Geertvanderleest.jouwweb.nl
Home » Geert Blogt 2018

Kunst op Berg Altena. Okee, dat ligt niet op Sint Maarten maar op Curacao. Maar ook op Sint Maarten kennen we kleurrijke gebouwen. Okee, misschien niet zo uitbundig als op Berg Altena, maar toch ook erg aardig. Iets wat mij altijd al heft aangesproken want de architectuur in Nederland mag soms dan wel aardig zijn, het was - en is - vaak in erg bescheiden kleuren. Grijs, bruin en alle varianten daarop. Nee hoor doe mij maar Viva el Caribe !

10 augustus 2018 

 

--------------------------

 

Vliegveldmoment

‘Studiekind’ vertrekt.
Vertrouwen is er.
Dankbaar is ze.
Trots is ze.

Maar…
De ogen branden,
de keel zit op slot
en haar hart huist in haar maag.

(C) Jacintha Snoeren,  Curacao, Knipselkrant Curacao 30 juli 2018.

 

Een klein 'gedichtje' maar het vertelt wel van een impact want voor de mensen van de eilanden in een kleine, van oorsporng vrij gesloten, gemeenschap is het een hele stap als iemand het eiland gaat verlaten. Dat geldt eigenlijk voor alle eiland gemeenschappen; niet alleen Sint Maarten of Curacao of zo, maar ook op Vlieland of terschelling. Elk jaar rond deze tijd is dat hier op Sint Maarten voor ongeveer 60-100 gezinnen een hele impact. Ik heb geen zicht op cijfers maar de indruk is dat 1/3 ongeveer naar USA vertrekt en de overage 2/3 naar Europa (met name Nederland).

 

------------------------------------

 

Je vraagt erom

Naar aanleiding van het stukje wat ik geschreven heb waarin ik mijn ervaring met de toenmalige gezaghebber Wilsoe weergaf, kreeg ik een telefoontje van een vriend van mij die verschillende juwelierszaken in de stad heeft die mij vertelde over zijn ervaring met diezelfde meneer Wilsoe.
Ik moet eerlijk zeggen dat mijn mond open viel toen ik zijn verhaal aanhoorde.
Diezelfde meneer Wilsoe was toen minister van Justitie blijkbaar en mijn vriend ging bij hem klagen omdat er steeds in zijn zaken werd ingebroken en wilde weten of de minister misschien wat meer kon doen aan de veiligheid in de stad.
Minister Wilsoe hoorde geduldig zijn beklag en vroeg mijn vriend waarom hij ook van die dure spullen verkocht dat dat de reden was dat er zo vaak bij hem werd ingebroken”
Als voorbeeld gaf hij ook de stelling dat als meisjes in mini rokjes lopen dat zij er om vragen om aangerand te worden.
En dat was dan onze minister van Justitie.
Mijn mond viel open maar geloofde hem wel want van wat ik met deze meneer Wilsoe heb meegemaakt kan je zo’n dom antwoord verwachten.

 
Elmer Raymond (Kadè) Wilsoe (11 april 1943) is een Curaçaos politicus. Hij was minister van Justitie in het kabinet-Schotte (2010-2012) en is tegenwoordig lid van de Staten van Curaçao namens Pueblo Soberano. Na zijn school werd Wilsoe geschiedenisdocent. Later werd hij twee jaar ambtenaar bij Bureau Buitenlandse Betrekkingen en vervolgens tien jaar directeur van het Curacao Plaza Casino. Tussen 1988 en 1994 was hij Gezaghebber van het Nederlands-Antilliaanse eilandgebied Curaçao.
_____________
 

Van Utrecht naar Willemstad

“Ik vond het hier leuk genoeg om er te blijven plakken”, vertelt Pauline. “Misschien heel sterotype, maar op Curaçao is het echt een stuk rustiger en relaxter. Eind augustus ga ik weer naar Nederland en er wordt in allerlei vriendengroepen nu al van alles gepland. Hier is dat ondenkbaar en gaat afspreken met een grote groep veel meer vanzelf.” Een ander duidelijk waarneembaar verschil is het stadsbeeld en dan met name de gebouwen, vindt Pauline. “Qua architectuur zie je hier en daar wel gebouwen die eruitzien zoals de panden in Nederland, maar hier zijn vrijwel alle gebouwen felgekleurd. En wat ook opvalt is dat het allemaal door elkaar heen staat: een statig en goed onderhouden gebouw kan zomaar naast een pand staan dat op instorten staat.”

Waar werkdagen in Nederland gemiddeld tussen half 9 en half 10 beginnen, zit Pauline al om half 8 ’s morgens achter haar bureau. “Om 12 uur heb ik een pauze die 1,5 uur duurt. Dat is hier heel normaal en rond die tijd hebben we hier dan ook een extra spits. Zelf blijf ik altijd op kantoor, soms ga ik uitgebreid lunchen, soms kijk ik gewoon Netflix achter mijn bureau.”

Zoals altijd als we een Utrechter in het buitenland spreken, willen we heel graag weten wat Pauline mist aan de Domstad. “Heel standaard”, antwoordt ze, “maar ik mis het om langs de grachten te fietsen. Ik weet nog goed dat ik op de dag voordat ik hierheen verhuisde heel bewust langs het water fietste en me helemaal sentimenteel voelde. Ik heb in het verleden zo vaak gehaast door de mooie stad gefietst zonder alles goed in me op te nemen, dat realiseerde ik me toen heel goed.”

Natuurlijk sluiten we het telefoongesprek niet af zonder de hamvraag gesteld te hebben: Utrecht of Willemstad? Pauline: “Qua esthetiek en voorzieningen kies ik voor Utrecht. Maar qua manier van leven ga ik voor Willemstad. Het zou mooi zijn als er een combinatie van die twee bestond!”
http://www.knipselkrant-curacao.com/indebuurt-pauline-verhuisde-van-utrecht-naar-curacao-ik-mis-het-om-langs-de-grachten-te-fietsen/
Pauline van Gelder, HR-consultant, uit Utrecht, op Curacao sinds 2017
 
__________________
 

Murderer

De Sint Maartense politiek worstelt al jaren met de dump. Louis Brown is de hoogste ambtenaar op het ministerie van VROMI (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling, Milieu en Infrastructuur), dat verantwoordelijk is voor de dump. Hij was betrokken bij meerdere mislukte pogingen het probleem op te lossen. Op zijn kantoor, op enkele tientallen meters van de vuilstort, zegt Brown: „Ons land is heel klein, met weinig ruimte. De bevolkingsdichtheid is hoog en ook het toerisme leidt tot veel afval.”
Dagelijks wordt op Sint Maarten tien kilo afval per hoofd van de bevolking geproduceerd en gedumpt, goed voor een koppositie in de regio en bijna tien keer zo veel als in Nederland. Een recyclingprogramma is er niet.
Brown zegt dat de regering vanwege de grote afvalstroom al jaren wil inzetten op een verbrandingsoven, waarmee ook energie kan worden opgewekt. Maar verschillende initiatieven liepen de afgelopen jaren op niets uit: soms was een voorstel te duur, dan weer kon een lokaal bedrijf de juiste technologie niet leveren.
Huidig minister Miklos Giterson, in functie sinds januari, „wil zelf alle mogelijkheden uitputtend hebben onderzocht”, zegt Brown. „Elke keer als er een nieuwe regering komt, komen er weer nieuwe visies en plannen. Het zou in de politiek moeten doordringen dat een afvalbelasting nodig is. Ik denk dat de bevolking dat wil accepteren als de politiek ook een echte oplossing voor de dump aandraagt.”

Wat de druk kan opvoeren, is dat ook justitie nu onderzoek doet naar de dump. Vorig jaar kwamen er meerdere aangiften van bezorgde inwoners binnen tegen de staat Sint Maarten. Officier van justitie Jeroen Kuipers, die het onderzoek leidt, vertelt in zijn kantoor dat justitie worstelde met haar rol. „Wij gaan niet over de toekomst van afvalverwerking op het eiland, dat is een politieke keuze. Maar minister Giterson zei eerder dit jaar: de dump is een ‘giant murderer’. Toen hebben we gezegd: dáár gaan wij wel over.”
Het OM „heeft aanwijzingen” dat er bewuste brandstichtingen zijn, bijvoorbeeld door criminelen die het rubberen omhulsel van koperdraden wegbranden. Ook kijkt Kuipers naar het illegaal dumpen van giftig afval en wat de overheid van dit soort praktijken weet. Het beheer van de dump is uitbesteed aan een lokaal bedrijf, maar zorg voor de leefomgeving vindt Kuipers „corebusiness van de overheid”. Hij constateert dat afspraken over controle op de afvalstromen en het omheinen van het terrein niet worden nageleefd.
Het OM onderzoekt nu wie precies waarvoor verantwoordelijk is en of er sprake is van schuld of nalatigheid. Kuipers sluit het aansprakelijk stellen van het bedrijf dat de dump beheert of vervolging van overheidsfunctionarissen niet uit. Hij hoopt dat het zover niet hoeft te komen. „Ik maak mezelf het liefst overbodig.”
 
_____________________
 

Lokaal produceren niet goedkoper dan import

Den Haag – Het lokaal verbouwen van land- en tuinbouwproducten in Caribisch Nederland draagt niet bij aan het verlagen van de kosten van levensonderhoud. Sterker nog, de kostprijs kan wel eens hoger uitpakken dan van versproducten die uit de regio of zelfs uit de VS en Europa worden geïmporteerd. Dat blijkt uit onderzoek naar de prijsontwikkeling in Caribisch Nederland dat de bureaus Ecorys en Curconsult vorig jaar in opdracht van het ministerie van Economische Zaken hebben uitgevoerd.

[…] de onderzoekers afrekenen met de veronderstelling dat lokaal produceren tot goedkopere producten zou leiden. ,,Het kost mogelijk meer dan het oplevert”, is de conclusie. De onderzoekers zien overigens wel andere maatschappelijke voordelen zoals extra lokale werkgelegenheid en de geringere afhankelijkheid van externe aanvoer.

Het onderzoeksbureau waagt zich niet aan een voorspelling over de levensvatbaarheid van agrarische activiteiten op de eilanden. De bestaande projecten zijn niet in staat op eigen benen te staan, hebben ze geconstateerd. Ondanks subsidie uit Den Haag zijn de resultaten bovendien teleurstellend.

https://koninkrijksrelaties.nu/2018/07/19/lokaal-produceren-niet-goedkoper-dan-import/

 

---------------------------

Growth

There is a fundamental difference between Sint Maarten and the United States. It is that our land mass, capacity and absorption capacity is minimal whilst in the United States it remains substantial with substantial absorption capacity.

It is the same, however, insofar as these economies both (and many other economies) require immigration to drive growth with the consistent model of development. In fact, the issue is not really immigration at all; it is, particularly in Sint Maarten, about growth.

The tiny economy of Sint marten grew quickly in the 1980s and 1990s through outside investment and the construction of tourist infrastructure. If it had not been for immigration, this growth could not have occurred at the speed it did. The second generation of these immigrants is less enthusiastic about working in construction and other physical tasking and so once again there is a shortage of construction workers. However, in the meantime the population has grown with all the consequences following this immigration wave.

Whatever policy is followed, if growth is to occur on the basis of the same model as previously, we will need to have more immigrants.

Which makes the real question not an immigration question but a question of: Does Sint Maarten want/need to grow and if so in what way?

One would imagine that the population of Sint Maarten would want to consider:

- the fact that continued growth along the same model is going to increase congestion and reduction in attractiveness to tourists and a reduction of quality of life for residents.

- the fact that continued growth along the same model is not going to lead to employment that suits a newer generation expecting higher-paying non-physical employment.

- that to meet the demand for high-paying non physical jobs Sint Maarten will need to diversify into targeted industries, something that will not happen without the necessary investment and focus.

that if this newer generation cannot find these jobs on-island, their skills in which we have invested will move to jurisdictions that are growing jobs of this nature.

The choices are simple conceptually but brutally tough for political decision making. It is simply not possible in the long run to 'have your cake and eat it'.

(C) Robbie Ferron. the Daily Herald, July 16th 2018, opinion.

 

____________________________

 

 

Evaluatieverslag hulp orkaan Sint Maarten 2018, Nederlands ministerie I&W

Hieronder enkele opmerkelijke stukken tekst uit het betreffende evaluatie verslag dat is geschreven in opdracht van het Nederlandse Ministerie van I&W.

De orkaan die op 6 september 2017 over Sint Maarten raasde, was daadwerkelijk een ramp. Gelukkig viel het aantal doden en gewonden mee, de schade daarentegen was enorm. Bijna alles op het eiland was geraakt en beschadigd door de verwoestende werking van de orkaan. Gedurende een aantal dagen functioneerde er vrijwel niets normaal. Pas na enige tijd kwam hier en daar het leven weer wat op gang. Maar door de enorme verwoestingen was er schaarste aan enkele primaire levensbehoeften, zoals drinkwater,

De ramp trof feitelijk alle bewoners van het eiland en daarmee ook al diegenen die daar een professionele taak hadden te verrichten: politiemensen, ambtenaren, ministers e.v. Al deze personen hadden daarmee zowel thuis als professioneel een rol te vervullen. Het wekt geen verbazing dat de eerste dagen de thuisrol prevaleerde en mede om die reden de afstemming met lokale autoriteiten en hulpdiensten moeizaam verliep: gezagdragers en medewerkers van hulpdiensten en andere instellingen waren gewoonweg afwezig.

De samenwerking tussen Nederland en Sint Maarten verliep op zijn zachtst gezegd niet gladjes. Aanvankelijk was er vanuit Nederland nauwelijks contact mogelijk met de regering van Sint Maarten doordat de verbindingen waren weggevallen. Maar ook later, toen die hersteld waren, bleven de werelden en coördinatiestructuren van Sint Maarten en die van Nederland (ook ter plaatse) moeilijk te verenigen. Hierbij speelde tevens de omvang van de ramp in relatie tot de capaciteit op het eiland een rol. De gouverneur en het crisisteam op Sint Maarten deden hun uiterste best om beide werelden te verbinden.

Vanuit een Nederlands gezichtspunt beschouwd was het niet reëel om de coördinatie van de hulpverlening geheel over te laten aan het bestuur van Sint Maarten. Daarbij speelde zeker mee dat de omvang van de getroffen gemeenschap (vergelijkbaar met die van een middelgrote Nederlandse gemeente) aanzienlijk was. Als in Nederland een middelgrote gemeente door natuurgeweld zou worden getroffen, zou het ondenkbaar zijn dat die gemeente volledig zelf zou worden belast met de coördinatie van de (nood)hulpverlening.

Daarbij kwam dat het bestuur en het ambtelijk apparaat van Sint Maarten aanvankelijk nauwelijks zelf in de positie waren noch de financiële middelen hadden om een crisis van deze omvang te coördineren en op te vangen. Pas na verloop van tijd kreeg met behulp van UNDAC de nationale crisisstructuur vorm en werden hulpvragen geformuleerd, maar bij voorkeur werden deze niet aan Nederland gesteld. Ook andere landen (o.a. België, Canada, Mexico, Panama, Suriname, Venezuela en de Verenigde Staten) hadden noodhulp aangeboden en een hulpvraag richting bijvoorbeeld de Verenigde Staten lag minder gevoelig [..] Voor Nederland was die eerste dagen de gouverneur op Sint Maarten het enige aanspreekpunt, maar deze kon vanzelfsprekend niet al te veel voor de troepen uit lopen.

