different future for Sint Maarten. Resilience has become a catch-phrase for recovery efforts in the island.

Within the disaster management literature, resilience is often measured based on the capacity and pace at which a given social system can return or “bounce back” to some semblance of normalcy after a disaster (Bruneau et al. 2003; Klein et al. 2003).

These mainstream definitions of resilience have been criticized by a growing body of work, that point to the tendency for resilience programming to encourage the preservation of the status quo by directing attention and resources away from addressing the persistent and underlying structural inequities that rendered the system vulnerable in the first place (Pelling 2011). Basically, in the disaster literature, the idea of “bouncing back” suggests a return to a pre-disaster state, which predisposes the system to the same or similar kinds of vulnerabilities and threats.

Linked to this, is a growing discontent with the concept’s general failure to engage with issues of equity and power (Matin et al. 2018). More recently, there has been an attempt to re-theorize resilience thinking by aligning the concept with notions of “bouncing forward” or “building back better” (see, for example, Manyena 2006). Here, disasters are seen as providing a unique opportunity for society to not only learn and reorganize itself, but to pursue longer term strategic adaptation goals (Adger et al. 2005; O’Brien et al. 2010). In other words, disaster resilience is seen as a catalyst for development and innovation, for not only doing things better, but also for promoting positive and transformative change by “doing [things] differently” (Paton and Johnston 2006; O’Brien et al. 2010: 499).

Ideas around resilience or “build back better” are not necessarily transformative, and may reinforce rather than challenge existing patterns of (mal)development. For instance, the overwhelming focus on restoring beachfront resort properties, might actually serve to increase the island’s vulnerability to future Mid-Atlantic hurricane activities. Moving forward, greater attention must be given to the underlying structures that have made Sint Maarten vulnerable in the first place. Strengthening government institutions, improving mechanisms of transparency and accountability, and enhancing the country’s disaster management systems, are few obvious areas that need urgent attention. But Irma also illuminated the highly uneven political economic relationship that exist between Sint Maarten and the Netherlands. Sint Maarten’s over-reliance on the Netherlands for disaster aid, and the fragile nature of Kingdom relations, is partly responsible for the slow progress in recovery efforts to date. Certainly, this raises questions about the country’s future, within a context of growing climate uncertainty and non-sovereignty.

© Kevon Rhiney, Rutgers University, “ recipe for resilience? Tracing the Biopolitics of Sint Maarten’s Recovery Efforts after Irma.”, published August 2018. Kevon Rhiney is assistant professor  (Ph.D., University of the West Indies), the Department of Geography.

 

------------------------------------

 

Reverse

,,De verklaring … dient gezocht te worden in het gaandeweg optreden van een gebrek aan politieke lenigheid als gevolg van een bewind van merendeels dezelfde personen, die hun politiek overwicht als vanzelfsprekend waren gaan zien, en hun contacten met vakbeweging … en politieke achterban in het algemeen, waren gaan verwaarlozen.” ,,Onder de oppervlakte van een schijnbaar vreedzaam samenleven  …… hadden zich als gevolg van reële, maar soms ook vermeende, ongelijke kansen in de …. samenleving gevoelens van frustratie opgehoopt die op die dag ongeremd tot uiting kwamen.”

© Paul Comenencia, gepubliseerd in KKCuracao 30 mei 2019.

Toen ik de bovenstaande tekst las dacht ik eerst dat het over de actuele situatie hier op Sint Maarten ging, of elders op een Caribisch eiland, want op veel eilanden loopt niet alles helemaal soepel . Het ging echter over de woorden uit een beoordelingsrapport van de Onderzoekscommissie 30 mei 1969 over de over de oorzaken van de geweldadige uitbarstingen op 30 mei 1969 op Curacao.  Oeps....

30 mei 2019

----------------

 

De Schaduw van Kleur; hoe is dat op Sint Maarten?

Naar aanleiding van onderstaand artikel vragen mensen mij hoe dit op Sint Maarten is.

Ik kan alleen maar zeggen dat het naar mijn ervaring niet helemaal hetzelfde is als op Curacao. Ik heb de indruk dat hier de groep blanken ook kleiner is dan op Curacao. Hier betreft een groep die ongeveer 6% van de bevolking uitmaakt. Ook hier is het wel zo dat een aantal blanke mensen participeren in de belangrijkere beroepen en succesvolle ondernemingen (directeur/ondernemer, juristen/advocaten, adviseurs). Toch betekent die 6% ook dat de overige 94% dus van andere herkomst is (Afro-Caribisch, omliggende eilanden, Curacao, Aruba, Dominican Republic, Haiti, India, China). Een behoorlijke mix, dus. In totaal 75 bevolkingstypen. Die bevolkingsgroepen mixen niet echt, zo heb ik eerder al eens opgeschreven. Men leeft over het algemeen vreedzaam naast elkaar, maar veel mix tussen groepen is er niet, zo is mijn indruk.

Juni 2019

____________________________

 

De Schaduw van Kleur

Op Curaçao betekent mijn witte huid nog vaak ‘je hoort er niet bij’

Het is een taboe, maar de tint van je huid doet ertoe op Curaçao. En dat wordt je als witte Nederlander op PVV-achtige wijze ingepeperd.

Volgende week is het vijftig jaar geleden dat Willemstad in brand stond. 30 mei 1969 staat in het geheugen gegrift van iedereen op Curaçao. De zwarte arbeidende klasse trok er ten strijde tegen de lichtgekleurde elite en Nederlanders. De dag leidde tot de versnelling van de emancipatie van zwarte Curaçaoënaars. De koloniale kwelgeest kreeg een knauw, want witte Nederlanders moesten nu echt hun plaats kennen. Een halve eeuw later vinden zwarte Curaçaoënaars dat de makamba’s (Papiaments voor ‘witte Nederlanders’) hun plaats nog steeds niet kennen. In zekere zin hebben ze gelijk: de etnische groep waartoe ik behoor, trekt hier economisch nog steeds stevig aan de touwtjes.

Het negatieve imago van een donkere huidskleur is na 1969 niet fundamenteel veranderd. Dat merkte filmmaker Angela Roe; haar tante vertelde haar dat ze het niet moest wagen met een donkere vriend thuis te komen. Dat was voor haar aanleiding om ‘Sombra di Kolo’ (‘De schaduw van kleur’) te maken, die in 2014 in première ging. Volgens Roe wordt er op Curaçao altijd gedacht in kleur, maar praten erover doe je niet. Met ‘Sombra di Kolo’ wilde ze het taboe daarop doorbereken.

Ik sprak haar na het uitkomen van de film. Het gesprek werd een felle discussie. We waren het met elkaar eens dat het kleurtaboe verstikkend werkte, maar wat ze zei over witte mensen, kon ik niet volledig beamen. Jullie, zei Roe tegen me, “hoeven niet na te denken over je kleur. Jouw kleur is altijd de juiste kleur.” Hoezo, juist? Ik moet juist opboksen tegen een koloniale erfenis die me door mijn kleur in de schoenen wordt geschoven. Mijn witte huid is op het Curaçao van na 30 mei 1969 eerder een obstakel geworden. Mijn kleur staat vaak symbool voor: ‘je hoort er niet bij.’

De laatste jaren verscherpen de tegenstellingen. Dat merkte ik toen ik in april vorig jaar voor het NOS-journaal wilde berichten over de gevaarlijke en overbevolkte gevangenis in Koraal Specht. Ik stond voor het toegangshek klaar om verslag te doen, toen de politie me het werken onmogelijk maakte. Ze gingen tussen mij en de camera instaan – en zagen niet dat de camera al liep.

Het leverde een aardig filmpje op. Dat kwam op sociale media terecht. De reacties stroomden binnen. Die lieten zich naar kleur verdelen. De witte Nederlanders prezen me dat ik voor mezelf was opgekomen, de zwarte Curaçaoënaars hadden er geen goed woord voor over dat ik geen nieuwtestamentisch ontzag had voor de overheid en beten me op PVV-achtige wijze toe dat ik op moest hoepelen naar mijn eigen land. Want ik was een “grote lul, net als al die andere Nederlanders. Geen een deugt. In hun eigen land halen ze zulke klotestreken niet uit. Ik vervloek deze fucking witte mensen, haat ze.”

 

Debatten op Curaçao verlopen vaak langs kleurlijnen, stelt Hester Jonkhout, mijn Curaçaose cameravrouw. Ze is wit, wat wijst op het feit dat haar voorouders vroeger boven in het slavenschip zaten. Ze noemt kleur ‘de pijn van de samenleving’. Of het nu gaat over de raffinaderij op het eiland of over milieu, “binnen de kortste keren gaat het over zwart en wit, en wie er aan de verkeerde kant staat, terwijl dat er bij veel discussies helemaal niet toe zou moeten doen. De kleurenkwestie splijt Curaçao.”