Voor Defensie behoort logistiek al jaren tot de kernprocessen, maar bij IenW hadden sommigen achteraf spijt dat ze niet direct een particulier bedrijf (hetzij uit Nederland, hetzijuit de regio) hadden ingeschakeld om het vervoer van cruciale goederen te verzorgen.

Heel snel gaan de herstelwerkzaamheden niet, ook omdat deze in afstemming met de directeur van het vliegveld dienen plaats te vinden. De luchthaven kan mede daarom de eerste dagen alleen voor militaire vluchten en voor vluchten ten behoeve van humanitaire hulp worden gebruikt. Daarbij draagt Defensie zorg voor de luchtverkeerleiding, omdat de verkeerstoren van Sint Maarten door beschadigde apparatuur niet kan worden gebruikt en lokaal de handschoen niet wordt opgepakt om de luchtverkeersleiding weer over te nemen. In deze casus wenste bijvoorbeeld de directeur van de luchthaven op Sint Maarten het hekwerk dat door orkaan Irma was vernield, met nieuw bouwmateriaal te herstellen. Dat vergde niet alleen veel tijd, het was ook de vraag of het werkelijk nodig was. Omdat er veel aan was gelegen dat het vliegveld weer zo snel mogelijk operationeel zou zijn, is met prikkeldraad een min of meer provisorisch hekwerk aangebracht.

[..] geloven wij niet dat voorbereiding primair zijn neerslag zou moeten krijgen in (omvangrijke) draaiboeken en scenario’s. De werkelijkheid is altijd anders dan voorzien, dus voor zover voorbereiding waardevol kan zijn, zal deze generiek dienen te zijn. Bij specifieke voorbereiding wordt snel onevenredig veel tijd besteed aan het uitwerken van allerlei draaiboeken, scenario’s e.d. terwijl de werkelijkheid vervolgens vaak weer (net iets) anders is. Dit betekent dat vooral aandacht zou moeten uitgaan naar de structuur van opereren (inclusief het informatiemanagement). Belangrijk is vooral de essentiële spelers aan Nederlandse en overzeese kant te kennen en de relaties goed te onderhouden.

Snelheid van handelen was zo dominant, dat men te weinig de tijd nam om onderling af te stemmen en te reflecteren, ook op de persoonlijke beleving en de psychische belasting die de vele werkdagen achtereen (ook in de weekenden) met zich meebracht. Even een moment samenkomen om met wat meer afstand te kijken naar, en na te denken over de gedane en voorgenomen stappen werd gemist.

© Opdrachtgever: DCC-IenW, Titel: Orkaan Irma treft Sint Maarten en Caribisch Nederland: een evaluatie van het door het ministerie van IenW geleverde crisismanagement. Datum: 18 april 2018. Instituut Fysieke Veiligheid, Lectoraat Crisisbeheersing,  Arnhem, www.ifv.nl

 

-----------------------------

 

 

Baan over de grens: 'Je zelfkennis krijgt een flinke opsteker'

Gepubliceerd: 16 juni 2018 10:46

 

Mensen die in een tijdje in het buitenland wonen, zijn creatiever, hebben minder vooroordelen en maken makkelijker carrièrekeuzes.

Dat laatste komt omdat emigranten zichzelf beter kennen dan mensen die altijd in hetzelfde land blijven wonen, blijkt uit recent onderzoek van de Amerikaanse Rice University.

Voor langere tijd naar het buitenland verhuizen is niet makkelijk. Madeleine Veenstra (29) vertrok in 2015 met haar man naar Seattle. Ze herinnert zich hun eerste avond in de States nog. "We gingen even boodschappen doen en we schrokken ons rot. Alles was zo duur en zat in zulke grote verpakkingen! We eindigden totaal overweldigd met slechts een zak appels in de auto."

Uiteindelijk lukte het hen een Amerikaanse supermarkt te doorkruisen. Maar het duurde een goede zes maanden voordat ze echt goed door hadden hoe dingen in elkaar steken in hun nieuwe omgeving. "En nog steeds heb ik elke maand wel dat ik iets nieuws leer", zegt Veenstra.

 

Helderder beeld

Door dit soort culturele ervaringen worden mensen keer op keer geconfronteerd met hun eigen waarden. Door vaker na te denken over wat ze ergens van vinden, en of dat wordt ingegeven door de culturele context van hun thuisland of vanuit henzelf komt, krijgen emigranten een helderder beeld van hun eigen persoonlijkheid en hun eigen normen en waarden.

Onderzoeker Hajo Adam, van de Rice University in het Amerikaanse Houston (Texas), noemt het "self-concept clarity". "Een emigrant die altijd op tijd is, terwijl anderen vaker te laat zijn, kan zich bijvoorbeeld afvragen: ben ik op tijd omdat ik dat belangrijk vind, of omdat het gebruikelijk is in mijn cultuur?" zegt Adam.

"Dat je punctueel bent, is een eigenschap, maar de clarity houdt in dat je zeker bent dat het een karaktereigenschap van jou is - niet een kenmerk van je culturele omgeving - en dat je redelijk vast bent in die opvatting. Dat je er niet steeds over van gedachten verandert", aldus Adam.

 

Meer zelfkennis

Adam en zijn onderzoeksteam deden zes verschillende onderzoeken, waaraan ruim 1.800 mensen deelnamen. Ze vonden keer op keer dat emigranten meer zelfkennis hadden dan mensen die in hun thuisland woonden.

Om te controleren of het niet zo is dat alleen mensen die al veel zelfkennis hebben naar het buitenland verhuizen, bekeken de onderzoekers ook een controlegroep van mensen die plannen hadden naar het buitenland te verhuizen, maar die nog niet vertrokken waren. Wat bleek? Ook zij hadden minder zelfkennis dan de mensen die al daadwerkelijk een aantal maanden in het buitenland gewoond hadden.

Emigratie is daarmee redelijk uniek, merkt Adam op, omdat de meeste grote levensveranderingen, zoals het verliezen van een baan of geliefde, juist een negatieve impact hebben op zelfkennis.

 

Nieuwe carrières

Merel Keuper (28) woont sinds negen maanden in Palo Alto, in de Amerikaanse staat Californië. Ze zegt zeker meer over zichzelf geleerd te hebben sinds ze verhuisd is. "Ik ben veel zelfverzekerder en heb meer vertrouwen dat dingen wel weer goedkomen, ook al zijn ze soms even lastig. Ik ben een stuk relaxter dan in Nederland."

Keuper zei begin 2017 haar baan als projectmanager bij een crowdfunding-consultancybureau in Nederland op, omdat ze er niet meer op haar plek zat. "Een paar maanden later kreeg mijn partner de mogelijkheid een paar jaar als postdoc aan de Stanford University te gaan werken", zegt ze. "Het kwam eigenlijk wel goed uit. Het was voor hem een geweldige kans, en voor mij een schone lei."

Keuper kreeg al snel een werkautorisatie van de Amerikaanse overheid en begon te solliciteren. Ze kwam vrij ver in een procedure bij Indiegogo, in dezelfde sector als die waarin ze in Nederland haar baan had opgezegd. Tot ze zich realiseerde dat ze niet weer datzelfde pad wilde nemen, en ze zich terugtrok uit de sollicitatieprocedure.

"Ik denk echt dat ik er in dit nieuwe land, in deze nieuwe context, veel scherper naar kon kijken en doorhad dat het niet de goede keus voor mij was", zegt Keuper.

 

Projectmanager

Keuper werkt nu als projectmanager bij Welocalize, en helpt op dit moment een klant om zijn producten taalkundig gereed te maken voor een aantal nieuwe landen.

Ook Veenstra veranderde van carrière na haar emigratie. In Nederland had ze een administratieve baan bij een telecombedrijf. In Amerika aangekomen begon ze als educator bij Lululemon, een winkelketen voor yogakleding.

"Ik moest de vloer op, zorgen dat klanten de juiste kleding kopen voor hun sportactiviteiten." Binnen een jaar klom ze op tot supervisor, nu is ze assistent-manager van een winkel die 10 miljoen dollar per jaar omzet draait. "In Nederland zou ik nooit naar zo'n baan als educator gekeken hebben. Ik was veel meer bezig met wat mensen om me heen of met dezelfde opleiding aan het doen waren."

 

Twee spiegels

Om het effect te bereiken, hoef je niet direct voor jaren te emigreren. Al vanaf drie maanden is het effect meetbaar, zegt Adam. "Maar een langer verblijf, blijkt wel tot meer zelfkennis te leiden", zegt hij.

Het doet er niet toe in hoeveel landen je in die periode woont, volgens Adam. Of het nou een stage van een half jaar, een wereldreis van acht maanden, of een baan van enkele jaren is: de zelfkennis krijgt een flinke opsteker.

Keuper vergelijkt haar ervaring met emigreren met een spiegel voor en achter je. "Je laat de hele context van je oude banen en je sociale normen achter je. Alles waarvan je in Nederland dacht dat het moest, hoeft nu niet meer. Mensen die iets van je verwachten, zijn niet meer zo direct aanwezig. En dan ben je opeens heel vrij en komt er veel meer vanuit jezelf."

De andere spiegel waar Keuper op doelt, is die waar ook onderzoeker Adam op hamert: de nieuwe culturele context. "Je wordt keer op keer geconfronteerd met nieuwe waarden, die je toetst aan wat je zelf eigenlijk vindt."

Veenstra bevestigt dat. "Door te wonen en werken in het buitenland, doe je perspectieven op die je op geen andere manier kunt krijgen. Het verandert je voor altijd."

© www.nu.nl

 

________________________________________

 

 

Paperwork

 
With the main financial help coming via the World Bank (on demand of the Dutch) I have earlier on already expressed my fear of bureaucracy and the negative impact of that.
Recently some conditions became clear what is asked related to another project with its roots in The Netherland, with all kind of conditions.  
This article below gives some comments on that. With the World Bank machine still preparing more of this will inevatibly will come up later. To be continued. Here it comes.
 
Here on St. Maarten doing paperwork is not our strongest point.
Yet that is what is absolutely required in order to get the funding from the Disaster Fundfor social projects on St. Maarten. See the related story here.
 
The conditions are as follows:
  • The duration of the projects is 1.5 years max and they have to be completed by December 31, 2019.
Comment: Forget about the ending, let’s get started first.
  • NGO’s have to avoid conflicts of interest within their organization, so they have to avoid family relations.
Comment: Something we usually find hard to avoid here on St. Maarten.
  • They have to explain the relation between their project and the hurricane, say something about the expected impact, how many people they expect to reach and about the level of volunteerism.
Comment: Sounds like a lot of paperwork.
  • Other requirements are a declaration of in-kind donations to the project. NGO’s also have to submit an extract of their registration at the Chamber of Commerce, their articles of incorporation and an annual report.
Comment: Again, more paperwork!
  • Large projects have to be accompanied by an official audit.
Comment: Oooohhhh…..Audits are never our strong point.
  • And of course the NGO’s have to submit their project plan.
Comment: Yep!…. More paperwork!
  • NGO’s should also think ahead and consider funding options after the funding from the disaster fund ends.
Comment: Sorry, foresight is also not one of our strong points. (Neither is hindsight, come to think of it.)
  • Four months after a project is finished, NGO’s have to submit a report about financing and content.
Comment: Ahum…. will we even meet the deadline to finish at all?
  • During the projects external observers will visit to monitor progress. Organizers of large projects will have to file their own progress reports.
Comment: Paperwork, paperwork, paperwork. Is there an echo in here?
  • “Local advisors will advise NGO’s, review projects and connect NGO’s with other organizations,” Sommers said. “We will however not write your project.”
Comment: Nuts!!! We were really hoping you would. Else, it will be such a daunting task to get the funding.
 
Conclusion commentary: The funding will go back to the Disaster Fund. Until the next disaster. That in itself will be a disaster. It is a monumental problem we have here on St. Maarten. We can never do any required paperwork for any project. Our opinion is the same regarding the paperwork to get the funding for projects from the World Bank trust fund the kingdom government set up. The required paperwork will not be forthcoming any time soon.
Prove us wrong.
Of course, we will not be holding our breaths.
 
(C) stmaartennews.com, May 21, 2018
 
---------
 

Creatief flyeren

Gisteren, bij het verlaten van ons kantoorpand, zag ik aan mijn auto een flyer bevestigd. Het eerste dat mij opviel was dat niet alle auto’s op diezelfde parkeerplaats diezelfde flyer hadden gekregen. De flyers waren alleen aan auto’s bevestigd die schade hadden.  

Dat zal dan dus wel van een schadeherstelbedrijf zijn, dacht ik.

Mis !

Toen ik de flyer bekeek stond erop:

 “nieuw gevestigd,

Opticien en brillenzaak,

 voor al uw problemen met zien,

 zowel dichtbij als in de verte”.  

 

Ik heb even hartelijk moeten lachen om zoveel creativiteit met het uitdelen van flyers om klanten te trekken!

9 mei 2018

___________________________

 

Verarming

Het gaat niet zo heel goed met de financiele toestand op de Antillen. En dan bedoel ik eigenlijk alle eilanden. Alleen Saba lijkt redelijk ‘in control’.

Aruba heeft een enorme schuld. Curacao heeft al jaren een economische groei van 0%. En Sint Maarten een krimp van naar verwachting bijna 10%, vanwege de gevolgen van hurricane Irma op 6 september 2017. Er wordt dan af en toe vanuit de politiek geroepen dat we moeten werken aan een bredere economie, niet alleen georienteerd op toerisme, want dat is minder kwetsbaar. En misschien is dat ook wel zo. Maar hoe moet je dat dan faciliteren. Wat kan er worden gestuurd. Wat is beinvloedbaar.

Ik las onderstaand berichtje; de uitkomsten/aanbevelingen uit onderzoek. Concreet en helder.

Het opstarten van economische activiteiten vereist [..] durf, vastberadenheid en een product of dienst dat verkoopbaar is. Uit recent onderzoek van US News en World Report blijkt dat naast deze basiseigenschappen ook andere factoren een grote rol spelen waarom ‘start-ups’ in sommige landen sneller en vaker van de grond komen. Uit het onderzoek [..] komt naar voren dat landen die de volgende faciliteiten bieden de meeste investeerders aantrekken: een ondernemersvriendelijke omgeving en overheid; een cultuur van nemen van risico’s; goed opgeleid en vakbekwaam personeel; goed ontwikkelde infrastructuur die connectiviteit met de rest van de wereld biedt; goed ontwikkeld rechtssysteem ter waarborging van de rechtszekerheid; een aantrekkelijk fiscaal klimaat; stabiliteit; aanwezigheid en gemakkelijk toegang tot kapitaal en financieringsmiddelen.

Op basis van deze criteria blijkt volgens US News en World report dat Duitsland, Japan, USA, United Kingdom en Zwitserland de top vijf landen zijn bij startende ondernemers. Zo blijkt dat in Duitsland voor 20 euro met een onderneming gestart kan worden. In de UK is het mogelijk om voor 12 pond binnen enkele minuten een online businessbankrekening te openen. © Antilliaans Dagblad, 25 april 2018, http://www.knipselkrant-curacao.com/ad-verarming-op-curacao/

Daarmee is het duidelijk waar voor de Caribische eilanden de komende periode de uitdagingen kunnen liggen.

(c) April 2018 in Knipselkrant Curacao 

____________

 

 

Minder en minder........

De regelmatige lezers van mijn blog zullen het al wel gemerkt hebben; de frequentie van het plaatsen van berichtjes wordt steeds lager. Een trend van reeds vele maanden.  Ik krijg er regelmatig vragen over. Dat laatste is dan wel weer leuk want daaruit blijkt dat mijn berichtjes in ieder geval worden gelezen.

En het moet gezegd, de constatering klopt. De frequentie van berichtjes neemt af. En ook de inhoud er van. Vroeger – ik praat nu over 2 - 4 jaar geleden - waren er meer leuke ludieke berichtjes. Is er geen leuk nieuws meer te melden of ben ik soms een zuurpruim geworden. Zo’n oude zeur, dat vroeger alles beter was, en dat het niks meer is en ook niks meer kan worden.

Ik moet je eerlijk zeggen dat vorig jaar (medio 2017) ik het wel een beetje had gezien hier op SXM. De sfeer op het werk was minder, evenals de voortgang.

Toen kwam echter hurricane Irma 6 September 2017. Ik was op dat moment in Nederland op vakantie met het voornemen om kerst 2017 SXM achter me te laten.  Na alle verwoestingen en de gedwongen tijd dat ik in Nederland zat (in totaal 4 weken) veranderde mijn perspectief. Ik wilde graag terug om SXM weer op te bouwen.

En tot op de dag van vandaag ben ik weer op SXM met dit vernieuwde perspectief. Nee, nog maar even geen Nederland. Eerst hier maar eens de zaken weer een beetje up-and-running krijgen, dat is al een uitdaging op zich, want hoe groot is de bestuurskracht van een organisatie die al moeite genoeg heeft om een land draaiende te houden in een rustige beheersfase zonder hurrricanes? Wat dan niet helpt is een traditie van 1 regering per jaar en een organisatie die misschien niet op de beste wijze is georganiseerd om optimaal te presteren.

Maar met de hulpinstanties komen er ook mensen en ideeen binnen rollen die zaken wellicht in beweging kunnen brengen wat anders niet kon, of tenminste leiden tot bewustwording dat duurzame ontwikkeling meer is dan alleen economische groei.

Ik denk dat ik wat kritischer ben geworden in de loop der jaren. Misschien ook wel de berusting dat hier nu eenmaal langzaam wordt gehaast en dat het allen zinvol is om energie te steken in dingen die ook echt beinvloedbaar zijn.

Maar er is gewoon ook echt minder ludiek nieuws. Veel mensen hebben het zwaar. Niet alleen financieel, maar ook de onzekerheid. Onzekerheid over de toekomst. The friendly Island is nog steeds vriendelijk, maar toch ietsje minder dan een tijdje geleden. Maar……..als iets ludieks op mijn pad komt dan zal ik nog steeds niet nalaten om dat te melden !

April 2018

 

________________________

 

 

Mobiliteitsbeleid en parkeermaatregelen

De cultuur hier in de Caribbean is over het algemeen 'leven bij de dag'. En dat heeft z’n charme. In Nederland moeten we daar eerst voor op cursus om dat te leren. Hier zit dat gewoon in het DNA van mensen en dat is mooi.

Maar…………...dat leidt er ook toe dat men pas gaat nadenken over een oplossing/maatregel als er zich daadwerkelijk een probleem voordoet. In het centrum van Marigot (hoofdstad van het Franse deel) was het zo ver. Er waren zoveel auto’s in het centrum en die willen allemaal een parkeerplekje, het liefste voor de deur van waar men moet zijn.  Het was een gezellige chaos en het bestuur van het Franse deel concludeerde nu toch dat het zo echt niet langer meer kon. Er moest iets gedaan worden. Maar wat? Mensen houden helemaal niet regels over dingen die niet mogen. Dus simpelweg een parkeerbeleid opstellen (bijvoorbeeld met betaald parkeren) en uitvoeren is helemaal niet zo simpel.

En zo kwam het bestuur een tussenoplossing bedacht. We gaan een zogenaamde blauwe zone invoeren, zo werd besloten. De start van de uitvoering was veelbelovend. Er waren een paar medewerkers van de municipale bereid om met een kwast en een bus met verf blauwe lijnen te gaan trekken in het centrum. En weer iemand anders had er aan gedacht om ook iets van een bord te plaatsen dat die blauwe lijn een zogenaamde ‘blauwe zone’ betrof. Dus tot zover ging alles goed.

Maar toen dat klaar was ontstond er grote verwarring onder de mensen want het was voor het eerst dat zoiets werd gedaan op het eiland. De paar mensen van de politie die zo moedig waren om op straat handhavend te willen gaan optreden werden op straat overstelpt met vragen. Bijna niemand wist over zo’n blauwe kaart met een schijf erin met tijden en dat je die achter je ruit moest plaatsen.

Toen dat de opvolgende dagen bij meer en meer mensen duidelijk werd was natuurlijk de volgende vraag waar je zo’n parkeerschijf kon krijgen. Geen enkele winkel bleek die dingen te hebben en ze konden wel worden besteld maar dan moest er wel voor worden betaald. B-E-T-A-A-L-D ???  Nu, dat was toch echt een stap te ver. Er werd massaal geklaagd en het bestuur van de municipale besloot om dan zelf die dingen maar te gaan aanschaffen en door de politie te laten uitdelen. Nu ja, men kon zich vervoegen op de Gendarmerie om er  1 af te halen  Maar zelfs met die rantsoeneringsmaatregel ging het toch fout.  Er was er zo veel vraag naar die dingen dat ze na 3 dagen al weer op waren.

De paar politiemedewerkers die zo moedig waren geweest om zich op straat te begeven om te proberen iets te gaan doen aan handhaving waren inmiddels danig geïrriteerd en moe van alle vragen en problemen elke dag en besloten andere prioriteiten te gaan stellen en klaagden bij het bestuur over de hele gang van zaken. Want nu wisten veel mensen eindelijk hoe dat zat met die blauwe zone, maar nu hadden ze keer parkeerschijf en dus stond ¾ van de auto’s nog steeds zonder zo’n kaart geparkeerd. Het bestuur – na wekenlang belaagd te zijn door burgers en medewerkers met vragen en klachten - besloot na al dit gedoe om tot tijdelijke uitstel van de maatregel te besluiten.

Het is nu 10 maanden later. En nog steeds kan er in Marigot geparkeerd worden zonder blauwe zone kaart/parkeerschijf. Nu heeft de hurricane van 6 september 2017 daarbij ook geholpen moet ik eerlijk zeggen. Het aantal inwoners en toeristen op het eiland is namelijk behoorlijk afgenomen (emigratie en geen grote hotels open tot op heden) en datzelfde geldt voor het aantal rijvaardige auto’s. Dus druk is het niet meer in het centrum van Marigot, er zijn parkeerplekken genoeg. De verkeersborden van de blauwe zone zijn grotendeels weggewaaid tijdens de hurricane. De blauwe markering is na alle weersperikelen al behoorlijk verkleurd en vervaagd en is nauwelijks meer te zien.

En zo is ook dit probleem in ieder geval weer praktisch opgelost. En weer is het bewezen dat je je helemaal niet zo druk hoeft te maken over problemen. Al die zorgen en plannenmakerij zijn helemaal niet nodig het komt vanzelf wel weer in orde.

Philipsburg, March 16th 2018

 

_____________________________

 

 

‘St. Maarten small country with big problems,’ Chief Prosecutor states

Having been on the island since late last year, Steenbrink (58) said he is “really impressed” by the crime rate on the island, compared with its relatively small number of residents. “St. Maarten is a small country with big problems and with big challenges, if you want to formulate it positively, even more so after Hurricane Irma. It has an international airport, a seaport with six to eight visiting cruise ships per day in its heydays, many visiting tourists, large flows of monies, very open connections and trade, enormous economic activities in casinos, in Front Street stores and in big hotels. “That’s impressive for such a small area.[..].”

Steenbrink said the cash-strapped Government and often heavily under-staffed Government entities are being confronted with very complicated issues, among which are, for example, border control and crisis management. “Prosecutors are being confronted with very complex cases. When I had just arrived on the island one of the Prosecutors told me he was preparing a case of 29 armed robberies, and that is no exception, and eight to 10 murders a year, which is very impressive considering the small scale of the population.” Steenbrink also said the large number of weapons on the island is another point of concern.

The prison [of Zaanstad] carried the slogan: “Start Inside, to remain Outside,” which Steenbrink also wants to introduce in St. Maarten. Steenbrink said the prison system on the island is matter for concern, even more so after Hurricane Irma. In putting it mildly, he said the conditions at the Pointe Blanche prison are “far from ideal. I have been at the Pointe Blanche prison and that is scary when you come from the Netherlands.”

Many reports have been written about the prison, a large section of which can no longer be used after the hurricanes. Many long-term prisoners have been relocated to prisons in Curaçao and in the Netherlands. The detention capacity in Pointe Blanche is insufficient, which means the Prosecutor’s Office needs to be creative in punishing criminals. “This means preventive custody and detention only when necessary,” Steenbrink said.

St. Maarten is lacking in assistance and measures to operate adequately in crime prevention and after a crime has been committed. That is not only a point of great concern for the Prosecutor’s Office but for society at large, said Steenbrink.

Youth crime is a problem, but Miss Lalie Youth Care and Rehabilitation Centre was also severely damaged by the hurricanes and cannot be used to date. Another point of concern is persons with a psychiatric background who commit crimes. There are hardly any facilities for these people.

Solutions will not come easily, according to the Chief Prosecutor. “St. Maarten is a young country and many institutions are simply not there yet, and then Hurricane Irma came along, which in only six hours’ time caused much destruction and material damage, as well as to the wellbeing of people.”

“After Irma you saw two things: the resilience of the people on this island, but you also saw that immediately after the hurricane and even during the ‘eye’ the worst in a small number of people emerged in large-scale plunder, robberies and violence. Then you see how important it is that there is rule of law here and that residents may count on the fact that persons who commit crimes like these are put to justice.”

First and foremost, St. Maarten’s Government needs to take responsibility for integrity within its own organisation, said Steenbrink. “Criminal justice is not a solution for everything, far from it. You do that by taking all kinds of basic preventive measures through good leadership, correct administrative procedures, and by reducing the use of cash money.”

Jeroen Steenbrink has been St. Maarten’s Chief Prosecutor since January 1st  2018.

(C) Bron: Daily Herald, geplaatst op 15 maart 2018 door redactie knipselkrant curacao

 

______________________________

 

Vergaderen op z’n frans

Soms moet er worden samengewerkt met de Franse kant. Niet uit echte overtuiging denk ik. Want op 1 of andere manier heeft het tot nu toe nooit erg goed gelopen met de samenwerking. Waarom? Dat is me niet helemaal duidelijk. Aan de menselijke kant ligt het niet denk ik; er zijn vele familiebanden over en weer want de grens is eigenlijk een fictief iets. Maar de bestuurscultuur is wel anders dat wij aan de Diutch side gewend zijn.  Het lijkt wat formeler. En daarbij hielp niet dat tot voor kort Guadeloupe de bestuurslaag was tussen Parijs en Saint Martin. De bevoegdheden van het lokale bestuur waren gering en voor bijna alles was Guadeloupe de aangewezen bestuurslaag. Sinds kort schijnt dat ander te zijn, zo is mij verteld. Het lokale bestuur heeft wat meer eigen zeggenschap en de rol van Guadeloupe is verminderd. Misschien dat dat een beetje helpt om wat slagkrachtiger te kunnen opereren.

Maar de fransen hebben soms de neiging om indruk te willen maken, officieel te doen. En zo komt het dat het bijwonen van een gemeenschappelijke vergadering over iets waar samen overleg over nodig is een hele belevenis is. De vergadering is officieel. Er is een voorzitter die ook – verbaal en non verbaal - echt laat weten de baas te willen zijn. Er is een A4tje op tafel met een agenda. Thee of koffie ontbreken, evenals de koekjes. Koud is het niet, want de airco is kapot of heeft te weinig capaciteit. Dat A4tje met agendapunten komt zodoende goed van pas, want die kan dan als handmatige waaier van koele lucht dienst doen. Om die reden vergaderen de employees van de Dutch part het liefste in de ochtend in Marigot, want ’s middags is het helemaal te warm.

Het probleem van de taal wordt opgelost door een tolk in de schakelen. Die kan dus het Franse gebrabbel in duidelijk Engels vertalen. Daartoe krijgen de deelnemers ook een koptelefoon ter beschikking. De tolk is een lieve mevrouw die haar uiterste best doet. Maar al spoedig blijkt dat dit toch niet voldoende is om het snelle Franse gebrabbel vakkundig en duidelijk te vertalen in Engelse woorden en zinnen. De arme mevrouw loopt iets achter. Ook is het niet altijd eenvoudig om uit haar Franse accent de Engelse woorden te herleiden. Dat leidt er toe dat als je reageert op wat zij zegt naar de Franse deelnemers toe, deze mensen je verbaast aankijken: “kon u dat niet eerder zeggen?” zeggen ze dan, “dat onderwerp hebben we zojuist al gehad”.

Het is zodoende een erg intensieve en ontgoochelende bedoening zo’n vergadering. Helemaal als we uiteindelijk afscheid van elkaar nemen en we in de gang naar de uitgang samen oplopen en wij de Franse medewerkers onder elkaar horen praten in ……....het Engels…!!

(C) Geert van der Leest, 15 Maart 2018

_____________________

 

Rechter op een eiland

Volgens de Nederlandse kantonrechter Frank Spreuwenberg is de rechtspraak in het Caribisch deel van het Koninkrijk net zo efficiënt als in Europees Nederland. Toch zijn er volgens hem wel degelijk verschillen, die vooral te maken hebben met de kleinschaligheid van een eiland. [..]

Afgelopen zomer werd voormalig Curaçaos minister-president Gerrit Schotte veroordeeld tot 3 jaar cel voor fraudeleuze praktijken.” De zaak bevestigde voor veel Europese Nederlanders het stereotype beeld over corruptie in de Cariben. Een imago waar Spreuwenberg zich direct tegen uitspreekt: “In mijn ogen komt corruptie niet vaker voor in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Wel denk ik dat het daar sneller in de openbaarheid komt. Op de eilanden wonen veel minder mensen dan in Nederland waardoor er meer transparantie is.”

De vroegere Caribische rechter licht toe: “Je loopt op de eilanden veel minder anoniem rond dan in Nederland. Het ons-kent-ons-gevoel is er groot, je dagelijkse handel en wandel is bekend. Zo was bijvoorbeeld al vrij snel duidelijk in de samenleving wat mijn rol was”.

“De bevolking is in de Cariben veel kleiner dan in Nederland. Het aanstellen van externe rechters zorgt daardoor voor objectievere rechtspraak. Rechtspraak die buiten bestaande familiale netwerken en kennissenkringen staat. Het Gemeenschappelijk Hof is mede hierdoor een baken van rust en continuïteit, die onpartijdig zijn werk doet, buiten de eilandperikelen om.” Spreuwenberg ziet dit echter, [..], als onbedoeld neveneffect, volgens hem zijn er vooral Nederlandse rechters in de Cariben omdat de lokale aanwas te klein is. “In de laatste decennia is gebleken dat het lastig is om Caribische rechters te werven.”