Waar gaat het fout? Die vraag leg ik voor aan twee antropologen, de zwarte Rose Mary Allen en haar witte Nederlandse collega Ieteke Witteveen. Ze hebben aan beide zijden van de oceaan gewoond en gewerkt. Allen en Witteveen kennen Makamba en Yu’Kòrsou (Curaçaoënaar), en de onuitroeibare clichés over koloniale Nederlanders en corrupte Antillianen, de betweterige makamba en de luie Yu’Kòrsou.

Volgens hen gaan makamba’s vaak recht op hun doel af, terwijl de Curaçaoënaar eerst groet. Je ziet het daar al fout gaan. De Nederlander vindt het maar omslachtig, dat gegroet van mensen die je niet kent. Waar is dat goed voor? Voor de Curaçaoënaar is groeten een teken van respect, en respect is het sleutelwoord in de Curaçaose cultuur. Maar als buitenstaander dat respect verwerven, dat valt niet mee – als je doelgericht je mening geeft, ideeën aandraagt en initiatief neemt. Dat zijn deugden die ik vanuit Nederland heb meegekregen, maar die op Curaçao maar matig worden gewaardeerd. Je wordt daardoor, aldus de antropologen, al gauw gezien als betweter en arrogant; omgekeerd ziet de Nederlander de minder assertieve Curaçaoënaar al snel voor lui aan.

De inmiddels en veel te vroeg overleden Curaçaose antropoloog Lionel Brug wist dat goed uit te leggen. In een workshop over culturele verschillen zette hij witte Nederlanders en zwarte Curaçaoënaars bij elkaar en gaf ze als groep een opdracht; ze moesten zelf maar zien hoe ze die uitvoerden. De deelnemers lazen het uitgedeelde A4’tje met de opdracht – en toen bleef het stil. De Nederlanders keken rond, de Curaçaoënaars staarden naar hun blaadje. Tot een van de Nederlanders zei dat hij een idee had hoe de opdracht uit te voeren. Dat leverde meteen verwijten over en weer op. Die Nederlander moest zo nodig weer de leiding nemen. Maar, reageerde de Nederlander, niemand deed wat, daarom opperde ik een idee om te helpen.

Brug vertelde me, dat het vaak zo ging en hij geloofde dat het leren van elkaars motieven in de onderlinge interactie zou bijdragen tot begrip: “wat een Curaçaoënaar betweterig vindt van de Nederlander, is wellicht een onhandige poging van die Nederlander om behulpzaam te zijn. Check het!”

Respect verdienen en het uiten: het is cultureel moeilijk overdraagbaar en de verschillen zijn lastig te overbruggen. Dat compliceert mijn werk als witte Nederlandse journalist op Curaçao, met mijn kritische-journalisten-bagage. Als ik een politicus interview en hem na een minutenlange monoloog onderbreek, krijg ik te horen dat ik ‘geen respect heb’. Schrijven over corruptie, vriendjespolitiek, milieuvervuiling en kindermisbruik heet hier ‘de vuile was buitenhangen’. En dat is ongepast, zeker voor een makamba. “Waarom doe je dat niet in Nederland”, krijg ik vaak te horen. “Daar is net zo goed corruptie.”

Samenleven op Curaçao is manoeuvreren, zoals filmmaker Angela Roe aan het begin al zei, rekening houden met kleur. Daarbij zijn de zwart-witverschillen nog het meest zichtbaar, maar in wezen overzichtelijk. Als ik Roe’s film mag geloven, zijn de nare reacties die ik van zwarte zijde krijg nog mild vergeleken met wat Curaçaoënaars elkaar onderling toewensen op basis van subtiele tintverschillen. Er is, vijftig jaar na 30 mei 1969, wellicht minder veranderd dan ik eerst dacht. En zeker is dat het taboe op het praten daarover op Curaçao nog steeds niet is geslecht.

© Trouw Trouw, Op Curaçao betekent mijn witte huid nog vaak ‘je hoort er niet bij’, geplaatst op 26 mei 2019 door redactie Knipselkrant Curacao, Essay over huidskleur | Door Dick Drayer

In 2 dagen 38 reacties na plaatsing; blijkbaar een onderwerp dat reactie oproept. Alleen het niveau ervan ligt – zoals ik het beleef - in lijn met de constateringen van het artikel; veel zwart wit, zonder nuances. Hieronder twee die mij wel aanspraken.

 

Henk1 |  27 mei 2019 om 12:13 | 

Als we iedereen behandelen zoals we zelf behandelt willen worden komen we al een heel eind. Kliekvorming komt ook hier voor, onder NL wel te verstaan. Na een aantal jaren in Calif., zelfs NZ en een aantal jaren met mijn ouders in Australië te hebben gewoond heb ik als jong kind best de Nederlandse zgn kliekvorming wel meegekregen. Ik kan me zelfs nog een buurman in Wellington herinneren die zo ongelooflijk gebrekkig Engels sprak dat zijn kinderen op school als tolk moesten fungeren. Ik was 12 jr destijds. Als ik dan zo’n discussie hier volg denk ik ‘het mes snijdt aan 2 kanten’.

Brian S |  27 mei 2019 om 10:03 | 

Mooi weer om de kleur verschil nadrukkelijk te zetten op wit en zwart, maar vergeet meneer de journalist Dayer heel eventjes dat op Curaçao de nazaten van de indianen zich ook nu YDK noemen. Om ook niet te vergeten de aziatiche gemeenschap op de eiland die zich ook YDK noemt.

Erg leuk CI, maar je weet ook dat zij door de afro-caribische YDK niet als YDK worden gezien. Net zoals de latinos, Haitianen, libanezen etc.

Renée van Aller |  26 mei 2019 om 23:06 | 

Excellent artikel. Overgevoeligheid voor kleur is bekend in Curaçao. Hoe geïntegreerd men ook is en hoe vloeiend men Papiamento ook spreekt, dat schijnt niet te helpen. Daar hadden wij gelukkig in Aruba geen last van. Het werd gewaardeerd als makamba’s hun best deden de mores van het eiland te begrijpen en te volgen en de taal te spreken. Wellicht moet dushi Korsou een andere tactiek volgen? Want zo blijft kleur een twistappel. Terwijl wij allen naar Gods beeld en gelijkenis zijn geschapen. Of wel, behandel iedereen, zoals je zelf. Minacht niemand om zijn kleur of afkomst. Dat is minderwaardig en leidt tot haat zaaien tegen anderen. En moeten wij onze naasten niet lief hebben zoals wijzelf, zwart, wit of koffiekleurig?.

 

Interview met filmmaakster Angela Roe (geplaatst naar aanleiding van bovenstaand artikel)

Hoe praat je over ras? En op welke manier is huidskleur gekoppeld aan klasse? Het zijn vragen waar de Curaçaose documentaire SOMBRA DI KOLÓ (vert. De schaduw van kleur) een antwoord op zoekt. De film van antropologe Angela Roe en filmmakers Selwyn de Wind en Hester Jonkhout is onthullend, maar brengt ook nuances aan. Het is een eerlijke, insiders kijk op de Curaçaose maatschappij en brengt aan de hand van interviews met Curaçaoënaars uit verschillende lagen van de samenleving, de rol die huidskleur speelt tijdens het dagelijks leven in kaart.

Angela Roe: De film is een onderzoek naar racisme op Curaçao. Ik ben in Nederland opgegroeid, maar mijn moeder komt van het eiland. In Nederland heerst er een taboe op het praten over huiskleur en racisme, maar toen ik op Curaçao ging wonen, merkte ik dat het taboe daar net zo hard was. Dat wekte mijn interesse als antropologe. Waar komt dat vandaan? En hoe is kleur gekoppeld aan klasse? Mijn eerste idee was om een documentaire over de Tambú, een oude afro-caribische drumtraditie, te maken en dan vandaaruit op het onderwerp kleur uit te komen. Dat plan liep op niets uit, maar ik merkte wel iets opvallends. Wanneer mensen me gewoon op straat of in de supermarkt vroegen waar ik mee bezig was, dan kwamen ze met allemaal verhalen als ik zei dat ik over huidskleur en ras een onderzoek deed. Dat was opvallend. Mensen praten er niet thuis of met collega’s over en zullen er nooit uit zichzelf over beginnen, maar wanneer ik er naar vroeg dan barstte iedereen los. Er was duidelijk een behoefte om er over te praten. Toen dacht ik: dan vraag ik het gewoon recht op de man af.

Wat dan ook opvalt is hoe openhartig de geïnterviewden, ondanks de taboesfeer, vertellen over racisme en verschillen in huidskleur.

In de documentaire hebben we dertig Curaçaoënaars uit vijf verschillende wijken geïnterviewd. Ik had maar één vraag: vertel me iets over kleur. Toen ging het eigenlijk vanzelf. Of nou ja, we zijn eerst wel twee a drie keer bij iedereen langs geweest zonder camera, om een persoonlijke band op te bouwen. We wilden laten zien dat we te vertrouwen waren en dat we goede bedoelingen hadden. We wilden ze niet gebruiken, maar ze juist een stem geven.

Een groot contrast met Nederland, waar we snel naar zwart-witdenken neigen, is dat er op Curaçao een grote diversiteit aan huidskleurtypes onderscheiden wordt.