“Veel geschikte mensen gaan werken in het bedrijfsleven of de advocatuur, of blijven na een opleiding of stageplek in Nederland. En dat is jammer, want het zou beter zijn als meer ‘landskinderen’ zich zouden engageren. Dat versterkt het vertrouwen in de rechtspraak.”

Frank Spreuwenberg was van 2007 tot 2011 rechter bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint-Maarten en van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba.

© NTR/Caribisch Netwerk, geplaatst op 14 maart 2018 door redactie knipselkrant curacao

 

----------------------------------

 

Samen

De ontmanteling van de Nederlandse Antillen 10-10-2010 is voor corporate governance beroerd uitgepakt. Alle landen lijken een eigen richting op te gaan. Daar is op zichzelf nog niets mee mis. Het is wel een slechte zaak dat er niet of nauwelijks wordt samengewerkt. Dat levert een scala aan gemiste kansen op. Het goede nieuws is dat een gemiste kans ook een mogelijkheid biedt. Ik geef een voorbeeld. Het is in alle Caribische delen van het Koninkrijk moeilijk om geschikte commissarissen en toezichthouders te vinden.

Personen met voldoende inhoudelijke bagage zijn wel aanwezig, maar niet in overvloed. Op de kleinere eilanden zijn die er nog minder. Een gebrek aan voldoende ervaring is ook een probleem. Het allergrootste probleem is vaak het gebrek aan onafhankelijkheid. Hoe kleiner het land, hoe meer onderlinge banden en relaties er zijn en hoe meer voorkeuren en afkeuren als gevolg daarvan. Dat is de dood in de pot voor de onafhankelijkheid van de commissaris.

Onafhankelijkheid is in toenemende mate een kernhoedanigheid voor elke toezichthouder. Bij financiële instellingen houdt De Nederlandsche Bank als vuistregel aan dat minimaal de helft van de commissarissen onafhankelijk moet zijn. Een van de criteria voor onafhankelijkheid is wat men noemt ‘independency in mind’.

In onze landen zouden we de gewenste ‘independency of mind’ van toezichthouders heel goed kunnen bevorderen door commissarissen te werven uit een ander land in de Dutch Caribbean. […]

We richten een pool op, bijvoorbeeld door middel van een stichting, van kundige commissarissen en toezichthouders uit de hele Dutch Caribbean. De landen verplichten zich onderling om voor elke overheidsgelieerde entiteit minimaal één commissaris uit een ander land in de Dutch Caribbean te benoemen. Meer mag ook. Ze kunnen, maar hoeven niet te kiezen uit de pool. Op die manier wordt inteelt (telkens dezelfde mensen) voorkomen en kunnen we leren van elkaar.

© Juridische column mr. Frank Kunneman, geplaatst op 9 maart 2018 door redactie Knipselkrant Curacao

 

____________________________________

 

Scholieren Sint Maarten voor eten nog afhankelijk van Rode Kruis

Het Rode Kruis heeft sinds de verwoestende orkaan Irma [op 6 september 2017] een half miljoen schoolmaaltijden verzorgd op het getroffen Sint Maarten. Die mijlpaal werd maandag bereikt, meldt de hulporganisatie een half jaar na de ramp.

Voeding voor de leerlingen van de achttien basisscholen op het Nederlandse deel van het eiland is nog steeds een dagelijkse zorg. Het verzorgen van ontbijt en lunch op de scholen op Sint Maarten blijft zeker tot eind mei noodzakelijk.

Aan ruim 26.000 mensen zijn in de eerste maanden na de orkaan hulpgoederen uitgereikt. Daaronder veel flessen drinkwater, bijna 12.000 dekzeilen, 1339 hygiënepakketten en ruim 8000 voedselpakketten.

De hulp wordt bekostigd uit de pot van 18 miljoen euro die na de ramp werd ingezameld.

Volgens het Rode Kruis gaat de hulpvoorziening onverminderd door, mede doordat de toeristische sector zwaar is getroffen en er grote werkloosheid heerst.

Circa zevenduizend inwoners raakten hun huis kwijt, velen wonen in bij vrienden of familie. De hulporganisatie helpt tweeduizend huishoudens met het herstel van woningen.

© www.nu.nl, gepubliceerd: 06 maart 2018

_______________________

 

‘Hulp aan Sint-Maarten verloopt heel traag’

WILLEMSTAD – Sinds orkaan Irma langs raasde in september vorig jaar, zijn er nog achtduizend inwoners van Sint-Maarten afhankelijk van voedselbonnen van het Rode Kruis om te overleven. Dat zegt Henk Stomp van het Rode Kruis Curaçao.

Het Rode Kruis Sint-Maarten en haar zusterorganisatie in Nederland beheren gezamenlijk het register van mensen in acute nood. De balans na vijf maanden is niet moedgevend, zegt Stomp.


“Door gebrek aan werk hebben achtduizend mensen geen geld voor voedsel. Het proces om Sint-Maarten weer overeind te krijgen verloopt heel langzaam”, zegt Stomp. De geregistreerde gezinnen ontvangen 150 dollar aan voedselbonnen per week.

Het Rode Kruis Nederland heeft tot nu toe de humanitaire hulp aan Sint-Maarten, Sint-Eustatius en Saba gefinancierd. Het bedrag van 1.2 miljoen gulden dat op Curaçao werd ingezameld, is nog niet gebruikt.


“Het geld is nog op Curaçao, wachtend op een bestemming”, verklaart Stomp. Het Rode Kruis Curaçao wil met de nieuwe besturen van het Rode Kruis Sint-Maarten en van het Rode Kruis Sint-Eustatius gaan praten om te zien hoe deze 1.2 miljoen gulden kan worden gebruikt.

 

Nu de verkiezingen op Sint-Maarten achter de rug zijn, zal het Rode Kruis Curaçao opnieuw een groep van twaalf vrijwilligers sturen om te helpen met het herstellen van woningen. Dat wordt de derde groep die naar Sint-Maarten afreist..

(C) José Manuel Dias, geplaatst op 28 februari 2018 door

 

_________________________

 

 

Christelijke partij Sint Maarten wil sluiting bordelen

Reacties (uit Curacao):

ericlapas |  28 februari 2018 om 16:25 |  Net als je denkt, we hebben alles al gehad, krijg je zoiets. Geen bordelen? Wat volgt? Geen seks voor het huwelijk, geen condooms, het stenigen van homofielen? Ik ken mensen zat die even tussen de middag snel naar Campo voor een blowjob gaan. Je hebt alleen maar baat bij, het verminderd stress en je hebt meer energie voor de rest van de dag.

Sate Batata |  28 februari 2018 om 15:28 |  Geen Seaman’s Club meer? Dan gaat niemand meer voor zaken naar SXM, vertelde Eric mij.

Brian S |  28 februari 2018 om 15:25 |  Waar moeten de mensen van SXm dan heen?

© February 28th 2018, knipselkrant Curacao.

______________

 

Klimaatverandering en stijgende zeespiegel bedreigen eilanden: tijd dringt

WILLEMSTAD – Meer orkanen, overstromingen en een grote afname van koraal. De gevolgen van klimaatverandering op Curaçao worden steeds merkbaarder. De Zuidkust, waar veel stranden en ook de historische binnenstad ligt, loopt een groot risico, maar ook de onderwaterwereld heeft flink te lijden.

Volgens Albert Martis, directeur van de Meteorologische Dienst Curaçao, dringt de tijd om maatregelen te nemen. Kajakker Ryan de Jong heeft het heft al in eigen handen genomen:

Een team van marinebiologen van het Netherlands Initiative Changing Oceans (NICO) doet momenteel onderzoek naar koralen, blauwalgen en voedingsstoffen in oceaanstromingen rondom de Caribische eilanden. Door de stijging van de zeespiegel en de stijging van de temperatuur van het water, krijgen ander soort organismes kansen.

“Een duidelijk gevolg hiervan zijn matten van micro-organismes die we tegenkomen op grote diepte”, legt expeditieleider Fleur van Duyl uit.

 De matten worden ook wel blauwalg genoemd, omdat men vroeger dacht dat het alg was, en zijn zeker geen positief nieuws. “De matten geven giftige stoffen af wat natuurlijk slecht is voor koraal en vissen. Ook kunnen de matten uiteindelijk loslaten en op het strand terechtkomen. De giftige stoffen zijn ook voor mensen niet goed.”

Van Duyl vertelt dat vermoed wordt dat de matten ontstaan door enerzijds het lekken van voedingsstoffen vanuit de eilanden en anderzijds de verhoogde temperatuur. Met voedingsstoffen doelt zij op afval en zoetwater dat de zee invloeit. “Dit voedt de algen waardoor ze kunnen groeien.”

De concurrentie voor koraal op de zeebodem is met de komst van algen flink toegenomen. “De algen doen het alleen maar beter. We zien dus al een afname in koraal.” De laatste 40 jaar is de bedekking al sterk afgenomen: van 40 à 50 procent bedekking, is nu nog maar 10 procent van de bodem rond Curaçao en Bonaire bedekt met koraal.

“De laatste jaren is dit wel stabiel, maar de kansen voor de groei van koraal moeten worden vergroot”, gaat Van Duyl verder. “Hierbij moet je denken aan het beperken van afvalstoffen vanuit de eilanden door afvalwaterzuivering en minder zoetwater dat ze zee instroomt, want ook dat speelt een grote rol.”

(c) geplaatst op 19 februari 2018 door redactie Knipselkrant curacao 

http://www.knipselkrant-curacao.com/ntr-klimaatverandering-en-stijgende-zeespiegel-bedreigen-eilanden-tijd-dringt/#more-218020

 

______________________

 

Spectator | Sint Maarten is no longer viable as an autonomous country

  

Hurricane Irma has inflicted deep wounds in Sint Maarten. Organised relief efforts in the European and Caribbean parts of the Netherlands gave proof of deeply felt empathy. Nonetheless, the question arises as to whether Sint Maarten is able to face natural disasters in the future. That comprises considerations on the position and role of Sint Maarten within the Kingdom, viewed from a common interest of the Caribbean and European Netherlands. A plea for a new status of Sint Maarten.

Since 10 October 2010, Sint Maarten has been an autonomous country in the Kingdom of the Netherlands, after a dismantling process of the Netherlands Antilles.[1]

It led to the enlargement of the number of autonomous countries from one (Aruba) to three autonomous countries (with Curacao and Sint Maarten). It also meant the incorporation of three islands (Bonaire, Sint Eustatius and Saba) into the European Netherlands as special municipalities.

In economic terms, Sint Maarten appeared to go full steam ahead under the status of autonomy. It enjoyed four consecutive years of economic growth after 2012, whereas Curacao did not resume growth until 2015. Both countries benefited from substantial debt relief offered by The Hague. GDP per capita in 2015 of Sint Maarten – over $26,000 – exceeded that of Curacao by a good thirty per cent.

With posh port facilities, viewed also as a maritime hub for mega yachts owned by multimillionaires, as well as a service sector tailored to receiving tourism, Sint Maarten’s attractions worked like magnets. Its prosperity appeared to be only briefly interrupted by the previous hurricanes Donna (1960) and Luis (1995). What could go wrong? Three fault lines may illustrate why Sint Maarten’s development path had become rather vulnerable.

What went wrong? Three fault lines

 

One: transparency of information

 In the country Sint Maarten, carrying out research within an academic or policy framework is far from easy. People and companies are hard to trace, due in particular to incomplete and inexact information in the public domain. Few organisations are equipped to collect data on a reliable basis. Other complicating factors are the no less than five spoken languages, as well as an often perceived lack of trust between researchers and researched individuals.

Also the IMF has observed that from a quality point of view Sint Maarten’s statistics are substandard.[2]For instance, the balance of payment position can only be determined with aggregate statistics from the Central Bank (of Curacao and Sint Maarten); subtracting the figures for Curacao from the aggregate results in an estimate of Sint Maarten’s current account. In broad strokes, the impression prevails that economic transactions with the country – at least by country or sea – are minimally or simply not recorded for statistical purposes.

In the absence of good data registration, a culture of transparency becomes more difficult. A report recently issued by Transparency International[3] on Sint Maarten, explains that the pillars for the legal certainty of the country show rather uneven strength. The legislative and oversight institutions are robust. However, weaknesses are reported in the public sector, civil society and the business sector. This regards the checks and balances for the protection of citizens and companies. Those are needed for enabling them to speak out and seek redress where necessary. After 2010, checks and balances in Sint Maarten have been far from complete.

 

Two: short falling market building and economic uncertainty

After the dismantling of the Netherlands Antilles, the local economy became ever more focused on the tourist sector, in particular the handling of cruise ships, the latter accounting for close to two million visiting tourists per year. Some setbacks were reported in 2016, when two cruise lines withdrew and tourists became fearful following the Zika virus outbreak. Bottlenecks had already emerged in managing tourist arrivals, with daily crowds of more than 5,000 visitors. Saturated Philipsburg was no longer able to absorb the 40,000 vehicles in circulation, double the size of the pre-2010 car fleet.[4] Vehicle imports were tax free, which in the end made urban area traffic jams worse, as these became part of the daily street scene.

For the other two Dutch Leeward Islands, Sint Maarten remained the unavoidable spider in the cobweb of economic life. It was not feasible for companies to only conduct business locally on Saba or Sint Eustatius. Merchandising, property registries, notary and bank services remained available solely through providers operating in Sint Maarten. More entrepreneurs felt the higher burden since the changes of 10-10-’10. Although new taxes had been introduced by the central Dutch Government, they became more onerous as the Sint Maarten government imposed an additional sales duty on its own territory. On paper, double taxing might be avoided, but in practice things turn out to be different. Customs controls have been put in place at the borders of Sint Eustatius and Saba, staffed by civil servants flown over from far away Bonaire.

Meanwhile, the Dutch Leeward Islands also had to contend with three distinct currencies. On the French part of the island, the Euro had already been brought into circulation, the same as in nearby St. Barths. As the country Sint Maarten is locked in a currency union with Curacao, it has continued to use the Antillean Guilder. On Saba and Sint Maarten the US Dollar has become legal tender, as it had previously already been in circulation.

To accountants, ATM operators and entrepreneurs, the practice was reminiscent of Western Europe in the 20th century. Banks operating on the Dutch Leeward Islands – all under foreign ownership – started downscaling the supply of credit and insurance. Liquidity surpluses were the outcome.

In short, Sint Maarten on the one hand, and Saba and Sint Eustatius on the other, had started to operate with one another as foreign economies. Ridderikhof in his assessment of Dutch Caribbean financial sector regulation, made the following observation: ‘It is remarkable that this border, despite being run within the Kingdom, is even harder [to cross] than the one between the Netherlands and Belgium.’[5] Such fragmentation of the market also contributed to worsening problems of loan collection, since the clients could only be dealt with from ‘abroad’. The banks saw their returns on assets steadily falling by half. In 2016, Moody’s had issued a reduction in the creditworthiness of Sint Maarten, referring to falling growth figures and its critical state of public finance.[6]

 

Three: environment and climate

 Sint Maarten represents an insular strip of land that is part of the smallest inhabited island in the world, shared by two states. With 34 square kilometres and approximately 40,000 inhabitants, it can both in terms of surface area and population size be compared to European-Dutch municipalities like Harderwijk, Tiel, Vlissingen and Zutphen. All share picturesque marinas, as well as visits paid by the Dutch Queen Wilhelmina in the early twentieth century.