In Brazilië heb je wel meer dan tweehonderd benamingen voor verschillende typen huidskleuren. In onze film worden er vijf a zes genoemd, maar die vormen wel een sociale hiërarchie op het eiland: hoe lichter je bent, hoe hoger je sociale status. Dat heb ik als ingang in het verhaal gekozen, mijn tante die me waarschuwt: kom vooral niet met een zwarte man thuis, neem iemand die lichter is. Drecha rasa, noemen ze dat op Curaçao: een kind krijgen met iemand die een lichtere huidskleur heeft dan jou. Als je kinderen lichter van kleur zijn, zullen zij betere kansen hebben in de samenleving, en hun kleur verhoogt wellicht ook je eigen sociale status. In de koloniale tijd was dat misschien een noodzakelijke overlevingsstrategie, maar dat er nog steeds zo over gedacht wordt, was voor mij een echte schok. Gaandeweg ontdekte ik dat het op Curaçao niet gek gevonden wordt. In Zuid-Amerika, het Caribisch gebied, en veel andere voormalige koloniën is dat colourism veel normaler dan in Noord-Europa.

Er is een bekende uitspraak in het Papiaments: Ora bo tin tiki koló. Dat betekent: als je maar weinig kleur hebt. Het duidt op de neiging om er automatisch vanuit te gaan dat je hoger op de sociale ladder staat wanneer je een lichtere huidskleur hebt. Er zijn mensen die hun status verlenen aan de kleur die ze hebben.

Zien jullie dat er in die sociale hiërarchie veranderingen optreden?

We spraken een meisje wiens oma zei dat ze blij was dat al haar kleinkinderen lichter waren dan haarzelf. Het maakte hun leven makkelijker, vond ze. Die realiteit van white privilege is nog steeds aanwezig op het eiland. De reden waarom mensen lichtere kinderen willen is nog niet weg – en dat zal wel nog niet ophouden. Toch zijn er langzaamaan wel veranderingen. Kijk je tegenwoordig bijvoorbeeld naar het bedrijfsleven, dan zie je zwarte mannen en vrouwen aan de top. Dat was vroeger echt niet denkbaar.

Wat me opviel tijdens het filmen is dat iedereen zich wel van discriminatie bewust is, maar dat er wel met een bepaalde gelatenheid over gesproken wordt. Zo van: wat kunnen we er aan doen, zo is het nu eenmaal. Er is nog niet voldoende besef dat dit echt niet oké is, en dat het echt niet zo hoeft te zijn. Je ziet wel dat deze film iets losmaakt, maar of het echt iets gaat veranderen?

We hebben de documentaire nu zo’n veertig keer vertoond op het eiland. Wat je merkt is dat mensen graag willen praten, hun ervaringen delen met de rest van de zaal, en dat de film hen de mogelijkheid biedt om hun ervaringen met racisme en discriminatie te verwoorden. Dat is volgens mij de sleutel: veel praten om bewustwording te kweken.

© Guus Schulting (augustus, 2015), origineel gepubliceerd op http://www.thecultcorner.com

Een onderwerp dat opvallend weinig naar voren komt in de verhalen is het slavernijverleden van Curaçao. Roe vindt dit jammer, maar het verbaast haar niet: “Als ik kijk naar het monumentenbeheer op Curaçao bijvoorbeeld, dan zie ik dat het Nederlands erfgoed enorm in de spotlights staat. De grote landhuizen en herenhuizen worden bewaard, de slavenhuisjes veel minder. Ook in musea komt het lokale slavernijverleden er toch wel bekaaid vanaf. Mijn vermoeden is dat dit deels door schaamte komt: er hangt zoveel schaamte om het thema van slaaf-zijn heen dat mensen daarmee gewoon niet geassocieerd willen worden. Maar het is ook politiek: de overwegend witte eilandelite wil mensen niet herinneren aan het onrecht dat tot vandaag toe doorloopt.”

Hoewel Roe de film speciaal heeft gemaakt voor Curaçao is hij inmiddels ook in Suriname, Mexico en de Verenigde Staten vertoond. De reacties zijn unaniem positief. “Wat ik zo bijzonder vind, is dat mensen overal zeggen: ‘Ik herken dit. Ik kom uit Haïti - of Jamaica, of Trinidad - en daar is het hetzelfde.’

Het publiek bestaat over het algemeen uit “een hele goede mix van wit en bruin”. “De zaaldiscussies na afloop van de film zijn daardoor ook erg leuk. Ik heb nooit een discussie meegemaakt waarbij het misging, waarbij mensen boos werden of huilend wegliepen. Dan denk ik van ja, we kúnnen dus wel praten over dit onderwerp. Maar je moet wel de toon beheersen.”

Roe hoopt dat Sombra di Koló ook Curaçaose politici aan het denken zet. “Racisme staat niet op de politieke agenda van Curaçao. De Verenigde Naties hebben in een rapport zelfs hun zorgen geuit daarover.” Tot dusver heeft ze geen reacties gekregen vanuit de politiek. “Misschien is men bang voor escalatie. Maar als je een dialoog start wanneer de sfeer rustig is, kun je het heel goed in de hand houden. Als er helemaal geen aandacht aan wordt besteed door de overheid, dan gaat het op een gegeven moment mis. En natuurlijk zijn er altijd politici die zout in de wonden willen strooien, die het gesprek niet constructief willen aangaan. Maar het kán wel.”

Tekst: Carline Lucassen, http://archive.worldcinemaamsterdam.nl/nl/nieuwsarchief/2332-interview-angela-e-roe, 17 augustus 2016

 

Discriminatie, armoede en rijkdom

Treffend begin van de documentaire is dat mensen ontkennen dat ze gediscrimineerd worden. Bij verder doorvragen blijkt dat er wel degelijk discriminatie is, vaak onderhuids. Praten over huidskleur is bij voorbaat pijnlijk. In hoeverre is er een connectie tussen huidskleur en sociale klasse? Het feit dat je in een achterstandswijk woont, is niet bevorderlijk voor een plaats op de arbeidsmarkt. Dat er sprake is van een opkomende zwarte middenklasse, betekent echter dat er vooruitgang wordt geboekt.

Huidskleur zou geen bepalende factor moeten zijn in een samenleving. De eeuwenlang bestaande hiërarchie en vooroordelen verdwijnen helaas niet zomaar. Dat heeft in grote mate te maken met het koloniale verleden; het feit dat Curaçao twee eeuwen lang een doorvoerhaven was voor de slavenhandel.

Tussen zwart en wit zijn talrijke gradaties aan te brengen. Wanneer mensen bekennen dat ze liever een partner met een lichtere huidskleur hebben, is dat wrang. Zo houden mensen ongewild ongelijkheid in stand. Opvallend ook dat zwarte piet een scheldwoord is onder de schooljeugd op Curaçao.

Het mooiste van deze documentaire is dat de bevolking op Curaçao vol humor en energie zit, en dat er wel degelijk hoop is op een betere toekomst.

Ulrik van Tongeren, 21/08/2015, World Cinema Festival Amsterdam

 

------------------------------------------------------

 

Driemaal scheepsrecht bij Julianabrug

Niemand raakte gewond, maar de schade was enorm 
Willemstad – Driemaal is scheepsrecht. Dat ging gisterochtend zeker op aan de voet van de Julianabrug bij Domi. Daar was eerst een auto tegen een muur gebotst.
Toen Forensys ter plaatse was om namens de verzekering de schade in kaart te brengen, schoof een tweede auto van de weg tegen dezelfde muur.
Een derde chauffeur sloeg even later zelfs over de kop en vloog tegen de spookmuur. Niemand raakte gewond, maar de schade was enorm.

 
Reacties op “CuracaoNieuws | Driemaal scheepsrecht bij Julianabrug”
Curacao revisited | 31 mei 2019 om 18:25 |
Nu maar hopen dat niemand bij ennia verzekerd is.
kaat | 31 mei 2019 om 18:03 |
Maar wel ‘n hoop gedoe over wa-verzekering, vooral monk , dronkebroer, die zoveel meer delicten heeft gepleegd, insiders kunnen alsnog aangifte doen.
Commentpolis | 31 mei 2019 om 17:01 |
@Trui en @LaStiwz: het ging net lekker. Ik heb geen zin meer in weer een bitch fight.
m.v.g. Commentpolis
LaStiwz | 31 mei 2019 om 17:00 |
@Trui: had kunnen zijn, maar dan is de berichtgeving onvolledig.
Als ik met mijn auto tegen een muur rijd, is de schade inderdaad enorm.
Aan de muur welteverstaan.
Trui | 31 mei 2019 om 16:48 |
‘maar de schade was enorm’… was een van de auto’s dan die van La Stiwz?

 

(C) CuracaoNieuws | Driemaal scheepsrecht bij Julianabrug, geplaatst op 31 mei 2019 door redactie KKcuracao

Dit bericht werd geplaatst in _Curacao, Curacao Nieuws, Persbureau Curacao, Politie & Justitie.