But there the parallels run out fast. Sint Maarten in 1950 had a population of less than 1,500 that would start doubling over each of the following four decades, numbering more than 24,000 inhabitants by 1990. Over the last quarter century, it would further increase by well over half. In the Caribbean, Sint Maarten now has the highest population density of 1,200 inhabitants per square kilometre.

Sint Maarten, together with Curacao, is in the world’s top ten countries ranked for carbon dioxide emissions

Utility services for water, power and waste disposal were becoming more difficult to obtain. Payment rates for water and electric power are sky-high in the Dutch Caribbean: a small company operating on the Dutch Leeward Islands has monthly bills of more than $250 for water and $400 for electricity. Stores and small hotels sometimes pay ten or even twenty times that amount of money. In Sint Maarten, almost ten kilos per capita of daily waste is generated and discarded, more than the total per capita average of the other five Dutch Caribbean islands combined, putting the country among the first in the Caribbean. Together with Curacao, Sint Maarten is in the world’s top ten countries ranked according to carbon dioxide emissions, annually accounting for 20.8 tons per person.

Problems of territorial planning are also getting worse. In 2014, the Sint Maarten Nature Foundation reported that some six island bays, the Queen Juliana Airport, and the capital Philipsburg would run growing risks of inundation. An increase in sea level may cause more than a quarter of the territory, now on average twenty meters above sea level, to become uninhabitable, in particular the economic key areas.

Ongoing processes of ocean acidification and the bleaching of coral reefs around the island’s shores have started to inflict increasing damage to maritime flora and its associated herbivore fauna.[7] Until recently, the coast of Sint Maarten offered a guarantee for biodiversity and ecological equilibrium. But ecologists recently observed that due to the growth in tourism as well as unbridled urban expansion, close to 80 percent of near shore coral reefs have disappeared. Even so, the Ministry of Public Housing, Environment, Spatial Development and Infrastructure (VROMI) undertook little action to recalibrate spatial planning policies.

 

Two, three, many hurricanes….

The most pressing threat that materialised on 6 September has yet to be mentioned: the location of the Leeward Islands in the Atlantic Hurricane Belt. On average, Sint Maarten has to deal with a hurricane once every six years. Before Hurricane Luis (1995), the even stronger Donna had overwhelmingly struck in 1960. Between Donna and Luis there were 35 years, but only 21 between Luis and Irma, which may be a coincidence. But climate research by North-American meteorologists indicates that, in the course of this century, future hurricanes will not necessarily occur more often, but they could be much stronger, as they will also contain more water. Within a constant number of hurricanes, those in the strongest categories 4 and 5 will occur more often.

There is a risk the aid provided for reconstruction after Irma will get lost in the event of a direct hit by another hurricane

The geographically ‘perfect’ location of the Leeward Islands is precisely what makes them even more vulnerable than before. It is expected that periods of drought, already prevailing in the north-eastern Caribbean during 2016, will last longer. By and large a climate cocktail emerges that consists of long droughts, incidental rainfall of many inches of rain, and extensive flooding accompanied by winds of more than 130 miles per hour, all this on a tiny land surface that is diminishing yearly: a horrifying picture of the future. In comparison to the era of Donna and Luis, the climate prospect for Sint Maarten after Irma changes everything.

 

What are the options?

As a country, Sint Maarten is facing a bleak future. In economic terms, the Leeward Islands have fallen prey to a state of fragmentation that has been impeding a rational process of upscaling and market building. From a climate perspective, the existing threats were known before 2010, but they remained out of sight to policy makers in the transformation of the Dutch Caribbean. There is a risk the aid provided for reconstruction will get lost in the event of a direct hit by another hurricane.

Many alternatives are not at hand, or the most far-reaching option may well be the only resort: the exit of the Dutch Caribbean from the Kingdom. Through an amendment to the Statute of the Kingdom, Sint Maarten might first obtain complete independence. Nonetheless, a rather cynical pulling of the plug by the Dutch – some sort of Caribbean ‘smexit’ – would be comparable to the withdrawal of the US from the Paris Climate Agreement. Considerations related to strictly national and financial considerations do play a role in that.

However, there is also another option: the transformation of Sint Maarten into a special municipality of the Netherlands, the same as Bonaire, Sint Eustatius and Saba. Advantages related to the status of a special municipality would, in the first place, materialise for the Sint Maarteners themselves. They and future generations, stacked together on an overpopulated island, have a right to a sustainable and ‘climate-worthy’ livelihood. The rights of citizens, in one legal and economic area, including Bonaire as well as Sint Eustatius and Saba, would be better guaranteed. The country role of Sint Maarten as a superfluous, complicated and often uncontrolled part in the chain of the BES-islands would cease to exist.

Secondly, the present cloud of threats deserves a well-considered set of public policies, thoroughly concerted with Sint Maarten’s civil society, and feasible at the local level. These would relate to the issues of spatial and infrastructural planning, strengthening of levies and coastal water works, public utilities, tourism policy, and conservation of aquatic and terrestrial biodiversity. The reconstruction of Sint Maarten goes way beyond that of previously existing roads and buildings. It is directly linked to zones that qualify from a technical and environmental perspective, including the question – if, and under what conditions – of reconstructing the capital Philipsburg. Such a project will in any case be expensive and risky.

Thirdly, there is a case to make for envisaging cooperation in the European and island context. Many services on the island – including aviation, transport, public utilities, waste management, education and medical services – depend on coordination between French and Dutch institutions. At stake is the issue that the entire island needs an integrated plan for sustainable reconstruction, which inevitably raises the question of the status of the island in the EU: outermost region, overseas territory or both, ambiguous as it is at present. A Franco-Dutch cooperation has a cost saving potential.

In the fourth place, the reconstruction of the island needs to be crafted in accordance with long-term objectives. The first one is sustainability: the island needs a hurricane-resistant reconstruction that allows for lasting human residence but that is also financially feasible. That would not only serve European taxpayers but also the Caribbean community. Hurricane-resistant buildings for hospitals, shelters and information centres will have to be made with a view to upscaling as well as lasting use, also for citizens of other northern-Caribbean islands.

Fifth, at stake is a fresh approach in Dutch policies for development cooperation in the Western Hemisphere. Climate policy and the protection of civil populations, their habitats and ecosystems in the Grand Caribbean, belong indissolubly to that approach. At present, too many communities reside in conditions that are too vulnerable, and they are falling victim to hurricanes and inundations too quickly. The Netherlands needs a new role in the domains of coastal protection works, water management, and strategies to combat as well as prevent poverty. All this can be achieved in cooperation with regional institutions.

 

Sint Maarten’s future: three scenarios

The virulent hurricanes in the Caribbean of September 2017, hitting so many islands including Sint Maarten may, for this country, be extrapolated according to three scenarios. The first is one of business as usual (BAU), which amounts to generous emergency aid and later on the reconstruction. As time goes by there will be a repeat of moves and actions, each time with a shorter follow-up due to the higher frequency of hurricanes. The political status of Sint Maarten will remain unchanged, whereas – owing to its unsustainable path of development – the cost of reconstruction will rise disproportionately with every new disaster. In the present political state of the Euro-Netherlands, this scenario will remain in place as the most likely.

A better, second scenario is a political transformation of Sint Maarten into a Dutch special municipality, as a matter of course subject to the process of democratic decision making. A major benefit would lie in a new and equal partnership within the Kingdom, in principle in the same way that Euro-Dutch municipalities are being treated. The long-term goals of such reform would be to achieve strong institutions, fair market building and a serious approach in addressing climate change.

The third scenario, a ‘smexit’, is in late 2017 to many people not so much a dream as it is a nightmare. That said, it may be in vogue in the years to come, especially when policy makers keep sticking to the BAU-scenario. It will become a hot issue when Sint Maarten will no longer or only partly be rebuilt, its debts will soar, and its population will emigrate while others stay behind – ageing, sinking into poverty, or both. It is the path the US territory of Puerto Rico has been trying to get rid of, without success, in past decades.

The three scenarios may invite a revision of the publication of Oostindië and Klinkers, Parted Kingdom (Gedeeld Koninkrijk)[8]. Irma can turn out to be the first chapter in a chronicle of a climate catastrophe foretold, for Sint Maarten and with it for the Kingdom. So, a revised book version might bear a fresh title such as ‘Sloshing Kingdom’ (Klotsend Koninkrijk), for those who will remember the deeply unequal relationship of late 2017.

The article is partly based on research carried out on twelve Caribbean islands at the request of the EU and the Programme COSME, the latter with headquarters on Tortola (BVI). The Programme has been preliminarily suspended, as hurricane Irma also heavily hit the island of Tortola on 6 September 2017.

____________________________________________

  1. The dismantling process is extensively described in: Gert Oostindie & Ineke Klinkers, Gedeeld Koninkrijk. De ontmanteling van de Antillen en de vernieuwing van trans-Atlantische relaties , Amsterdam: Amsterdam University Press, 2012.
  2. See: IMF, ‘Kingdom of the Netherlands, Curacao and Sint Maarten. Staff Report for the 2016 Article IV Consultation’, Washington, July 2016.
  3. Cora de Wit, ‘St. Maarten 2015. National Integrity System Assessment’, Berlin: Transparency International, 2015.
  4. For more information about recent vehicle fleet size, see: Real Motor Japan.
  5. Marijn Ridderikhof, ‘Regulering van de financiële markten van Caribisch Nederland en het toezicht door DNB’, in: Jaarboek Compliance, Capelle aan den IJssel: Nederlands Compliance Instituut, 2013, pp. 285-297, in particular p. 286.
  6. Moody’s Investment Service, ‘Government of Sint Maarten – Baa2 Stable’, Annual Credit Analysis, New York, 2016.
  7. Additional reporting on coral reefs in: Reef Resilience Network (TNC)
  8. See Gert Oostindië & Ineke Klinkers, Gedeeld Koninkrijk. De ontmanteling van de Antillen en de vernieuwing van trans-Atlantische relaties, Amsterdam: Amsterdam University Press, 2012.

(C) Bron: Hans Nusselder | Spectator/Clingendael, geplaatst op 18 februari 2018 door redactie Knipselkrant curacao

 

____________________________

 

 

Improvement needed at Crime Prevention Fund

PHILIPSBURG:--- On February 12, 2018, the General Audit Chamber submitted its report: ‘Quick Scan: Crime Prevention Fund’ to Parliament. In this report , the Audit Chamber presents the findings of an investigation into the financial management of the Crime Prevention Fund. The Fund is managed by the Minister of Justice. The General Audit Chamber felt that a review of the Crime Prevention Fund was needed because the Fund’s income and expenditures were not correctly and completely accounted for in the 2015 Financial Statement of St. Maarten. Originally, it was the intention to conduct the Quick Scan of the Crime Prevention Fund using Government’s 2016 Financial Statement, however, this document is still not available. The 2016 Financial Statement was due in September 2017.

In conducting the Quick Scan, the General Audit Chamber sought to develop an overall impression of the size of the fund, its legal compliance, as well as its financial management. In addition, we identified areas in need of improvement. Our investigation reveals a lack of legal compliance, inadequate financial management, and a Minister of Justice who is not ‘in control’. As a result, there is a risk that the allocation of funds in 2016, did not occur in keeping with the objective of the Crime Prevention Fund. Failing to spend money from the Crime Prevention Fund according to the fund’s objectives, constitutes legal non-compliance, and is a violation of the relevant regulations.

Based on our conclusions, we recommend that the Minister prepares and submits an annual policy plan and financial statement in accordance with the National Ordinance Crime Prevention Fund. Furthermore, we recommend improving financial management by (among other things) developing proper procedures to ensure accountability. In addition, the Minister needs to ensure that the required quarterly written reports regarding the fund are drafted. These reports must clearly indicate the purpose of expenditures.

In accordance with our audit methodology and protocol, we provided the Secretary-General of the Ministry of Justice with the opportunity to react to our findings in November 2017. This opportunity is always provided before a report is published. It is unfortunate that the Secretary-General did not respond. The draft report was also sent to the Minister of Justice in December 2017. The Minister failed to respond within the time allotted to him. Because our methodology requires proper due diligence prior to publishing a report, we granted the Minister two deferments based on his request for more time. Ultimately, we received the Minister’s reaction a day after the due date, on January 11, 2018. The Minister has an apparatus of full-time staff within the ministry at his disposal. As such, the excuse that higher than normal work pressure caused the late response, is not persuasive.

In addition, we are concerned about the interest and commitment shown by the Minister and his Ministry given the report’s objective; improving the financial management of the Crime Prevention Fund, and ultimately the functioning of the Ministry. Our task is to research and investigate, to highlight areas for improvement and, where necessary, to make recommendations in the benefit of the country. Proper cooperation is an indispensable component for this process to be successful. The level of cooperation provided for this Quick Scan was not optimal. This is regrettable, particularly because the Minister publicly expressed his intention to fully cooperate with the General Audit Chamber (Today, June 22nd, 2017). The reality is, sadly, quite different. This is our second investigation at the Ministry of Justice where we have experienced poor cooperation. We remain hopeful that in the future, the Minister of Justice will provide the required level of cooperation.

The report ‘Quick Scan: Crime Prevention Fund’ is published in both English and Dutch and is available on the website of the General Audit Chamber (www.arsxm.org).

© Published: 15 February 2018, smn-news.com

 

_____________________________

               

Lawyers file complaints about criminal justice system

PHILIPSBURG–Ten lawyers filed a complaint with Minister of Justice Cornelius de Weever concerning what they consider the consistent violation of the criminal justice system in St. Maarten.

In the letter, dated February 8, the disgruntled lawyers question the impartiality of the Court and the seeming lack of interest among Appeals Court Judges.

On Monday, February 5, a picture and article appeared on the front page of The Daily Herald showing Judge of Instruction John Schols, Prosecutor Joris Beliën, a Court recorder and three officers of the special anti-corruption taskforce TBO having dinner at Greenhouse restaurant on the evening of January 17.

Stating that in our judicial system judges must maintain “at least the pretence of impartiality, the picture and article support what has been evident for some time, and that is that the distinction and distance between Prosecution and the Judge seems to have disappeared and given way for a seamless merger,” the lawyers said in their letter to the Minister. According to them, this violates the core pillar of our criminal justice system, which intends to create the environment for a fair trial before an unbiased and impartial judge. They say the “blatant display” of the close relationship between Prosecutors and Judges is “unheard of…yet in St. Maarten such seems not be an issue.”

Too often the scheduling of cases and the media seem to be used with the intent to “influence the political scenery” in St. Maarten. “Better yet, influence the manner in which persons within the arena are perceived,” they said.

The criminal lawyers claim that the legal safeguards of their clients are not respected and allege that Joint Court Judges seem without interest, “at times falling asleep,” and most often appearing to have reached a decision prior to hearings, and seem to be in a rush to complete Court sessions to be able to make it to their return flights to Curaçao. “The latter results in demands to the defence to complete presentations in summary, leaving dissatisfied clients,” the lawyers stated in their letter to the Justice Minister.