 

-------------------------------------

 

Nieuw onderzoek TNO naar wegbelijning na vrijspraak bij inhaalverbod

Er komt een onderzoek naar de belijning van wegen op Curacao. Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning Zita Jesus-Leito zegt dit naar aanleiding van kwijtschelding van een boete voor het inhalen op de weg bij Zegu en Grote Berg.

Volgens de rechter was de wegbelijning dermate vervaagd dat de beboete man niet kon weten dat er een inhaalverbod was. Hieruit kan ook de conclusie worden getrokken dat de borden ter plekke ook niet voldoen. Als het verbodsbord voor inhalen op de juiste plek had gestaan, dan was de man hoogstwaarschijnlijk niet vrijgesproken.

Medio 2016 werd door toenmalig verkeersminister Suzy Camelia-Römer met veel bombarie een nieuwe methode van wegbelijning aangekondigd. Dit zou de problemen van belijning oplossen, aldus Camelia-Römer destijds. Niets is minder waar en dus laat Jesus-Leito nu door TNO in Nederland een onderzoek uitvoeren naar het hoe en waarom van de slechte wegbelijning op ons eiland.

Sint Maarten kent eenzelfde situatie waarbij de pas aangebrachte belijning eigenlijk na een paar weken al minder zichtbaar wordt en binnen 3maanden is verdwenen. Ik denk dat het iets te maken heft met de kwaliteit van het product dat wordt ingekocht. De duurzame strepen die lang blijven zijn gewoon een stukje duurder dan de eenvoudige verf die eu op de weg wordt aangebracht. Ik vermoed dat dit ook de cobnclusie zal zijn van TNO. 
 
_____________________________________

 

Geen bekeuring door slechte wegbelijning

De politie kan geen bekeuringen meer uitschrijven als de wegbelijning slecht zichtbaar is of ontbreekt. Dat is de strekking van het vonnis van de verkeersrechter.
Een man had ingehaald bij een doorgetrokken streep. De doorgetrokken belijning daar ontbreekt grotendeels. Volgens het gerecht moet de overheid nieuwe strepen zetten als ze wil dat de politie handhavend optreedt.

Bron: DolfijnFM, Geplaatst op 10 mei 2019door

De meeste belijningen worden aangebracht met een type verf die na een paar maanden door alle weer en verkeersinvloeden alweer is verdwenen. Dus inderdaad zijn er nogal wat wegvakken die geen of onvolledige belijningen hebben. 

______________________________

 

Zalig armen van geest

Deze week belandde ik in een discussie over de stijging van benzineprijzen.  Dat dat toch erg vervelend was en hoe we daar mee moeten omgaan: een zuinigere auto kopen misschien, minder rijden, meerijden met iemand anders etc.

Een van de deelnemers aan de discussie gaf aan dat hij niet begreep waar wij ons nu eigenlijk zo druk over meekaten want hij heft nergens last van. Tone werd gevraagd hoe dat dan kwam zei hij: "ik geef aan de pompbediende al jaren lang een vast bedrag van 50 gulden en daarvoor tankt hij mijn auto met benzine. Dat bedrag is alle jaren hetzelfde gebeleven. Ik heb geen last van prijsverhogingen dus ik begrijp jullie niet".

Kijk dat is pas een antwoord. Niks geen problemen !

(C) Mei 2019

. ___________________________________

 

Integrity

"We have to be honest that there are integrity issues in our Caribbean countries. In all three countries, the Prosecutor’s Office investigates or prosecutes politicians, or had them convicted,” she said.
Van der Sluijs-Plantz spoke about the culture of corruption versus integrity. “What do the wrongdoings say about our political culture? How do we explain that politicians convicted for integrity violations still maintain a large number of followers? Do those followers understand that their interests were also harmed? Why would stealing from the community be more acceptable than the crime of an ordinary thief?”
Has politics in the countries become a silent accepted business model, from vote-buying to buying influence on government decisions, wondered Van der Sluijs-Plantz. “I help you if you help me, so that I can help myself. Is that the political culture that we have and want?”
She said she was encouraged by the new faces in the public domain who demand change. “That is a positive mindset. It gives hope.” Hopefully, the voters will also see that things have to change, “that a vote for another way of politics yields much more than the instant gratification of 100 dollars and a T-shirt during the elections.”
She said that while there were sufficient ambitions and much had been achieved within a short period, the political instability and lack of continuity since 2010 when Curaçao and St. Maarten became autonomous countries within the Kingdom had not been conducive.

While the countries do realise that they carry a big responsibility, they are also confronted by big social, economic and financial challenges, said Van der Sluijs-Plantz.

“They have to juggle the priorities. Focus is needed to make choices; time is needed for solid preparation and time to execute. This screams for more continuity. It is absolutely necessary that the governments can more often complete their term,” she said.

Van der Sluijs-Plantz asked the audience to take note of the South-African Ubuntu philosophy [I am, because you are]  which puts humanity, being one and empathy towards others central. “We will make our countries stronger if we keep looking for synergy. If truth and reconciliation are a bridge too far, let us at least embrace the Ubuntu philosophy, because we have lost it along the way.”

Member of the Kingdom Council of State, Maria van der Sluijs-Plantz of St. Maarten, guest speaker at a well-attended lecture of the Antillean Network Association VAN in The Hague, (C) April 20,2019 by Daily Herald

______________________

 

Geld voor raffinaderij verdwenen

Oranjestad – ,,Een bedrag van 180 miljoen dollar, geld dat bestemd was voor de renovatie van de raffinaderij, is verdwenen.” Dat zei minister-president Evelyn Wever-Croes gisteren tijdens een persconferentie.

De premier vertelde dat de nieuwe top van olieraffinaderij Citgo geen vertrouwen heeft in Aruba en daarom geen gebruik wil maken van de vrijstelling van de Amerikaanse autoriteiten om geld over te maken naar het eiland. De bewindsvrouw heeft daar alle begrip voor, want ‘als er 180 miljoen kan verdwijnen, kan er met 15 miljoen ook van alles gebeuren’.

Volgens Wever-Croes beschuldigen de nieuwe topmensen van Citgo de Arubaanse autoriteiten van betrokkenheid bij de verdwijning van het geld. Zelf zegt ze geen aanwijzingen te hebben van betrokkenheid van de vorige regering bij de kwestie, maar die wel te willen onderzoeken. ,,Bij alle problemen die we al hebben, komt dit er ook nog bovenop.”

Vanwege het stilleggen van de werkzaamheden aan de raffinaderij, is Citgo bezig afscheid te nemen van de vaste medewerkers, met een gepaste ontslagvergoeding. De aannemers hebben al eerder te horen gekregen dat hun diensten niet meer nodig zijn.

Bron: 16 april 2019 Antilliaans Dagblad

 

---------------------

 

Let us not wait until it's too late

 

Last week a letter to the editor was placed in the Daily Herald of April 5th 2019 about the exchange rate of the Antillean Guilder against the US Dollar. The header stated: consider and decide asap.

After that, people asked me several times the last days to explain more in detail what happened in Suriname the last years regarding their currency, the Surinam dollar (SDR), also - as in our case - being connected to the US Dollar, so here comes some extra information on request.

 

The Central Bank of Suriname has maintained a fixed exchange rate with the US dollar for a long time. Until February 2011, the exchange rate was set at a rate of SRD 2.70 per 1 US dollar. Later an exchange rate of 3.30 SRD per dollar was sought. In November 2015, the SRD devalued by 20% and the official exchange rate was 3.96 SRD per USD. At that time, around USD 4.30 SRD for a US dollar was already counted on the black market.

On 7 February 2016, the central bank announced that the currency was being disconnected. This measure was taken in connection with the falling revenues from oil and gold and the large expenditures by the Surinamese government, as a result of which the demand for the US dollar became relatively large and the value of the Surinamese dollar too low. Between November 2015 and March 2016, the rate of the SRD fell by 40% to 5.7 SRD per dollar. [Source text: Wikipedia, April 2019]

 

The Surinam Dollar (SRD) was linked to the US dollar because many imported goods are paid with the US currency. The link prevented sudden price fluctuations for the Surinamese consumer.

Surinamese consumers pay their products with Surinamese money, but the traders have to exchange the SRDs in US dollars to be able to buy the goods. They exchange the money at the banks, which in turn buy their dollars at the Central Bank.

Oil and gold were the main sources of currency for the Surinamese government, but due to the decreasing world market prices, these sources dried up quickly. In addition, the first Bouterse government has handled money from the treasury very generously, so that much more government spending has been made than was justified. [..] the US dollar became more and more expensive on the black market. The result: large price increases.

The Central Bank of Suriname has intervened many times over the past years to somewhat curb the rate of the Surinamese currency. The bank did that by selling US dollars to the market. In this way, almost half of the currency reserve of Suriname was rushed through in 2015.

Earlier, economists had warned that a persistent holding on to the link [between SDR and US Dollar] would lead to a drying up of the cash reserve in hard currency. "By stubbornly sticking to the link, aren't we flushing our last currencies through the sewer?" wondered Waddy Sowma of the Association of Economists in Suriname (VES). [source text: NOS.nl, 2016]

 

Now, the exchange rate is at the moment SRD 7.42 per US dollar !

A new devaluation of the Surinamese currency in the run-up to 2020 is unavoidable if the case is to be tackled cheaply ", according to Asiskumar Gajadien, member of Parliament, and member of the parliament committee on state spending, in Dagblad Suriname, July 1st 2018.

 

Has this anything to do with Sint Maarten? I elucidated it in the first article from last week that it might, if Curacao and (to a less extend) Sint Maarten are not succeeding to get the economy and the related finances in some harmony soon. Let us not wait please until the Central Bank of Curacao and Sint Maarten will let us know that problems might be showing up because then it might probably be a little late.

 

Geert van der Leest

placed in The Daily Herald, April 12th 2019

 

---------------------------

 

Consider and decide asap please

The exchange rate between the US Dollar and our Guilder and US Dollars is fixed for years. For every US Dollar you can get approximately 1,80 Guilders in change (or a little less). This exchange rate between both currencies can only continue when the economy and the thereto related money-flow is in a balanced pattern, meaning a certain balance between money coming into the Country, money going out of the Country, and the financial reserves of the Country (and the Central Bank of Curacao and Sint Maarten). Or better in this case, two Countries: Sint Maarten and Curacao because Sint Maarten and Curacao are having a monetary union.
This is nice as long as there is some balance and harmony in the economy. But the risk now is: Curacao is not really doing well. That is not Curacao to blame fully because it has no influence on the outside negative developments (Venezuela).causing financial problems for Curacao.
But it might cause the Central Bank of Curacao and Sint Maarten to consider soon the need to change the exchange rate between our Guilder and the US Dollar. In such a case one dollar for example might be two guilders instead of 1.80. More guilders for one dollar seems nice but it is not. Because a lot of people get their salary paid in guilders. And if the price is in US Dollar or is based on the US Dollar (because a lot of import must be paid in US Dollar) you have to pay more guilders to get the product you want, meaning that the products get more expensive.
We have seen this scenario of devaluation happening in Suriname three years ago and we could see that because of the new exchange rate between the Surinam Guilder and the US Dollar the products became way more expensive there (because imported based on US Dollars), and we are not talking about a small percentage. It is one of the reasons we see way more people from Suriname trying to get a job over here then in the past.
Please decisionmakers of Sint Maarten, consider the pros and cons of us being in a monetary union with Curacao, but consider also seriously the pros and cons to dismantle this monetary union, quit with the guilder and dollarize as soon as possible. 
G.B. van der Leest, 
placed in The Daily Herald, April 5th 2019
 
--------------------------------------------------
 

De vaart der volkeren

Vanochtend had ik een gesprek met de Wereld Bank. Zij lopen hier rond om de government van SXM te helpen met projecten die bijdragen aan de recovery van Sint Maarten na de hurricane Irma, September 2017. Het onderwerp was 'e-government'. Een van de vragen aan mij was wat mijn ervaring is met de stand van zaken van internet en ICt in het algemeen op Sint Maarten.

Ik vertelde hen dat de basis voorzieningen er wel zijn, maar dan in een situatie die wel een beetje achterloopt van wat men bijvoorbeeld in Nederland is gewend.  Ik zei er nog bij dat het nog wel eens voorkomt dat de voorzieningen er wel zijn, maar dat dan de vraag is of het wel werkt.

Vanmiddag moest ik een overbooking doen van geld naar een andere bankrekening. Geen probleem want mijn bank, de Royal Bank of Canada, heeft een state of the art internetbanking system, aldus hun reclame campagnes. En het moet gezegd, meestal werkt het wel. Zo ook vandaag. Alles ging goed. Ik vulde het vragenformulier in op de computer en was klaar. ik drukte op 'submit' en toen verscheen er een tekst in beeld. "Hartelijk dank voor internetbanking met RBC. Helaas heeft u een transactie willen verrichten na 15.00 uur en het system is per 15.00 niet meer operationeel. Wij verzoeken u het morgen nogmaals te proberen"  (what .....!!!??)

Nu wil het toeval dat de fysieke RBC bank, dus de loketten, ook om 15.00 uur sluiten, want om 15.30 uur wordt het gebouw afgesloten. Dus de hoogste tijd om ook het system uit de lucht te halen. Blijkbaar werkt het niet automatisch maar wordt het handmatog bediend ?  Als men dat dan toch al weet, dan zou het in ieder geval fijn zijn als men die aankondiging doet VOORDAT met begint met het invullen van de digitale formuleren !

Ach, zomaar een voorbeeld van Carabisch uithoudingsvermogen dat noodzakelijk is om een gezonde toestand door het leven te gaan. Ik neem er straks maar een glaasje op om alle emotie even weg te spoelen :)

Maart 28th 2019.

 

----------------

.     

Politie bevrijdt man uit leeg huis na one-night-stand

De politie heeft een man die een one-night-stand had gehad moeten bevrijden uit een leeg huis. Hij kwam er in de ochtend achter dat hij de enige was in het pand waarvan de deuren op slot zaten, vertellen de agenten donderdag.

Volgens de agenten ging de man na een avond in een biercafé met een vrouw mee naar huis.

De volgende ochtend werd hij alleen wakker in het huis. Hij wilde vertrekken en trok de deur achter zich dicht. Op dat moment kwam hij erachter dat hij in een gang stond waarvan beide toegangsdeuren op slot zaten.

"Wat nu?", aldus de politie. "Inderdaad, je belt de politie." De agenten hebben de man, die volgens hen een "ervaring rijker is", bevrijd.

Het is niet bekend of de man nog contact heeft kunnen opnemen met zijn one-night-stand.

(C) www.nu.nl, 7 maart 2019

Oeps, wellicht een partner die meer wilde dan een one-night-stand?  Niet iets dat specifiek iets is voor SXM, want dit gebeurde concrete in Leiden, maar het zet toch tot denken. Fr reacties op dit artikel zijn overigens ook aardig.

reactie 1.
"De volgende ochtend werd hij alleen wakker in het huis."
Ik weet niet hoe het met jullie allemaal zit maar weinig kans dat ik een OneNightStand alleen in mijn woning achterlaat. Maakt niet uit hoe mooi en lief ze is/was, als ik weg ga dan gaat de rest met mij mee.
 
reactie 2
Wie zegt dat het haar huis was?
 
reactie 3
a precies misschien wel haar ex waar ze ruzie meehad. Zou een leuke verrassing geweest zijn.
 
reactie 4
Scherp. Maakt het verhaal nog leuker als het niet haar huis was.
Ken verhalen dat stelletjes wel eens in een schuur hebben ingebroken (lees niet afgesloten schuurdeur geopend) om te rampetampen maar in een huis inbreken voor potje worstelen?
Of wat Sapsnor schrijft, de huissleutels van je ex of rivaal gebruiken om in hun huis te spelen.
 
reactie 5
Begrijpelijk, maar toch heeft iemand mij ooit eens alleen achtergelaten in haar huis. Eenmaal op haar werk realiseerde ze zich zelf ook dat ze een risico had genomen en begon te appen. Ik antwoordde dat ik al met de flatscreen buiten stond en na wat grappen over en weer is de 'one night stand' verlengd tot 'a few nights stand',
 
reactie 6
Nou, ik zou zeggen: dat doet de deur dicht. Het was eens maar nooit weer, en terug naar het biercafé.
Edit: Sowieso wel een goed idee eigenlijk.

-------------------------------

 

 

Meer hotelkamers in Aruba: vriend of vijand?

Wat betekent dit voor Aruba haar ‘quality of life’? Tegen dit licht ben ik van mening dat een hotel van 900 kamers, waar dan ook op het eiland, geen goed idee is.

Verschillende argumenten die dit onderschrijven zijn bekend; een rapport van de Centrale Bank dat spreekt over verzadiging van het Product Aruba, de dichtheidsfactor per vierkante kilometer, onze infrastructuur die een nieuwe influx van buitenlandse werknemers niet aan kan, klassen die de dertig leerlingen per lokaal gaan overschrijden, of dat al doen, of een gebrek aan scholen, geld dat naar het buitenland vloeit en de te verwaarlozen spin-off, als gevolg van de ontwikkeling van het toerisme. Al deze factoren rechtvaardigen naar mijn bescheiden mening niet deze massale ontwikkeling die daarbij een mooi stukje natuur vernietigt.

De investering is nauwelijks indrukwekkend te noemen als wij het ezelsbruggetje gebruiken van 1 promille van de gemiddelde investering per kamer: 90.000.000 dollar/ 900 kamers geeft een investering van ruim 100.000 per kamer en dat geeft een gemiddeld kamertarief van 100 dollar per kamer all inclusive. Met deze ‘low quality’ investering betwijfel ik of enig restaurant in de omgeving van San Nicolas gaat profiteren van dit project.