Bron: Daily Herald, geplaatst op 14 februari 2018 door redactie Knipselkrant Curacao |

 

__________

 

Onderzoek naar de projecten, sturing en inbedding van acties; lessons to be learned

Het rapport [van de Rekenkamer Aruba] is ronduit vernietigend. Het ARA-rapport geeft een beeld van [….] bestuurders die ad-hoc projecten toevoegden aan het plan, vaak zonder enig haalbaarheidsonderzoek vooraf of onderhoudsplan nadien. Vaak was er ook geen sprake van transparantie of controle, waardoor niet te achterhalen viel of het begrote bedrag ook daadwerkelijk tot de laatste cent naar het project ging […]. Wat ooit begon als een al behoorlijk ambitieus plan voor de renovatie van Oranjestad, San Nicolas, tal van wijken en schoolgebouwen, werd opgeblazen tot een monster van tien hoofdprojecten met daaronder 241 kleinere. Veel van die projecten werden bovendien onderhands gegund, tegen de comptabiliteitswet in.

Neem nou de aanleg van de tram bijvoorbeeld. Dit was onderdeel van de vernieuwing van de binnenstad. Die was inderdaad toe aan vernieuwing en er was bovendien druk van de Florida-Caribbean Cruise Association die een betere ervaring wilden voor de cruisetoeristen die de aan haar verbonden cruiseschipmaatschappijen elke dag hier loslaten. Het was de bedoeling dat de tram deze toeristen helemaal naar het eind van de Caya Betico Croes zouden brengen zodat ze lopend langs alle winkels terug moesten naar hun schip. Op zich een leuk idee, maar veel meer dan dat was het niet. Geen enkel inhoudelijk onderzoek werd gedaan om uit te zoeken of het allemaal ook echt zou werken. Het ging om de visie en dus werd de tram aangelegd. Geen shuttle ofzo, maar echte stalen rails zodat de middenstanders in de Caya de commitment van de regering konden voelen om dan als vanzelf te investeren in hun winkels. Dat was het argument die constant naar voren werd gebracht. Het zou allemaal zo’n 18 tot 20 miljoen florin gaan kosten. De Algemene Rekenkamer kwam in haar rapport uit op ruim 44 miljoen.

Nu rijdt die tram dus door de Caya en hebben toeristen inderdaad een leuke atractie om op te rijden, net als Disneyland back home. Het heeft er wellicht voor gezorgd dat de leden van FCCA hun schepen nog steeds helemaal hier naartoe zijn blijven sturen – Aruba blijft voor cruiseschepen kostbaar vanwege de afstand vergeleken met andere plekken in de Caribbean, dus we moeten iets extra’s aanbieden om aantrekkelijk te blijven – en daar valt zeker wat voor te zeggen. Maar echt beter is het niet geworden in Oranjestad. Was dat niet de bedoeling? Veel krijgen die toeristen ook niet te zien. De facelift begint nu al in te zakken vanwege de vele shortcuts die de aannemer heeft genomen in materialen en afwerking en het ontbreken van simpel onderhoud. Maar erger; het winkelaanbod is onveranderd gebleven, met dezelfde Indiase winkels met goedkope electronica en sweatshopkleding waar zelfs de nog altijd rondlopende chollers niet in gezien willen worden. Er is zeker geprobeerd en er waren goede initiatieven zoals het aantrekken van Zara en projecten als Beam en Korteweg, maar het was te weinig, te ad hoc en wat er was werd niet structureel voortgezet. Bovendien werd de kern van het probleem, namelijk hoe krijg je pandeigenaren zover om te verkopen of zelf geld in hun gebouw te steken, niet aangepakt.

Uiteindelijk werd er meer aangelegd dan nagedacht, terwijl over dit soort kwesties juist […] lang en diep moet worden nagedacht voordat ook maar een klinker kan worden gelegd voor de camera’s van de pers. Dan zien mensen dat je inderdaad van alles hebt aangelegd en verbouwd, maar wat kan nou daadwerkelijk worden afgemaakt en wat van dit alles zal er nog over pak ‘m beet 30 jaar staan? Je hebt politiek voeren en je hebt beleid maken. Het eerste, daar zijn we goed in, maar dat laatste vereist kunde, voorbereiding, geduld, bereidheid tot luisteren en de kracht om je dagdromen te laten voor wat ze zijn.

Rapporten als deze, hoe laat ze ook verschijnen, trekken gordijnen open en blazen maskers weg. Wat overblijft aan ‘nalatenschap’ is niet alleen schraal, maar schetst ook een beeld van [….] bestuurders die acht jaar lang meer bezig waren met PR en campagne dan met goed bestuur.

 

Bron: Den Cayente, Column door Ariën Rasmijn (Aruba), Ariën Rasmijn (1975) is freelance journalist. Naast zijn publicaties in Amigoe en diverse andere media schrijft hij in deze column regelmatig over nieuws en politiek in Aruba.  

© Geplaats op Knipselkrant Curacao February 13th 2018. http://www.knipselkrant-curacao.com/column-den-cayente-bo-cuenta/

 

Conclusies Algemene Rekenkamer

Het onderzoek heeft uitgewezen dat er geen vastgesteld kader bestaat voor wat [het project] BO Aruba precies inhoudt en op basis waarvan projecten aan dit programma worden toegevoegd.

Er bestaan gebreken in de informatievoorziening, vooral wegens het ontbreken van duidelijke en inzichtelijke projectdossiers.

Ook is er geen centrale plaats, waar alle relevante informatie over BO Aruba bijgehouden wordt en te vinden is. Door het gebrek aan menselijk kapitaal en de gemoeide tijd die er in de coördinatie van een omvangrijk programma als BO Aruba wordt gestoken, heeft de degelijke vastlegging lage prioriteit.

Er ontbreken duidelijk geformuleerde en concrete doelstellingen, heldere omschrijvingen van (deel)projecten met hierbij een financiële onderbouwing volgens onderzoek BO Aruba een van te voren vastgesteld budget. Belangrijke informatie over het op te lossen probleem en hoe een bepaald project hier het hoofd aan zal bieden, is vaak niet aanwezig. Hierdoor wordt het toetsen van de noodzaak van een project sterk verhinderd. Tevens wordt uit het oog verloren in hoeverre de projecten afstemmen op het beleid van de ministers. Ook is er een gemis aan informatie over meetindicatoren. Het is hierdoor niet mogelijk om achteraf te meten of doelstellingen zijn behaald.

Er bestaat geen actieve en systematische informatiestroom van BO Aruba naar de Staten toe. De Staten wordt wel geïnformeerd door de minister, echter gebeurt dit meestal bij de begrotingsbehandeling of als de Staten hierom vraagt. In de jaarrekening van het Land wordt in onvoldoende mate verantwoording afgelegd over BO Aruba.

Het is geen gangbare zaak om standaard haalbaarheidsstudies en diepgaande risicoanalyses te (laten) verrichten om een inschatting te maken van de financiële of economische haalbaarheid van projecten. Daar waar wel risico’s worden benoemd, worden deze vaak niet afgedekt alvorens de projecten worden uitgevoerd.

Er is een gebrek aan eindevaluaties na de totstandkoming van projecten. Met evaluaties wordt niet alleen de evaluatie van het (bouw)proces bedoeld, maar ook het achteraf meten of de van te voren geformuleerde doelstellingen zijn bereikt op een efficiënte wijze, binnen een vastgesteld budget. Evaluaties worden bemoeilijkt, omdat vaak geen doelstellingen zijn geformuleerd of geen meetindicatoren zijn aangegeven; Onderzoek BO Aruba

De duurzaamheid van de projecten is niet gewaarborgd. Het onderhoudsaspect, dat belangrijk is om de oorspronkelijke investering te waarborgen, wordt niet concreet uitgewerkt, hoewel dit aspect bij de meeste projecten wel als risico wordt genoemd. Er bestaat geen overkoepelend onderhoudsplan en voor het onderhoud van gebouwen wordt vaak geen middelen toegekend.

Er is een gebrek aan transparantie, omdat er in onvoldoende mate (financiële) verantwoording wordt afgelegd over BO Aruba. Hoewel in de Landsbegrotingen over de opeenvolgende jaren vanaf 2010 informatie wordt gegeven over Bo Aruba, wordt geen inzicht gegeven in de mate waarin uitgevoerde projecten hebben bijgedragen aan de oplossing van een gesignaleerd probleem en tegen welke prijs. Het gebrek aan transparantie is ook te zien bij acht gevallen, waarin afgeweken wordt van openbare aanbestedingen, zonder dat de reden hiervoor in een ministeriële beschikking is vastgelegd. In een ander geval ontbreekt een machtiging bij landsverordening tot het verrichten van een schenking.

Er is bij het toezichtsorgaan van het begrotingsfonds Tourism Product Enhancement Fund (TPEF) sprake van een toewijzing van zowel een toezichthoudende als uitvoerende rol. Dit impliceert een functievermenging. Daarnaast kent dit fonds een zeer ruime doelstelling, waardoor weinig duidelijkheid bestaat over de bedoeling van de bestedingen van het fonds. Niet bij alle projecten is vooraf duidelijk wat de totale financiële gevolgen zullen zijn voor het Land en hoe deze bekostigd zullen worden. Bij diverse projecten wordt als argument, onder andere het off balance financieren genoemd. De financiële gevolgen komen in die gevallen niet tot uitdrukking in de Landsbegroting, maar worden pas verantwoord in het jaar dat het Land de kosten betaald.

Er zijn projecten die tot BO Aruba horen, maar die door instellingen op afstand van de overheid worden uitgevoerd, zoals de aanleg van een windpark door de Water- en Energiebedrijf Aruba N.V. (WEB Aruba N.V.) of de bouw van parkeergarage door de Stichting Fundacion Cas Pa Comunidad Arubano (FCCA). Het gemis van een totaaloverzicht van BO Aruba, dat ook volledige financiële informatie bevat over de deelprojecten met inzicht in de risico’s, is hierbij duidelijk merkbaar.

 

Aanbevelingen Algemene Rekenkamer

De Algemene Rekenkamer beveelt de minister belast met Infrastructuur aan om procedureregels op te stellen voor het aangaan van grote projecten. De Staten dienen hierbij te worden betrokken, zodat ook haar informatiebehoefte kan worden meegenomen. Het is van groot belang dat het doel van een project duidelijk wordt vastgelegd, waarbij specifiek wordt aangegeven hoe een project bij zal dragen aan de oplossing van een geconstateerd probleem, met een financiële onderbouwing. Het is ook belangrijk om alternatieve (kostenbesparende) scenario’s te presenteren. Hieruit kan dan, afhankelijk van de beschikbare middelen, gekozen worden. Ook wordt aanbevolen om gebruik te maken van lange termijn planningen. Het opstellen van een integraal infrastructuurplan is van groot belang, waarbij wordt aangegeven hoe de duurzaamheid van de projecten gewaarborgd wordt. Als laatste is de minister aanbevolen om verantwoording af te leggen over BO Aruba, in die zin dat ook inzicht wordt geboden in de bijdrage die de deelprojecten hebben geleverd aan de oplossing van een geconstateerd probleem en een vastgesteld hoofddoel. De Algemene Rekenkamer vindt het belangrijk dat de Staten over een totaaloverzicht beschikt, met inzicht in de financiële gevolgen en risico’s voor het Land.

Ook bij de Staten is voorzichtigheid geboden. Aan de Staten wordt meegegeven om voldoende informatie van de regering te krijgen, vóórdat zij haar goedkeuring geeft aan de uitvoering van grootschalige projecten. Ook dient zij, zonder meer, verantwoording te vragen van de regering. Het afleggen van verantwoording over de projecten en de bijdrage die de projecten leveren aan een op te lossen probleem, dient als basisvereiste te worden beschouwd.

© http://www.rekenkamer.aw/main/nieuws/50-rapport-bo-aruba

 

---------------------------------------

 

Een eilandgrapje

Zegt een tourist: "Mag ik een koffie?"

Ober: "Komt eraan!"

Na meer dan een half uur wachten heeft de toerist nog steeds geen koffie en wordt boos:

"Waar blijft die koffie? Ik wacht al drie kwartier!"

Ober: "Maar meneer, waar maakt u zich druk om? Ik heb een jaar op uw komst gewacht!"

 

_________________

 

Rommel opruimen op Sint Eustatius; twee kanten op vegen

De zojuist benoemde regeringsfunctionaris Mike Franco zal schoon schip maken bij het bestuur op Sint-Eustatius. Maar hij moet ook de wanorde aan de Nederlandse kant aanpakken.

De Curaçaose politicus Mike Franco wordt de regeringscommissaris op Sint-Eustatius, meldt het ministerie van binnenlandse zaken. Oud-burgemeester van Tubbergen Mervyn Stegers (CDA) is Franco’s plaatsvervanger. Franco is oud-voorzitter van het Curaçaose parlement. Staatssecretaris Raymond Knops van koninkrijksrelaties draagt beiden voor om het bestuur op Sint-Eustatius over te nemen.

Wie de Kamerbrief van Knops over de chaos op Sint-Eustatius legt náást het rapport van de commissie Spies, die in 2015 al de nieuwe situatie op de BES-eilanden evalueerde, ontdekt een opmerkelijk verschil.

Knops schrijft in zoveel woorden dat het eilandsbestuur wordt gekenmerkt door wetteloosheid en financieel wanbeheer, en er sprake is van discriminatie, intimidatie, willekeur en machtswellust. Daarom is ingrijpen volgens hem noodzakelijk.

Liesbeth Spies, die de omvorming van Sint-Eustatius beschreef van een van de zes Nederlandse Antillen tot een ‘bijzondere gemeente’ van Nederland, waarschuwde drie jaar geleden ook al voor die bestuurlijke chaos. Maar ze vroeg daarnaast nadrukkelijk aandacht voor de grote teleurstelling op het eiland, vijf jaar nadat de nieuwe status werkelijkheid werd. En de toenemende armoede. En, misschien nog belangrijker: de willekeur en chaos aan de Nederlandse kant. Bij de departementen in Den Haag.

Nu staatssecretaris Knops met zijn ambtelijke troepen Oranjestad is binnengetrokken om de overname aan te kondigen, kan het geen kwaad nog eens heel goed naar de analyse van Spies te kijken. Ze beschrijft dat de overgang in 2010 van een Antilliaans bestuur naar een Europees Nederlands bestuur voor veel bewoners ongewenst was en bijzonder snel is verlopen, en zij de veranderingen van het proces vaak niet hebben begrepen, laat staan dat zij er invloed op hadden. Na het wegvallen van de bestuurslaag van de Nederlandse Antillen schoven twee totaal verschillende werelden volgens haar tegen elkaar. Te hard, blijkt na ruim zeven jaar.

Nederland kreeg het op 8000 kilometer afstand direct voor het zeggen, en investeerde weliswaar in de gezondheidszorg en het onderwijs. Maar de positieve effecten worden op het eiland overschaduwd door een breed gevoelde en sinds 2010 alleen maar toegenomen teleurstelling. De levensstandaard is namelijk voor veel mensen, ook die met werk, sterk gedaald. Veel inwoners zijn dag in dag uit bezig te overleven, terwijl zij dáchten dat eenmaal in een Nederlandse gemeente, er beter voor hen gezorgd zou worden.

Zo gingen ze er vanuit dat de bijstandsuitkeringen gelijk zouden worden getrokken met die van de andere gemeenten in Nederland. Niets is minder waar: die is naar Caribische maatstaven aangepast op 111 dollar per twee weken, grofweg vier keer minder dan in Nederland. Bij het verstrekken van uitkeringen wordt er in hun ogen dus met twee maten gemeten, maar als het gaat om strenge regels en de handhaving daarvan, maken controleurs opeens géén verschil tussen Caribisch en Europees Nederland en treden ze hard op.