Enkele jaren terug publiceerde economist drs. Arjen Alberts zijn rapport over de ontwikkeling van het toerisme op St. Maarten en Aruba. Zijn conclusies: ,,The fact that each year more tourists are coming to Aruba does not signify that the prosperity is on the rise. To the contrary, the average prosperity has been the same during the last 25 years.” Met andere woorden: we zijn er in 25 jaar niet echt op vooruit gegaan. *

De taart is inderdaad gegroeid maar is ook door meerderen verdeeld. Volgens Alberts: ,,It is even possible that our prosperity may even be reduced in future or stays the same. The bottle neck is the lack of space. The island is filling up. We ran hard but did not advance!”

Alberts legt hierbij het accent op de ervaring van de toerist: ,,Less tourists who spend more.” Dit is toch duidelijke taal.

In 2003/04 verrichtten professor Sam Cole en Victoria Razak een uitgebreide studie ‘Framework for Sustainable Tourism for Aruba’. Deze studie die in iedere regeringsperiode genegeerd is, geeft aan dat Aruba zich beter op kleinschalige ontwikkeling zou moeten richten en wel in ieder district. Zijn goede raad mocht echter niet baten en iedere regering gaf de voorkeur aan groter is beter, in plaats van ‘less is more’, minder is meer.

Ironisch is dat de lokale bevolking wel luisterde naar de adviezen van Sam Cole en de laatste acht jaar zien wij een explosieve groei van ‘vacation homes’ in ieder district van Aruba, waaronder ook San Nicolas. Het gaat hierbij om de verhuur van appartementen of huizen, het aanbod variërend van een huis tot twintig appartementen, niet altijd even goedkoop maar wel exclusief.

Deze ontwikkeling van ‘other accommodations’ wordt aangeboden via websites als airbnb.com, vrbo.com en biedt werkgelegenheid aan kleine ondernemers middels de schoonmaak van het zwembad, schoonmaak van de kamers, onderhoud en natuurlijk de ‘utility companies’. Breckenridge in Colorado draait grotendeels op vacation homes en via een eenvoudig registratiesysteem komt de overheid daar aan hun ‘fair share’ in room tax. Enkele jaren geleden bestond deze niche van vacation homes uit 33 procent van toeristen die kozen voor deze accommodaties op Aruba. Dit geeft toch wel aan dat de toerist van vandaag echt niet zit te wachten op een mega-ontwikkeling.

Aruba is beter gebaat bij het consolideren en verbeteren van het product. Zoals Alberts, Cole en Razal al aangaven: minder toeristen die meer uitgeven. Studies binnen ATA spreken duidelijke taal en laten zien dat kwaliteit en ‘value for money’ zijn achteruitgegaan.

© opinie Jan van Nes, general manager van Playa Linda Beach Resort en voormalig directeur van Aruba Tourism Authority (ATA) van 1995 tot 2000, geplaatst op 3 maart 2019 door redactie Knipselkrant Curacao

*https://online.liverpooluniversitypress.co.uk/doi/pdf/10.3828/idpr.2016.4

 

____________________________

 

 

Jeroen Pauw vindt Nederlander te kritisch over wederopbouw Sint-Maarten

www.nu.nl  11 februari 2019 11:39

Jeroen Pauw heeft zestien maanden na orkaan Irma een bezoek gebracht aan Sint-Maarten en vindt de kritiek dat de wederopbouw van het eiland te langzaam gaat onterecht.

"Ik vind dat wij in Nederland niet zo streng moeten zijn voor deze eilanden. Er zijn daar elk jaar orkanen. Toen ik in Sint-Maarten was, las ik dat Schiphol platlag omdat er 3 centimeter sneeuw verwacht werd. We moeten dus niet doen alsof wij het allemaal beter weten", vertelt hij in de Dit wordt het nieuws-podcast van NU.nl.

De presentator toont maandag in Pauw op Sint-Maarten beelden van de wederopbouw van het eiland dat op 6 september 2017 werd getroffen door orkaan Irma. "Er is een grote tv-inzamelactie geweest die ik heb gepresenteerd. Ik vind dat je daarna ook moet laten zien wat er met dat geld gebeurt."

Ruim 0,5 miljard euro werd door de Nederlandse overheid beschikbaar gesteld en met een tv-actie werd bijna 20 miljoen euro ingezameld. De Rekenkamer kwam in december met een kritisch rapport. De conclusie was dat er nog maar weinig is gebeurd.

"Je moet begrijpen dat er niet elke dag een trein kan komen met materialen. Het is een eiland. Daarbij komt dat de omringende eilanden ook zijn getroffen. Sint-Maarten is een eiland volledig gericht op toerisme, er zijn dus weinig timmermannen of andere vakmensen te vinden. Allemaal obstakels voor een snelle wederopbouw", aldus de presentator.

"De meeste hotels op het eiland zijn weer opgeknapt. Dat gaat vaak het snelst, omdat het de belangrijkste bron van inkomsten is. Vaak gefinancierd door verzekeringen of particulier geld", zegt Pauw.

"Dan heb je het geld wat wij als burger hebben gegeven. Het Rode Kruis coördineert dit. Zij bouwen onder andere nieuwe daken. Dit gaat langzaam, iets wat ze zelf ook zeggen. Mede door te weinig materialen en vakmensen."

De derde stroom geld is wat wij als Nederlandse overheid hebben gegeven. Dit gaat via de Wereldbank. "Zij zijn niet de snelste", zegt Pauw. "Sint-Maarten moet van de Wereldbank prioriteiten stellen. Dit gaat om de grotere projecten zoals het ziekenhuis en de luchthaven."

 

--------------------------------

 

 

NOS | Pauw: ‘De zwakkeren zijn nooit klaar, dat is op Sint-Maarten ook zo’

Geplaatst op 12 februari 2019 door redactie Knipselkrant Curacao

Jeroen Pauw bezoekt slachtoffers van de orkaan Irma op Sint Maarten NOS

Op het eerste gezicht lijkt alles op Sint-Maarten weer zijn gewone gang te gaan, bijna anderhalf jaar nadat orkaan Irma een verwoestend spoor over het eiland trok. Toeristen, de belangrijkste bron van inkomsten voor het eiland, liggen als vanouds op het strand. Cruiseschepen meren aan in de haven en een aantal hotels is zo goed als herbouwd.

Maar wie verder kijkt dan de boulevard, krijgt een heel ander beeld. “Er is hier in anderhalf jaar tijd ongelooflijk veel vooruitgang geboekt. Maar er moet ook nog heel veel gebeuren. Er zijn nog steeds families die onder een lekkend dak wonen. En niemand weet precies om hoeveel huizen het gaat”, zegt Jeroen Pauw.

Pauw bezoekt Sint-Maarten om te onderzoeken wat er tot nu toe is gebeurd met de 550 miljoen euro die de Nederlandse overheid beschikbaar stelde voor de wederopbouw en de bijna 20 miljoen euro die werd opgehaald met een landelijke inzamelingsactie van het Rode Kruis.

Nederland stelde als eis dat het geld verantwoord, transparant en zonder corruptie wordt besteed aan een snelle wederopbouw van het eiland. Daarom werd 470 miljoen van de 550 miljoen euro gestort in een trustfonds van de Wereldbank, dat besluit welke projecten worden gefinancierd.

In praktijk kost het, door allerlei procedures die daaraan voorafgaan, veel tijd. Maar een klein deel van het beschikbare geld is inmiddels besteed. Eind vorig jaar bracht de Algemene Rekenkamer een kritisch rapport uit over het trage tempo van de wederopbouw.

“Omdat alles langs de officiële weg moet, duurt het vaak lang voordat er iets gebeurt voor gewone mensen”, zegt Pauw. “Maar veel mensen die ik heb gesproken op Sint-Maarten snappen wel dat het via de Wereldbank gaat. De overheid had het anders misschien wel besteed aan andere zaken: grote gebouwen, megalomane projecten, en niet aan hun dak. Dan duurt het maar wat langer, zeggen ze.”

Het Rode Kruis besteedde een deel van de opgehaalde 20 miljoen euro aan noodhulp en ondersteunt sinds afgelopen zomer mensen bij de reparatie van hun huis. Er is op Sint-Maarten een groot gebrek aan aannemers en bouwvakkers en daarom zijn veel bewoners zelf aan de slag gegaan.

“Mensen krijgen vouchers waarmee ze bouwmaterialen kunnen aanschaffen via het Rode Kruis en ze krijgen uitleg hoe ze vervolgens zelf hun dak kunnen repareren. Ik geloof dat dat best goed werkt”, vertelt Pauw.

Maar niet iedereen is in staat om zelf een dak te repareren. En velen, bij wie niet alleen het dak maar het hele huis kapot is, moeten voorlopig nog wachten op hulp.

Pauw ontmoet op het eiland Frans Weekers, oud-staatssecretaris van Financiën, die namens Nederland in de stuurgroep van het trustfonds van de Wereldbank zit. Weekers is tevreden over de samenwerking met de regering van de nieuwe minister-president Leona Marlin-Romeo. “Zij verricht uitstekend werk, maar ze moet wel werken in een politiek moeilijke situatie.” “Er zijn ook mensen op het eiland die er financieel belang bij hebben dat ze kunnen doen en laten wat ze willen. Dat er niet openbaar wordt aanbesteed, dat contracten aan vriendjes kunnen worden gegeven. Dan kunnen zij er ook nog wat aan verdienen. Er zit gewoon een stuk corruptie. Dat willen we niet. We leggen de lat hoog.”

Met geld uit het trustfonds moet onder meer een lange termijnoplossing gevonden worden voor ‘de dump’, de grote smeulende afvalberg middenin de hoofdstad Philipsburg. Er is nauwelijks controle op het afval dat iedereen hier al jarenlang gratis stort, ook het puin dat overbleef na orkaan Irma. De stinkende berg vormt een gevaar voor de volksgezondheid.

De voortdurend smeulende vuren op de berg moeten gedoofd worden en er moet een deugdelijk systeem van afvalverwerking komen. Dat gaat lang duren. “Uiteindelijk is het een autonoom eiland, de regering hier is verantwoordelijk”, zegt Weekers. “Maar we kunnen wel de fatsoenlijke partijen op dit eiland helpen om het fatsoenlijk weer op te bouwen.”

In het huidige tempo zal de wederopbouw van Sint-Maarten niet klaar zijn voordat het nieuwe orkaanseizoen zich over een paar maanden aandient. “Dat is zorgelijk”, zegt Pauw. “Het is de ironie van het leven: het zijn altijd de zwakkeren die niet klaar zijn. Dat is hier op Sint-Maarten ook zo.”

Bron: NOS

Waar blijft de Wereldbank, zingen ze op Sint-Maarten

 

Reportage – Tijdens de wederopbouw van het in 2017 door orkaan Irma getroffen Sint-Maarten, volgt Trouw Christina Hodge, de wijkoudste van Dutch Quarter. Heel langzaam krabbelt haar buurt op.

Het is de derde keer dat Hodge in Trouw haar verhaal doet. De eerste ontmoeting vond plaats in september 2017 op het grasveld beneden aan de heuvel, daags na de orkaan toen een konvooi van Nederlandse militairen voedsel en water kwam brengen. Een lange rij radeloze buurtbewoners dreigde de colonne eigenhandig te ontladen, maar gelukkig was Hodge daar, de officieuze ‘burgemeester’ van Sint-Maartens armste wijk. Zij persoonlijk kon er voor zorgen dat iedereen weer achter het rood-witte lint kroop en de blikken knakworst, pakjes cup-a-soup en de literpakken melk van AH ordentelijk konden worden uitgedeeld.

Drie maanden later vertelde ze in de kolommen van deze krant opnieuw haar verhaal over de wijk, waar bewoners voor het grootste deel nog onder plastic woonden en waar amper elektriciteit was. Dutch Quarter is de wijk van ‘de laatste klasse’, zei ze. Haar mensen krijgen altijd alles het laatst. Daarom ook moest ze rond Kerstmis 2017 nog steeds voedselbonnen ronddelen, terwijl aan de andere kant van de heuvel de supermarkten al weer vol lagen.

Weer ruim een jaar later staat er nu pal tegenover haar huis opeens een bord met de tekst ‘Samen met de EU werken we aan de opbouw van Dutch Quarter’. Maar daar heeft ze nog niet veel van gemerkt. “Ik denk dat 80 procent van de woningen inmiddels weer een dak heeft, maar niet dankzij de Europese Unie of de overheid hier. We zijn geholpen door niet-gouvernementele organisaties als het Rode Kruis en zijn zelf aan het werk gegaan. Maar van de 550 miljoen euro die de Wereldbank voor de opbouw van het eiland beheert, hebben we nog niets gezien. Weet je dat we daarover inmiddels een liedje hebben?” Ze recht haar rug en draagt voor: “We are waiting for the Wóóórldbank!” En dan klinkt gelukkig een schaterlach.

Toch heeft ze hier de kern te pakken. De Nederlandse Rekenkamer bracht in december vorig jaar een kritisch rapport uit met de conclusie dat er met het door Nederland beschikbaar gestelde geld amper iets gebeurt. Het wacht op ingediende projecten, maar de procedures zijn zo traag en veeleisend dat er in werkelijkheid niets gebeurt. Staatssecretaris Raymond Knops heeft moeite dit uit te leggen.

[…] hij heeft bij de verdeling van zo’n groot bedrag de Wereldbank moeten inschakelen om transparantie en controle te creëren. Maar de regering van Sint-Maarten lijkt daar gewoonweg niet aan te kunnen voldoen. […] De staatssecretaris kan na anderhalf jaar niet één voorbeeldproject noemen. Pas deze maand bereikte hij overeenstemming over het herstel van de beschadigde terminal op de luchthaven.

Ondanks het uitblijven van overheidsinitiatief, lijkt Sint-Maarten zich langzaam maar zeker te verheffen. Op de weg van het vliegveld naar Simpson Bay, de nautische hotspot van het eiland, lagen anderhalf jaar geleden de luxe jachten weggeblazen op de kant. Nu is er her en der nog een verdwaalde kiel te zien op een plek waar die niet thuishoort, maar aan steigers meren naar het schijnt nog grotere jachten af.

De toeristen stromen weer toe en bevolken de terrassen en de eettentjes. Die waren door Irma compleet weggevaagd, maar zijn door de particuliere eigenaren weer hersteld, soms met hulp van wat uitgekeerde verzekeringspenningen. Denk niet dat er nu iets ‘orkaanbestendigs’ is neergezet. Op precies dezelfde manier als vóór Irma zijn met houten wanden en golfplaten daken weer horeca-paleisjes getimmerd. Eén storm en ze liggen weer om. Behalve die ene zeecontainer dan: de eigenaar heeft er met een snijbrander ramen in gemaakt. Hij noemt zijn schepsel ‘Little Jerusalem’ en heeft daarmee een restaurant. De grote hotelcomplexen pakken het grondiger aan. Die grijpen de schadeafhandeling van Irma aan voor een complete renovatie en kwaliteitsverbetering, maar dat duurt nog even.

Volgens Hodge hebben vooral de acht niet-gouvernementele organisaties op het eiland het verschil gemaakt door in projecten met de bewoners de daken van de bestaande huizen te verbeteren. Vanuit het vliegtuig zijn nog steeds de blauwe dekzeilen van het Rode Kruis te zien (er zijn er in totaal 11.828 uitgedeeld) die de huizen na Irma weer waterdicht moesten maken, maar steeds vaker maken die plaats voor een duurzame oplossing.

Fanny de Swarte van het Nederlandse Rode Kruis bestiert de vestiging bij Simpson Bay, waar midden in een zaaltje de nok van een dak staat opgesteld. Vrouwen als Hodge nodigen mensen uit de buurten uit om in de ruimte van De Swarte een workshop bij te wonen. Hun schade moet substantieel zijn en hun inkomen gering. “We leren de mensen vooral dat hun dak niet met spijkers moet worden vastgezet”, zegt De Swarte, “maar met speciale lange schroeven met afsluitringen die op een bepaalde afstand van elkaar moeten staan. Het dak moet weer met metalen beugels aan de dragers worden verankerd en de dragers weer aan de wanden of muren.”

Op deze manier worden de bestaande woningen met niet al te veel kosten een stuk orkaanbestendiger. Inmiddels heeft het team van De Swarte er 34 workshops opzitten, waar telkens twintig huishoudens aan mee doen. “Dat lijken kleine aantallen, maar we gaan ervan uit dat de deelnemers hun kennis op de buurtgenoten overdragen, en dan zet je telkens grote stappen.”

Meer dan driehonderd deelnemers hebben ook een voucher van het Rode Kruis ontvangen die afhankelijk van de schade die tijdens huisbezoeken is vastgesteld, kan oplopen tot duizenden dollars. De Swarte: “Daarmee kunnen de bewoners bij de lokale bouwmarkt materialen kopen waarmee ze zelf hun orkaanbestendige dak kunnen bouwen. Later wordt de kwaliteit weer door mensen van het Rode Kruis gecontroleerd.”

Dit lijkt een ideale oplossing, en dat is het misschien ook. “Maar we moeten ons wel beseffen dat Sint-Maarten niet het enige eiland is dat door Irma is getroffen. In totaal gaat het om een gebied dat is te vergelijken met de strook van Denemarken tot Portugal en waarin 1,25 miljoen mensen deze hulp nodig hebben. In dat héle gebied is er grote vraag naar materiaal en personeel. En dat is niet altijd voorhanden.”

Hodge kaart in al haar optimisme ook een ander probleem aan: het ieder-voor-zich-gevoel. “Dat is toch een groot verschil in vergelijking met orkaan Luis in 1995”, zegt ze. “Toen hielpen we elkaar. Maar ik zie nu te veel apathie. Ja, de Spanjaarden (de mensen met Zuid-Amerikaanse roots, red.) steunen elkaar, maar de overige bevolkingsgroepen wachten lijdzaam totdat zij hulp krijgen aangeboden. En ze vragen geld als je hún hulp vraagt. Ik had laatst wat handen nodig, maar ik moest daar 100 dollar per dag voor betalen. Wie kan dat opbrengen?” Dus woont Hodge nog in haar keuken, en ziet ze dagelijks nog de restanten van haar bar. Ze heeft iedereen geholpen, niemand helpt haar. De Wereldbank misschien? Een schaterlach, en ze zingt weer.