Daarnaast voert ieder Haags ministerie een eigen beleid op het eiland, een versnippering waar maar weinig bestuurders en ambtenaren raad mee weten. Spies spreekt van een willekeurige en zelfs tegenstrijdige aanpak aan Nederlandse zijde. De bewoners hebben volgens haar het gevoel dat ze geregeerd worden van veraf, door mensen die zelden de moeite nemen om te zien en te horen wat de inwoners op het eiland beleven.

Ondertussen verharden volgens haar de relaties, en is er in de zeer kleine gemeenschap een voedingsbodem ontstaan voor ‘cliëntelisme en normvervaging’. Ze waarschuwt in haar rapportage uit 2015 met precies dezelfde bewoordingen als Knops in zijn brief van deze week. Maar Spies heeft het ook over begrip voor Sint-Eustatius, ruimte voor zelfontplooiing van de bevolking en investering in onderling vertrouwen. Indirect opent ze daarmee een venster voor de regeringscommissaris die drie jaar na haar evaluatie op het eiland zal landen: Kijk ook eens naar het Nederlandse handelen.

De afstand tussen The Bottom op Saba en Oranjestad op Sint-Eustatius bedraagt nog geen 32 kilometer, ze zijn beide kleiner dan een Waddeneiland en hebben maar enkele duizenden inwoners. De zeer kleine gemeenschappen hebben als eiland grote algemene voorzieningen als een eigen vliegveld, een haven, een ziekenhuis en een elektriciteitscentrale. De overheid is de grote werkgever, het toerisme is belangrijk maar bescheiden en alleen Sint Eustatius verdient nog aan een olieterminal.

Maar waarom gaat het op Sint-Eustatius dan zo slecht en op het rustige Saba zo goed? Dat antwoord kan liggen in het feit dat in 1635 bij Saba een Engels schip ten onder ging en dat daarmee de eerste Europese bewoners voet aan wal zetten. Die ‘witte’ nederzetting, trok weer Schotten, Ieren en Zeeuwen aan, die later vreedzaam zouden samenleven met de afstammelingen van de Afrikaanse slaven. Saba is welvarender, groener, goed onderhouden en daardoor toeristisch aantrekkelijker, mede door het stabiele bestuur dat sinds 2008 onder leiding staat van Jonathan Johnson, tot dan de onkreukbare directeur van de middelbare school van Saba.

Sint Eustatius was alleen in de slaventijd welvarend [door handel en op- en overslagslag tijdens de VOC periode en] toen op de vlakte van het eiland enorme plantages konden worden bewerkt. Met de afschaffing van de slavernij, verdween die welvaart en bleven de afstammelingen achter op een eiland dat verder weinig te bieden heeft. De enkele toeristen bezoeken de vulkaankrater, maar mooie stranden zijn er niet. [….] de economie van het eiland [heeft] na de nieuwe status nauwelijks kunnen aantrekken.

© Trouw, Hans Marijnissen, Regeringscommissaris Franco moet op Sint-Eustatius twee kanten op vegen, geplaatst op 7 februari 2018 door redactie Knipselkrant Ccuracao

 

_____________________________

 

 

EU-sancties en gevolgen voor Curaçao

De afgelopen week is in vergadering in de Staten gesproken over Venezuela en ook de sancties van de Europese Unie (EU) tegen Venezuela. Daarna is er veel over gezegd en geschreven in de media.

Een korte samenvatting van opmerkingen: de EU zal ons op Curaçao niet te hulp zal schieten mocht Venezuela tot militaire acties besluiten, hoewel het Koninkrijk wel bij de EU hoort; wij hebben niets te maken met de sancties van de EU tegen Venezuela, maar die kunnen wel heel erg nadelig voor ons uitpakken; wij betalen wel voor lidmaatschap van de EU, maar zijn geen lid en hebben dus wel te maken met negatieve gevolgen.

Ik wil deze punten graag een voor een doornemen.

Ten eerste het feit dat de EU ons niet zal helpen bij een eventuele militaire aanval door Venezuela. Dat klopt. Dit is altijd zo geweest en is nooit gewijzigd. De Europese regels werken maar heel beperkt voor en in de overzeese gebieden, de categorie waaronder Aruba, Bonaire en Curaçao vallen. Alleen dat wat nadrukkelijk in de Europese verdragen wordt vermeld als geldend voor de overzeese gebieden, is van toepassing hier.

De bepalingen over onderlinge militaire bijstand voor de lidstaten van de EU vallen daar niet onder en zijn daardoor alleen van toepassing op het grondgebied in Europa. Datzelfde geldt overigens ook voor de Navo, de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie die alleen onderlinge bijstand biedt in het Noord-Atlantische gebied. Militaire steun zal dus ad hoc moeten worden afgesproken.

Kunnen we ons distantiëren van de sancties? Nee. De sanctiewetgeving is een Koninkrijksaangelegenheid want het valt onder buitenlands beleid. Op Europees niveau wordt over dit onderwerp gestemd door het Koninkrijk want alle lidstaten van de EU stemmen mee, dus in het standpunt van het Koninkrijk zijn ook de standpunten van de andere drie landen binnen het Koninkrijk vertegenwoordigd.

De Rijkssanctiewet stelt namelijk nadrukkelijk dat Aruba, Curaçao en Sint Maarten worden betrokken bij de standpuntbepaling. De belangen van de eilanden zo dicht bij Venezuela moeten dus meegenomen zijn in de besluitvorming. Het Koninkrijk kan wel om een wijziging van de Europese sancties verzoeken bij de Europese Raad van Ministers als de situatie verandert, en het Koninkrijk stemt er over mee. Het is van groot belang dat de Gevolmachtigde ministers van de Caribische landen hier alert op zijn en in de Rijksministerraad wijzen op negatieve gevolgen. Europese sanctieregels worden immers regelmatig aangepast als de omstandigheden wijzigen. Negatieve gevolgen voor de ABC-eilanden kunnen daar aanleiding toe zijn.

Ten slotte werd er in deze discussie meerdere keren gesuggereerd dat wij hier geen EU zijn maar toch gewoonlijk negatieve gevolgen ondervinden en er zelfs voor betalen. Die punten wil ik bestrijden. Inderdaad geldt hier slechts een zeer beperkt deel van het Europese recht. In de jaren vijftig van de vorige eeuw is het systeem van ‘landen en gebieden overzee’ (LGO) in het leven geroepen om juist de voormalige koloniën economisch te steunen, niet om ze voor de organisatie te laten betalen.

Die economische steun vindt nog steeds plaats, en wel op voornamelijk twee manieren. Ten eerste mogen goederen geheel of grotendeels hier geproduceerd zonder invoerbelasting worden geëxporteerd naar de EU. Meerdere Curaçaose ondernemingen maken gebruik van deze regeling. Een LGO als de Falklandeilanden exporteert zelfs 85 procent van zijn producten naar Europa onder deze regeling.

Daarnaast heeft Curaçao toegang tot veel Europese subsidiefondsen. Daar wordt regelmatig een beroep op gedaan, ook door andere van deze zogenaamde LGO’s. Zo heeft Anguilla recent aangegeven dat 36 procent van de kapitaalbegroting bestaat uit gelden uit Europese fondsen. Overigens betaalt het Koninkrijk aan het lidmaatschap van de EU, niet wij hier op Curaçao.

En dat is relatief weinig, is recent berekend en nagerekend door NRC Handelsblad: per jaar per inwoner minder dan eenmaal de prijs van een kop koffie. Maar dit wordt berekend over de inwoners van het Europese deel van het Koninkrijk, de zes eilanden worden standaard niet meegerekend want die vallen niet onder de EU.

Kortom, Curaçao behoort niet tot de EU en behoort ook niet de lasten te hebben van de associatie ten dele met de EU, maar alleen lusten. Dat de president [..] van Venezuela denkt dat wij hier wel EU-grondgebied zijn valt niet uit te sluiten, maar klopt feitelijk niet. [..]Het is dus aan het Koninkrijk om dit bij de EU aan te kaarten en op de belangen van landen binnen het Koninkrijk te wijzen.

© Opinie | EU-sancties en gevolgen voor Curaçao door Professor dr. Flora Goudappel, hoogleraar Europees recht aan de University of Curaçao (UoC) en decaan van de faculteit der rechtsgeleerdheid aan dezelfde universiteit. Geplaatst op 31 januari 2018door redactie knipselkrant curacao.

De juridisch/staatkundige situatie van Sint Maarten is dezelfde als die van Curacao.

 

________________________________

 

Antwoorden kamervragen hoge vergoedingen politici Sint Maarten

Vragen van het lid Van Raak (SP) aan de staatssecretaris voor Koninkrijksrelaties over de hoge vergoedingen voor politici op Sint Maarten (ingezonden op 28 januari met kenmerk 2018Z01297).

  1. Hoe verklaart u dat parlementariërs en ministers in Sint Maarten, het kleinste land binnen het Koninkrijk, toch de hoogste vergoedingen krijgen? (1

Antwoord: Dat is moeilijk te verklaren. Een verklaring hiervoor zal allereerst gegeven moeten worden door Sint Maarten, omdat de hoogte van de vergoedingen een landsaangelegenheid betreft.

  1. Hoeveel vergaderingen bezoekt een parlementariër op Sint Maarten gemiddeld per jaar, hoeveel is dat voor een parlementariër in Nederland?

Antwoord: Op de publiek toegankelijke website van het parlement van Sint Maarten treft u een overzicht aan van de aanwezigheid van statenleden bij vergaderingen. Zie hiervoor de volgende openbare link:  http://www.sxmparliament.org/documents/parliament-annual-reports.html

Het past mij als staatssecretaris niet u te informeren over de gang van zaken in de Tweede Kamer. Voor een overzicht van de vergaderingen in de Tweede Kamer verwijs ik u naar het presidium van de Tweede Kamer.

  1. Klopt het dat parlementariërs en ministers op Sint Maarten ongeacht het aantal dagen dat zij in functie zijn altijd minimaal één jaar uitbetaald krijgen?

Antwoord: Op grond van de Pensioenregeling politieke gezagdragers Sint Maarten heeft een gewezen statenlid of minister recht op wachtgeld voor de duur gelijk aan de tijd waarin betrokkene politieke gezagdrager is geweest, maar ten minste voor de duur van één jaar en ten hoogste voor de duur van twee jaren.

  1. Wat vindt u van de oproep van de St. Maarten Hospitality and Trade Association om in het kader van de wederopbouw en de slechte financiële situatie van het land de vergoedingen voor parlementariërs en ministers met dertig procent te verlagen?

Antwoord: Ik begrijp de oproep van de Sint Maarten Hospitality and Trade Association heel goed. Het is allereerst aan de Staten en de regering van Sint Maarten om op de oproep van SHATA te reageren. In mijn eigen politieke contacten zal ik hier, hoewel het een landsaangelegenheid betreft, aandacht voor vragen.

© Antwoorden kamervragen hoge vergoedingen politici Sint Maarten, geplaatst op 30 januari 2018 door redactie knipselkrant curacao

 

____________________________

 

Interimkabinet nam veel onwettige beslissingen

helft benoemingen Kabinet Pisas voldoet niet aan wet- of regelgeving 

Tijdens het zeer korte bewind van het interim-kabinet van Gilmar Pisas in 2017 zijn 334 beslissingen genomen waarvan er 180 zijn onderzocht en bijna de helft daarvan voldoet niet aan de wet- of regelgeving.

Dat concludeert minister Armin Konket van Bestuur, Planning en Dienstverlening uit voorlopig onderzoek en het Antilliaans Dagblad schrijft hierover. Het gaat hier voor 49 procent van de gevallen om bevordering, voor 25 procent om benoemingen en voor 15 procent om bonussen.

Konket spreekt hierbij van ‘afscheidspolitiek’ en verwijst naar regeringen die spoedig moeten aftreden en in de haast nog beslissingen nemen zonder hierbij rekening te houden met geldende procedures.

© Bron: ParadiseFM, geplaatst op 24 januari 2018 door redactie Knipselkrant Curacao

 

__________________

 

Column Den Cayente | Damn

Hier […] zijn we met z’n allen heel goed in […] lekker erop los leven in dit tropische paradijs alsof morgen niet bestaat. Toeristen die hier naartoe komen vinden dat charmant en zouden het liefst een beetje van dat zorgeloze mee terug willen nemen naar hun grauwe bestaan. Maar net als dat hun huid na een week weer bijkleurt houdt het ook snel op met de fantasie van een leven zonder verantwoordelijkheden.

Hier lijkt die fantasie echter gewoon de werkelijkheid te zijn. Wij […] geven namelijk nergens om. De meesten van ons dan, hè. Wij bekommeren ons om schone schijn, ambiente, wie wat allemaal nou heeft gepost op Facebook en dat onze loon en onze [..] premie op tijd op onze rekening staat. OK, wanneer we worden beroofd of wanneer de buurman pedofiel blijkt te zijn, dan steigeren we voor een paar dagen, maar voor de rest? We don’t give a damn. Armoede? Verslaving? Illegale vuilstort? Naleving van de wetten rond honden en plastic zakken? Overbevissing? [..] We don’t give a damn. Parkietenbos [vuildump] de gevolgen voor niet alleen de omwonenden maar ook de mensen helemaal in la Guajira die door wind en stroming ziekmakende lucht en rotzooi [..] krijgen? Ouderen die eenzaam en ongestimuleerd wegkwijnen in tehuizen of totaal verslaafd hun hele pensioen aan de casino weggeven? We. Don’t. Give. A. Damn. Het is een mooie soundbite die, jawel, ook lichtelijk uit zijn verband is gehaald. Maar het is wie wij collectief zijn geworden.

Maar goed, het is carnaval. Laat me maar weer ophouden met zeuren.

© Ariën Rasmijn (1975) is freelance journalist. Naast zijn publicaties in Amigoe en diverse andere media schrijft hij in deze column regelmatig over nieuws en politiek in Aruba. Geplaatst op 21 januari 2018 door redactie knipselkrant curacao, bron: Den Cayente,

 

Reactie Renee van Aller, 22 januari 2018 om 00:15

Als Ariën Rasmijn het ook al opgeeft, dan zien wij weinig hoop meer voor Aruba.[..].

Zal het [..] zo gaan en blijven gaan? Dat heeft de regering en de Staten, zoals altijd zelf in de hand. Het betekent wel afzien van het eigen belang. Het zou een verademing zijn als bestuurders niet alleen politiek luisterden, maar ook afwogen wat goed is voor het Land. Adviesorganen genoeg en van hoog niveau. De aanbevelingen zijn in het landsbelang en worden daarom zelden opgevolgd. De eigen beslissingen moeten goed onderbouwd zijn. Dat is zelden het geval.

© reactie Renée van Aller & John de Vries, Renée van Aller  | op dit artikel in de Knipselkrant Curacao,  22 januari 2018 om 00:15

______________

 

Geen boete voor ruzie met de autogordel

Een 56-jarige vrouw is met succes onder een boete uitgekomen voor het niet dragen van haar autogordel. Eind november was ze staande gehouden en bekeurd.