© Trouw, Hans Marijnissen, geplaatst op 11 februari 2019 door redactie Knipselkrant Curacao

 

------------------

 

Verhoudingen Sint Maarten en Nederland

Afgelopen week vond een bijeenkomst van het Inter parlementair Koninkrijks Overleg (IPKO). De naam zegt het al: een overleg tussen vertegenwoordigers van de parlementen van Nederland, Curacao, Aruba en Sint Maarten. Deze keer was Sint maarten gastheer. Elke delegatie heeft tussen de 8 en 12 vertegenwoordigers op die bijeenkomst. Dat is dus een hele tafel vol mensen. Dat maakt werkelijk constructief overleg niet eenvoudig.

En dat wordt niet eenvoudiger als er door een Sint maartens parlementair vertegenwoordiger, verbaal daadkrachtig wordt uitgehaald naar de weinig pro actieve wijze waarop de IPKO delegatie omgaat met de Venezuelaanse vluchtelingen problematiek op Curacao of de voortgang van de hulp aan Sint Maarten. Een behoorlijk venijnig betoog, zelfs een beetje emotioneel, met referenties naar de slaventijd waarin de eilanden bijdroeen aan de Nederlandse welvaart, met de impliciete ondertoon dat daarom dan best wat tegenover mag staan. Een betoog vergezeld van applaus van meerdere vertegenwoordigers van Sint Maarten, Curacao en Aruba, te zien op de Facebook page van de polieke partij National Alliance van Sit Maarten. .

Oeps.......dat kwam de sfeer niet ten goede.

Want zijn de feiten in overeenstemming met hetgeen werd gezegd?

En ook als dat wel zo zou zijn, is dat dan een constructieve wijze om met elkaar om te gaan?

Het is mij duidelijk dat er iets in de communicatie over en weer niet helemaal goed lijkt te zitten indien statemenmts worden gedaan waarbij het duidelijk lijkt dat die niet overeenstemmen met de feiten. dat kan uit onwetendheid zijn en dan kan een betere communicatie over en weer helpen. Het kan ook bewust worden gedaan, misschien om zich duidelijk te profileren naar de eigen achterban?

Hieronder een korte impressive vanuit het perspectief van een Nederlands delegatielid.  De tekst komt van:

https://koninkrijksrelaties.nu/2019/01/17/column-i-het-koninkrijk-is-dood-leve-het-nieuwe-koninkrijk/

 

Op het eiland merkte ik hoeveel politici boos op mij zijn, omdat ik in de media zo vaak kritiek heb op de politieke gang van zaken aldaar. Maar op straat werd ik heel anders benaderd: daar kwamen mensen met een grote glimlach op mij af en moedigden ze me aan om vooral door te gaan met mijn kritiek. Veel Sint Maartenaren zeggen dat ze blij zijn dat ik de problemen durf te benoemen waar zij zelf op het eiland niet goed over durven te spreken.

Die steun had ik wel even nodig, omdat de bijeenkomst met de parlementariërs me best somber had gemaakt. Op hoge toon en met grote woorden kreeg Nederland de schuld van zowat alle problemen op de eilanden, terwijl Aruba, Curaçao en Sint Maarten autonome landen zijn, met een eigen bestuur en eigen verantwoordelijkheden. Zo gaat dat vaker in het Koninkrijk: problemen die de eilanden zélf hebben veroorzaakt moeten door Nederland worden opgelost. Maar als wij dan ingrijpen en misstanden proberen aan te pakken, krijgen we het verwijt van racisme en kolonialisme en de beschuldiging dat we het bestuur willen overnemen. Ik kan iedere inwoner van Aruba, Curaçao en Sint Maarten verzekeren dat dit absoluut niet het geval is. Het tegendeel is waar: hoe minder wij ons in Den Haag met de eilanden hoeven te bemoeien, hoe liever wij dat hebben.

Nederland kreeg van veel parlementariërs uit Aruba, Curaçao en Sint Maarten de schuld van de problemen op de eilanden met de vluchtelingen uit Venezuela. [..]. In de wandelgangen [echter] gaven politici van de eilanden toe dat veel Venezolanen ooit als goedkope arbeidskracht naar hun land zijn gekomen, om te werken in de bouw of in het toerisme. Dat zijn geen vluchtelingen, maar mensen die door bedrijven bewust illegaal naar de eilanden zijn gehaald, wat het lokale bestuur altijd heeft gedoogd en waartegen nooit is opgetreden. Een aantal politici uit Curaçao eist dat wij nu vliegtuigen sturen om de duizenden Venezolanen op te halen. Na kritiek van ons [daarop] kwam deze week een wat serieuzer verzoek en kunnen we kijken hoe we het eiland wel zouden kunnen helpen.

Politici op Sint Maarten waren boos over de trage wederopbouw van het eiland na de orkaan Irma, waarvoor Nederland ruim 550 miljoen euro beschikbaar heeft gesteld. Maar  later bleek dat onwil en onkunde op Sint Maarten zélf tot uitstel en vertraging leiden. Nederland wil 100 miljoen euro investeren in de wederopbouw van het zwaar getroffen vliegveld en Schiphol is graag bereid mee te helpen bij het herstel, maar sommige politici op Sint Maarten willen deze hulp niet, omdat  ons land toezicht wil op de besteding van dat geld en goed bestuur eist van het vliegveld. Nederland wordt internationaal regelmatig aangesproken als de zaken mislopen in de gevangenissen op Curaçao en Sint Maarten, of de raffinaderijen op Aruba en Curaçao, of als op de eilanden de overheidsfinanciën uit de hand lopen. Maar als we wél ingrijpen, dan worden politici op de eilanden kwaad.

Vorige week merkte ik dat bij steeds meer Kamerleden de liefde voor de eilanden flink dreigt te bekoelen, omdat we het eigenlijk nooit goed kunnen doen. Als Nederland niets doet worden politici op de eilanden boos. Maar als Nederland eens wél ingrijpt, worden de meeste politici op de eilanden nóg bozer. Vorige week heb ik verschillende parlementariërs van Aruba, Curaçao en Sint Maarten informeel gesproken en dan geven ook zij aan dat het zo eigenlijk niet verder kan. Het wordt de hoogste tijd om nieuwe afspraken te maken. Laat Aruba, Curaçao en Sint Maarten maar aangeven wat ze liever zélf doen, dan zal Nederland zich daar niet meer mee bemoeien. De eilanden kunnen ook laten weten wat wij wel moeten doen. Maar laat ons dan ook verantwoordelijkheid nemen en die dingen op onze manier doen.  Aldus Ronald van Raak,  lid van de Tweede Kamer voor de SP en fractiewoordvoerder Koninkrijksrelaties.16 januari 2019.

Het mag duidelijk zijn, de sfeer is er niet op vooruit gegaan. Ik zou zeggen, laten alle partijen eerst eens duidelijk zijn in de communicatie over de feiten en taken/verantwoordelijkheden van de individuele betrokkenen rondom de diverse (bilaterale) projecten. dat voorkomt wellicht onnodige ergensis over en weer. Just a thought.

--------------------------------

 

Oops......... but .......what is new

Similar to recent years, the audit results for fiscal year 2016, are worrisome. Information presented is not sound, substantiation of the use of public funds is minimal, spending of public money was unlawful, and there is a lack of accountability to Parliament. There was one area of slight improvement. Compared to 2015, the 2016 Financial Statements contain fewer errors. However, the deficiencies in the financial management, remain unresolved. For practically every line item, there is uncertainty in either the accuracy and/or completeness of the reported amounts.

We specifically examined public procurement for fiscal year 2016. The National Accountability Ordinance requires detailed rules to govern public tendering. These rules have not been drafted since the inception of the country on October 10th, 2010. As a result, the process of public tendering is not uniformly organized across ministries. Also, the ministries were unable to provide us with information and documentation required to confirm compliance with the National Accountability Ordinance.  In our opinion, the ministries are not ‘in control’ of public funds as far as public tendering is concerned. The lack of adequate substantiation for tenders that deviated from the public bidding requirement, means that there is a risk that interests, other than those of the public, may have been a determinant factor.

Our audit results, SOAB’s audit opinion and their audit report, indicate that Government’s financial management is not in order, and not been so from the inception of the country on October 10th, 2010. In the preface of the 2016 Financial Statements, the Minister of Finance claims that the informational value of the statements has significantly improved. We do not share this opinion.

In the interest of sound financial management, it is important that Government recovers as soon as possible.

(C) http://www.arsxm.org/2019/01/the-general-audit-chamber-presented-its-report-to-parliament-regarding-the-compliance-audit-of-the-2016-financial-statements-of-the-government-of-sint-maarten/

 

_____________________________

 

 

Have a bright 2019  !!

I will - as I am doing for years now - publish from time to time my thoughts, observations and rarities in this Blog.

Mainly related to my experiences in the Caribbean, but not bound to only that.