Tegen de rechter zei ze dat ze altijd vast zit, maar dit keer ruzie kreeg met de gordel. En dat kwam omdat ze de auto vol had geladen met groente en fruit, waardoor de riem niet mee wilde werken. Volgende keer krijgt ze wel een boete en het advies van de officier van justitie: laad iets minder groente in je auto.

Bron: DolfijnFM

Geplaatst op 11 januari 2018 door

 

---------------------

 

We don’t need more tourists

I noticed this article recently. I published something about this earlier before but this publication is new to me. It is still of relevance. Note however that this is published in 2016. For now (after the devastation of the Hurricane September 6th 2017 we need AND more tourists AND better tourists (after the hotel accommodation is up and running again; estimation: at the moment only 30% of the capacity).

© January 10th 2018

Here it comes.

GREAT BAY – “We don’t need more tourists. We need better tourists,” economist Arjen Alberts said yesterday during a webinar hosted by Runy Calmera, the chairman of the Dutch Caribbean Economists Association.

The webinar was followed by viewers in the Netherlands, Haiti, Curacao and Sint Maarten, where the complete economy class of St. Dominic High School followed the event on a large screen.

The webinar was dedicated to Albert’s study that focuses on the question why tourism does not lead to higher labor productivity. Today published an article about this study on January 5. Alberts is a Ph. D. candidate at the University of Amsterdam. The peer-reviewed British journal International Development Planning Review (IDPR) published his extensive article about this topic. Yesterday, Alberts elaborated on the issue in terms that are easy to understand.

The study looked at developments in Aruba and St. Maarten. “These are small island tourism economies and they both are always in the top-five in terms of the intensity of the tourism development,” Alberts said from behind a laptop stationed at the Philipsburg Jubilee Library.

The labor productivity question ought to matter to decision makers, Alberts said. “You see the tourism economy growing, but at the same time you see immigration at a high pace. Therefore, that growth has to be shared. If GDP grows by 5 percent but the population grows at the same pace you are actually at a standstill; we are not getting wealthier per capita. You grow in volume, but you don’t produce more per worker.”

The main conclusion of Alberts study is “worrisome” he said during the webinar. “Labor productivity did not increase since the establishment of the tourism economy in St. Maarten. Some people got wealthier, but on average, people did not.”

The tourism-economy model was successful in one respect, but not successful enough, Alberts added. “There was success in terms of the creation of employment for the wider Caribbean and in terms of marketing. On the other hand: the islands have limited space and they are not using it intensively enough. Instead we have done the opposite in St. Maarten: more hotels, using more space, creating crowdedness, instead of using the available space in a more money-yielding way.”

On the business level it is necessary to look at the supply chain, Alberts said. “Most of the hotel-needs are imported, but you want to offer more entertainment and more activities for tourists. You don’t want more tourists, you want a higher yield per tourist.at the moment, those numbers are actually dropping.”

From every dollar earned, the economist pointed out, 80 percent leaves the island for the import of goods and services. “That percentage must be brought down.”

What the industry ought to focus on is experiences instead of more of the same. “You want to create a memorable experience. Back in the day Mullet Bay offered this; Mullet Bay was St. Maarten, but those days are gone. To create a coherent memorable experience parties – public and private – have to work together. Aruba is slightly better at this than St. Maarten though Aruba is also coasting along.”

Alberts said that there is a lot to be gained in the field of services. “St. Maarten could be a regional hub for services, instead of an importer of those services. Why don’t we offer electrical vehicles for rent to tourists? Why don’t we reduce the import of expensive fuel?”

When Calmera asked for an example of an island that does get a batter yield per tourist, the answer was about a place right next door to St. Maarten: Anguilla. “They have built a few very expensive hotels and they generate a lot of income from it. They employ locals, sprinkles with a few immigrants. The labor productivity has increased there.” Another example is Dominica, an island that thrives on eco-tourism.

“There are no examples of islands who converted from mass-tourism back to exclusive,” Alberts said. “But something can be done: St. Maarten should not go further down the road it is currently on. They will slowly have to expand the experience.”

Right now, St. Maarten is heading in the wrong direction. “The island is not different from other tourism-economies,” Alberts says. “Unfortunately, the focus is mostly on marketing for marketing’s sake and the objective is to get as many tourists to the island as possible. It is a short-term approach. You want to go to strategy, an overall view of where the island wants to go is lacking.”

The way the tourism-economy has developed so far, is based on the laissez-faire attitude of the government, the economist observes. “The businesses have shaped the industry and the government just let it happen. We don’t manage the type of investments we need. We don’t need more investments in more of what we already have, we need investments in the quality of what we have. We have to ask ourselves, where do we want to be in ten years? And then we have to start working towards that goal. The focus has to be on investments that add to the positive experience. That way you add economic value.”

Getting back to the import of services, Alberts said that local entrepreneurs have to start producing what the hotels need. The government has to back up the development towards higher quality tourism with human resources.

“Everything depends on it,” Alberts says. “Improve vocational education, we need skills, an approach of lifelong learning. You cannot do the added value thing if your people are not qualified.”

He presents a vivid example of how St. Maarten ought to change its ways: “We have focused too much on producing five roses and selling them for a dollar each, while we should focus on producing one rose and sell it for five dollars.”

The emphasis on quality is driven by something the island does not have in endless supply: space. There is therefore an end to the possible growth in absolute numbers. “We have been running very fast while we actually have been standing still,” Alberts observes. If there is an investment option that would attract more tourists, I would say: don’t do it. We don’t need more tourists, we need better tourists and we need to make more money from the tourists we already have.”

While there is a need for better tourists, St. Maarten is currently going in the opposite direction, Alberts notes. He refers to price dumping in the cruise industry, something Today reported about on Wednesday.

“They are caught in the straightjacket of short-term thinking. But somebody has to take the long-term view,” Alberts said. “We are at the end of what we are able to achieve and we cannot go further down that road. We have to become unique, because if you are unique, you don’t have to compete that much. If you all offer the same thing, you have to compete on price – that is the only thing that matters today.”

© March 5, 2016 By: Hilbert Haar, posted in Columns, Editorials, General, Opinions, St.Maarten News,  Economist Arjen Alberts in a recent webinar: “We don’t need more tourists”

http://www.stmaarten-info.com/author/hilbert/

 

________________________________

 

Hulp

Na twee eerdere orkanen en ontbrekende steun, besloot Sint-Maarten als autonoom land binnen het koninkrijk verder te gaan. Die zelfstandigheid hindert nu juist de hulp.

Het is het drama van Sint-Maarten. Na twee orkanen in de jaren negentig van de vorige eeuw, waren de bewoners helemaal klaar met het eilandsverband binnen de Nederlandse Antillen. Zeker na de overstromingen na orkaan Luis in 1995 waarbij negen mensen omkwamen en er duizenden gewond raakten, bleef de hulp van de Antilliaanse hoofdstad Willemstad (op Curaçao) te lang uit.

Volgens Freek van Beetz, tien jaar lang de vaste adviseur van de drie laatste premiers van de Nederlandse Antillen (in de periode vóór 2010) was de bevolking ‘fed up’. “Ze voelde zich in de steek gelaten, minder belangrijk”, zegt hij. En dat sentiment heeft volgens hem weer een enorme impuls gegeven aan het referendum dat in 2000 werd gehouden en waarin de bevolking zich uitsprak vóór autonomie. “Eigenlijk kun je stellen dat orkaan Luis de Nederlandse Antillen uiteen heeft geblazen. Tenminste: het uitblijven van de hulp ná Luis.”

Van Beetz beschrijft deze episode in zijn kroniek 'Het einde van de Antillen' uit 2013, maar vraagt zich na het passeren van de superorkaan Irma af of die status als autonoom land wel zo’n goed idee was. Nederland kan pas na een formeel verzoek van minister-president William Marlin [dat 2 dagen uit bleef, mede vanwege communicatieproblemen] actie ondernemen, terwijl de getroffen eilanden Saba en Sint-Eustatius als gemeenten van Nederland direct hulp krijgen.

Sint-Maarten maakt weliswaar deel uit van het Koninkrijk, toch zal de autonomie eerder na- dan voordelen hebben. De lijnen zijn eenvoudigweg minder kort. Ook het volledig verbreken van de verbindingen tijdens de orkaan kan te maken hebben met de autonome status van het eiland. De plaatselijke autoriteiten waren verantwoordelijk voor de infrastructuur. Het Franse deel heeft een zeer beperkte autonomie, maar bleef dezer dagen onder Franse vleugels wél normaal verbinding houden. Daar was direct inzicht in het aantal slachtoffers en kwam de hulpverlening snel op gang.

Toen Sint-Maarten zich na Luis van de overige Antillen verwijderde, schurkte het eiland wel tegen Nederland aan. De wens om autonoom te worden werd nog even in de binnenzak gehouden, toen Han Lammers destijds tot ‘coördinator voor de wederopbouw van Sint-Maarten’ werd benoemd. Na anderhalf jaar herstel en steun van in totaal 82 miljoen gulden (zo’n 40 miljoen euro) verliet hij het eiland weer. Maar hij had niet het idee dat hij enig krediet bij de bevolking had opgebouwd, zei hij destijds in een afscheidsinterview. Dat begreep hij ook wel. Hij was geschrokken van “de Haagse bureaucratie die over de oceaan heen alles tot in detail wil regelen”, waardoor de herstelwerkzaamheden en de bouw van honderden nieuwe woningen werden vertraagd. Elke fase van elk project moet apart worden goedgekeurd door een Nederlandse ambtenaar, zei de voormalige commissaris van de koningin die in het jaar 2000 overleed.

© Autonomie maakte Sint-Maarten juist kwetsbaar, Hans Marijnissen, Trouw, 7 september 2017

https://www.trouw.nl/home/autonomie-maakte-sint-maarten-juist-kwetsbaar~ab317141/

Ik lees dit artikel nu en schrik eigenlijk een beetje van de laatste alinea. De ervaringen die daar staan beschreven dreigen nu zich weer te gaan voordoen als Nederland niet kiest voor een praktische aanpak maar voor borging van haar projecten via de Wereldbank (of welke andere instantie dan ook), om ervoor te zorgen dat de hulp efficient wordt besteed waar die voor is bedoeld. Die wens is begrijpelijk maar misschien dat het 1 (borging integriteit projecten) zo kan worden geregeld dat het het andere (snelle hulp) niet hoeft uit te sluiten.

January 10th 2018

  _________________

  

Retrospective

“My name, my reputation, and determination to do more for St. Maarten are constantly covered in fog, a fog not of my doing. The fog is created by the Dutch Government as the premise for their ongoing call for an Overseers Chamber. The Dutch have pumped a lot of money into an investigation team, or as I call them, the Gestapo of St. Maarten.” Thus Mr. Heyliger in a radio interview. The anchor added, that the victimization of St. Maarten by the Dutch is extended to Mr. Heyliger personally.  Successively, the politician called on black anger against former Dutch colonists and slave traders.

But Mr. Heyliger himself is a descendant of such Dutch colonists and slave traders. The founder of the Heyliger family in the West Indies was Guilliam Heyliger (1650-1734), who married Anna Ryckwaert in 1670. Mathieu Ryckwaert, her grandfather, was amongst the first settlers on St. Eustatius and Saba in 1636. Guilliam Heyliger and Mathieu Ryckwaert came from Zeeland or Flanders.

In one of the military expeditions, 1664-1668, during the Dutch British wars, Major-General Sir Thomas Morgan, a mercenary fighting on behalf of the British, forcefully evicted these original Dutch settlers from St. Eustatius and Saba to St. Maarten, where they continue to play an important role in today’s politics, 350 years later. These founding fathers of the islands and their offspring still stand straight and strong, ready to make their contribution.

In spite of billions of Euros spent by The Hague on the West Indies islands, plus a constant stream of advisors, technicians and other experts, populist politicians love to rekindle smoldering hate against a perceived enemy. Ironically, most of the islanders are descendants of Creoles, half-African, half-Portuguese, and once the key-role players in the despicable Trans-Atlantic slave trade.

Little or nothing of the 17th-century commercial activities was left on the islands. St. Eustatius and Saba were ruined by the worst-ever hurricane, the storm of 1780, and whatever was left, was plundered, and picked clean to the bone, by the British in 1781. Especially the Jews of St. Eustatius and Saba were the victims, more than anyone else. Curacao, Bonaire, and Aruba lost their asiento in 1713 and the WIC its monopoly in 1733; very little economic activity remained. Historically, there is little to substantiate the Dutch colonial-slave traders’ terror. Most of the islanders of today are the descendants of those who were deeply involved in what was happing, and not as victims, only.

© Indepence, by Jacob Gelt Dekker, Columnist for Curaçao Chronicle, Published On: Tue, Jan 9th, 2018

 

-------------------

 

Black and lucky Peter

It is politically incorrect to utter a single mitigating word about the historic slave trade and slavery. The topic is racially heavily charged.[..]. Historic facts are no longer of any value to the political public debate; it is a new narrative, one full of racial revenge and hate.

At one of the exhibitions, one can watch a video of a teenage girl, who weeps when she tells the story of her sufferings after she found out that her ancestors, eight generations back, were transported as slaves from Africa to the Caribbean. Now, 250 years later, she claims “she was denied an identity.” Empathy with her ancestors’ past has taken over her life, and consequently, she is no longer able to function productively and in harmony with her surrounding. Now, her life is a lusting for revenge, and the descendants of those who caused her ancestors’ demise are singled out to pay her damages as if these people still live and work as white ruthless slave traders.

Nowadays, we consider slavery as an inhumane, immoral and inappropriate labor relationship. But the system of labor agreements, with wages and benefits, did not exist in those days of slavery, neither in Europe nor Africa. In large industrialized agriculture, the labor force was slaves, serfs, and indentured labor. A small elite of nobility and rulers owned all the land. A system of sharecroppers may have an age-old history but only became popular after abolition in 1863.

How silly then, to hear [..] those [..] protesters, [..] about fair wages for the 16th and 17th-century slaves. They still demand payment of wages equal to those that should have been paid to their 8th generation-back ancestors.

It is an idée fixe. Wage agreements simply did not exist in those days, not in Europe and totally not in Africa. Only since the 1950-60’s, Western-European, socialist-labor practices were introduced in Africa, but they have yet to replace the systems of privilege and slavery; a [..] slavery employment system remains in place in most of the Sahara and Sahel regions, in all of West Africa and many areas of East and Central Africa.

So, what happened from 1600-1850? African slaves, about 40,000 per year, were sold to colonial markets, mostly Spanish and Portuguese. They were sold by their owners, mostly local African chiefs, kings, and queens residing in about 2,000 trading locations, all along the African West Coast.

[..] And are the descendants of those taken across the Atlantic, better or worse off, than the descendant of African slaves who lived out their days in the Sahara or Sahel? Ironically, today, the American colony slave-descendants have an average income 30-40 times that of their relatives in Africa. West African nations, chiefs, kings, and queens, who became super-rich on the historic slave trade, have frequently offered public apologies for their dubious roles in the trans-Atlantic slave trade. They also, systematically denied any claims for damages, quoting that those who made it across the Atlantic became much better off than those who stayed behind in Africa’s Sahel and Sahara.

© By Jacob Gelt Dekker, Columnist for Curaçao Chronicle, Published On: Wed, Nov 22nd, 2017 (but came across to me only now January 2018)

 -------------------einde geplaatste berichten 2018 --------------------